Amerikaanse wil en Duits vernuft

Jermaine Jones, een van de vijf spelers bij de VS met een Duitse moeder en een Amerikaanse vader. ©REUTERS

Het team van de Verenigde Staten dat de Rode Duivels straks in de ogen kijken, kleurt voor een groot stuk Duits. Met dank aan de Amerikaanse militaire basissen in Duitsland.

Door Roel Verrycken, onze correspondent in New York

Jermaine Jones, de stoere draaischijf van het Amerikaanse middenveld, had het vorige week aangekondigd toen de Verenigde Staten tegen Duitsland speelden. ‘Ik zing mee met beide volksliederen. En als ik scoor, zal ik niet juichen.’ Dat laatste gebeurde niet, en ondanks een 1-0-nederlaag overleefden de VS toch hun groep en plaatsten ze zich voor wat hier de ‘knock-out stage’ heet. Vanavond in Salvador strijdt Amerika tegen België voor een plaats in de kwartfinale.

De reden voor Jones’ dubbele loyauteit? Hij is geboren en opgegroeid in Frankfurt, heeft de Duitse nationaliteit, bracht het grootste deel van zijn carrière door in de Bundesliga en spreekt Engels met een stevig Duits accent. Bijna speelde hij zelfs voor de Mannschaft op het Europees kampioenschap van 2008, maar hij viel net naast de definitieve selectie. En toen kreeg hij een telefoontje van zijn andere vaderland. Want Jones heeft ook een Amerikaans paspoort.

België is niet het enige land op dit WK voetbal met een team dat bekendstaat als multicultureel én meertalig. Hetzelfde kan worden gezegd van de tegenstander van vanavond. De slogan van de VS luidt wel: ‘One nation: one team’, maar de invloed van één specifiek ander land is niet weg te denken. Behalve Jones zijn er nog vier spelers bij Team USA wier roots in Duitsland liggen en die het Duits beter machtig zijn dan het Engels. John Brooks, Fabian Johnson, Timmy Chandler en Julian Green delen dezelfde achtergrond als Jones. Hun moeders zijn Duits en blank, hun vaders zijn Afrikaans-Amerikaanse soldaten die een tijdlang gestationeerd waren in een van de vele Amerikaanse legerbasissen die Duitsland telt.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Duitsland altijd groot geweest. Ten tijde van de Koude Oorlog piekte het aantal Amerikaanse soldaten in Duitsland rond 250.000 eenheden verspreid over honderden basissen. Dat is intussen wel afgebouwd tot iets meer dan 40.000 troepen. Om de banden met de lokale gemeenschap te smeden, moedigde het Amerikaanse leger zijn troepen zelfs aan om voetbal te spelen en deel te nemen aan competities. Het creëerde een affectie met het spelletje dat oversloeg op de volgende generatie.

De grootste Duitse factor in de Amerikaanse ploeg is natuurlijk coach Jürgen Klinsmann. De voormalige Duitse sterspeler en wereldkampioen vestigde zich na zijn spelerscarrière in Californië. Hij doet zich ook voor als een halve Amerikaan; zijn vrouw en twee kinderen zijn bovendien Amerikaans.

Klinsmann werd in 2011 aangesteld om soccer in de VS te moderniseren en het gat tussen het Amerikaanse voetbal en de internationale top te dichten. Zijn doelstelling is de Amerikaanse ingebakken wilskracht en het atletische vermogen te koppelen aan de Europese traditie en het Duitse voetbalvernuft.

Om die mix te bereiken ging Klinsmann nog meer dan eerdere coaches in Europa op zoek naar spelers met de dubbele nationaliteit. Hij vond ze voornamelijk in zijn geboorteland en hoewel de meesten al voor de Duitse nationale jeugdploegen hadden gespeeld, overtuigde hij hen om voor de VS uit te komen. Ze komen ook uit andere landen. Spits Aron Johansson, weliswaar geboren in Alabama, plukte hij weg bij IJsland. Collega Mikkel Diskerud (ex-AA Gent) is dan weer een Noor met een moeder uit Arizona.

De VS doen dus het omgekeerde van wat in veel andere landen is gebeurd. België, Frankrijk of Zwitserland integreerden hun immigranten in eigen land met succes in de nationale voetbalploeg, terwijl de Amerikanen overzees spelers rekruteren. Aanvankelijk was daar in de VS wat gemor over. Ex-speler Alexi Lalas, nu analist voor tv-zender ESPN, vroeg zich af of de spelers met dubbele nationaliteit wel de nodige trots voelen en niet enkel uit opportunisme voor Amerika kozen.

Maar het Amerikaanse publiek lijkt de nieuwe landgenoten te omarmen. Dat al twee cruciale goals van Duits-Amerikaanse makelij waren, helpt uiteraard. Jones, die lang voor Schalke 04 speelde en er nota bene net als Marc Wilmots de bijnaam Kampfschwein kreeg, scoorde met een afstandsschot tegen Portugal. Op zijn linkerknie prijkt een tattoo van de Amerikaanse vlag. John Brooks, maker van het winnende doelpunt tegen Ghana, drukte ook al zijn dubbele vaderlandsliefde uit in inkt. Op zijn ene elleboog verwijst een tattoo naar Berlijn, waar hij geboren is. Op de andere staat een afbeelding van de staat Illinois, waar de familie van zijn vader woont.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud