Advertentie

Tommelein gaat nieuwe terreurdatabank herbekijken

©Tim Dirven

De manier waarop de regering een nieuwe grote databank met alle fiches van terroristen en extremisten wil oprichten, botst op felle kritiek van de Privacycommissie. Staatssecretaris voor Privacy Bart Tommelein (Open Vld) reageert dat hij het wetsontwerp gaat bijsturen. 'Maar de databank mag en moet er komen.'

Twee weken geleden keurde de ministerraad een belangrijk wetsontwerp goed in de strijd tegen het terrorisme. Het gaat om maatregelen die premier Charles Michel (MR) al snel na de aanslagen in Parijs had aangekondigd. De belangrijkste maatregel gaat over de invoering van een nieuwe grote databank met de namen van alle ‘foreign terrorist fighters’ die uit ons land komen of hier verblijven. Het gaat niet alleen om mensen die vanuit België al naar Syrië of Irak zijn vertrokken, maar ook om personen die nog onderweg zijn, al eens zijn tegengehouden of nog willen vertrekken.

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) en zijn collega van Justitie Koen Geens (CD&V) hebben vorige week aan de Privacycommissie een advies gevraagd over hun wettekst. Dat advies is er al en de commissie maakt brandhout van de manier waarop de regering de terrorismedatabank wil invoeren.

Om te beginnen: waarom wil de regering nog een (zoveelste) nieuwe databank oprichten?, vraagt de Privacycommissie zich af. ‘Zonder eerst ernstig de mogelijkheid te onderzoeken of het bestaande systeem bij het antiterreurorgaan OCAD niet gewoon kan worden verbeterd.’ ‘Komen in de nieuwe databank dezelfde gegevens als bij het OCAD of juist niet?’ De commissie vreest overlappingen en tegenstrijdigheden met de databanken en werkbestanden die al bestaan bij de politie- en de veiligheidsdiensten.

En wie zal operationeel verantwoordelijk zijn voor de centrale databank? Dat is niet duidelijk, hekelt de commissie. ‘Vanuit privacystandpunt is het essentieel dat er niet te veel kapiteins op het schip zijn en dat het glashelder is wie de verantwoordelijkheid draagt.’ Anders zal de kwaliteit van de gegevens snel achteruitgaan, waarschuwt de commissie. Iemand moet toch waken over de betrouwbaarheid van de gegevens. Staan er bijvoorbeeld mensen onterecht of foutief in de databank? Een systeem om alle gegevens eerst te valideren is niet voorzien. De Privacycommissie moet ook een verantwoordelijke kunnen aanspreken als er vragen rijzen.

Complex

De regering bakent evenmin duidelijk af wie toegang zal krijgen tot de grote databank en in welke mate. De Privacycommissie beseft dat dat zeer complex zal zijn. De lijst van diensten die de databank zullen gebruiken, is lang: het OCAD, de Staatsveiligheid, de militaire inlichtingendienst, het parket, de politie, het gevangeniswezen, de douane, de Dienst Vreemdelingenzaken, de Antiwitwascel en nog andere.

Ook burgemeesters of OCMW’s een echte, rechtstreekse toegang geven tot de databank, is uit den boze.
Privacycommissie

Als alle diensten toegang krijgen, is dat buiten proportie, besluit de commissie. Al die diensten hebben zeer uiteenlopende taken en zelfs in dezelfde dienst hebben mensen verschillende bevoegdheden. Zo zal er in de databank ook geclassificeerde informatie zitten waar zelfs de meeste magistraten geen machtiging voor hebben. Nochtans opent de regering in haar wetsontwerp een rechtstreekse toegang voor het hele openbare ministerie. De regering moet verschillende gradaties van toegang voorzien, benadrukt de Privacycommissie. Daarop mag ze zeker niet besparen.

Ook de manier waarop gegevens uit de databank zullen worden meegedeeld aan derden is ‘zwak omkaderd’, meent de commissie. Wat met de steden en gemeenten? ‘Burgemeesters of OCMW’s een echte, rechtstreekse toegang geven tot de databank is hoe dan ook uit den boze’, luidt het. Zij mogen alleen info krijgen die nodig is voor de ordehandhaving. Ze gegevens laten invoeren in de databank ziet de commissie allerminst zitten.

De commissie neemt ook de juridische grondslag van de databank, op de korrel. ‘Er is een gebrek aan precisie bij het vaststellen van de doeleinden.’ ‘Extremisme dat kan leiden tot terrorisme’ lijkt in theorie een aantrekkelijk begrip, maar is juridisch niet waterdicht. Extremisme is niet eens strafbaar.

Dat de regering de nieuwe terrorismedatabank bovendien invoert via de wet op het Politieambt ‘komt minstens zeer vreemd over’, schrijft de commissie. Want lang niet alleen de politie zal gebruik maken van de in de databank opgeslagen informatie.

Dertig jaar

De Privacycommissie aanvaardt wel dat iemand tot dertig jaar lang in de terrorismedatabank zal kunnen staan. Ze begrijpt dat in terrorismedossiers ook de lange termijn van belang is. Al is dat een maxiumtermijn en is de Privacycommissie tevreden dat de regering bepaalt dat er elke drie jaar wordt nagezien of gegevens moeten worden gewist, verbeterd of aangevuld.

De Privacycommissie geeft wel een gunstig advies over het algemene principe om een gemeenschappelijke terrorismedatabank op te richten, maar de concrete uitvoering schiet dus op tal van cruciale punten te kort. Daarom geeft de Privacycommissie finaal een ‘ongunstig advies’.

De Privacycommissie plaatst trouwens ook vraagtekens bij een andere antiterreurmaatregel. De regering wil verhinderen dat men nog anoniem kan bellen via prepaidkaarten. Maar de commissie vraagt zich af hoe kopers in de praktijk zullen worden geïdentificeerd in supermarkten, kruidenierswinkels of elektrozaken. Wie zal dat allemaal registreren en bijhouden? En zal de maatregel zijn doel niet missen? Wil men de koper van de kaart identificeren of de malafide gebruiker? De commissie geeft toch een ‘gunstig advies, onder de strikte voorwaarde’ dat de antwoorden volgen in de uitvoeringsbesluiten van de wet.

Staatssecretaris voor Privacy Bart Tommelein (Open Vld) heeft intussen gereageerd op de kritiek. Hij gaat  het wetsontwerp herbekijken. 'De databank mag en moet er komen, maar we gaan het wetsontwerp bijsturen', aldus Tommelein. Volgens Tommelein moet er een goed evenwicht gemaakt worden tussen veiligheid en privacy. De staatssecretaris benadrukt dat hij er zich goed van bewust is dat de privacyregels ook gelden voor de overheden. 'Het zijn niet enkel privé-ondernemers, zoals Facebook, die zich moeten houden aan de regels, maar ook de overheden', besluit hij. Het ontwerp zal snel na het kerstreces op de regeringstafel komen te liggen. 

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud