‘In Brazilië moet je 50% cowboy zijn'

Wouter Werbrouck: ‘Op de overheid moet je in Brazilië niet rekenen.’ ©Paulo Fridman

Ondernemen tussen de Brazilianen is overleven, weet Wouter Werbrouck. De West-Vlaming is al acht jaar manager van de uitlatenbouwer Fomeco do Brasil. ‘Hoe je moet omgaan met de vak bonden hier? Daar bestaat geen handboek voor. Het is constant lappen en tappen en ondertussen zorgen dat je bedrijf blijft draaien.’

Fomeco do Brasil, de Brazilaanse vestiging van het Zwevegemse Fomeco, zit in Itupeva, op een dik uur rijden van São Paulo. Een hobbelige weg leidt ons erheen. ‘De hoofdbanen zijn goed in Brazilië, want die zijn geprivatiseerd. Maar zodra je van de hoofdbaan af bent, liggen de wegen er dramatisch bij’, verklaart Wouter Werbrouck (39). ‘Op de overheid moet je niet rekenen. Weet je dat wij met de bedrijven van in de streek moeten afspreken om riolering aan te leggen in de straat?’

De no-nonsense West-Vlaming kwam eerder toevallig bij de Zwevegemse producent van uitlaten voor vrachtwagens en bussen terecht. ‘Fomeco zocht iemand die kon opstarten in Brazilië. Volvo Trucks, een belangrijke klant in België, had hen gevraagd in Brazilië op de markt te gaan. Na zes jaar bij Arcelor in Zuid-Afrika was ik bereid die uitdaging aan te gaan.’

Werbrouck moest van nul af aan beginnen. Er was een joint venture met het Braziliaanse Alpino, maar er moest een productievestiging worden gebouwd. ‘Ik ben op 1 januari 2006 aangekomen en in 2008 zijn we begonnen met de productie. We hebben grond moeten kopen en moeten bouwen. Opstarten in Brazilië kost veel tijd. Het duurde maanden voor we de nodige certificaten hadden, maar ondertussen moesten we wel onze ingenieurs betalen.’

Zodra alle juridische en administratieve zaken geregeld waren, ging het snel. Na een vijftal jaar zit Fomeco in Brazilië al aan een omzet van zo’n 7 miljoen euro, bijna de helft van de omzet die Fomeco in België draait. Zo goed als alle transport gebeurt via de weg. Spoor- en watervervoer zijn haast onbestaande. Dat is ook de reden waarom Volvo Trucks verder gaat investeren in Brazilië en ook DAF er een nieuwe fabriek heeft gebouwd.

Onder tafel

Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. ‘Damien Grimmelprez, die hier met het bedrijf Parafix actief is, zegt vaak dat je 50 procent cowboy moet zijn om te slagen in Brazilië. Wel, hij heeft een punt’, zegt Werbrouck. ‘Ik heb geprobeerd de lunchpauze terug te brengen van één uur tot een halfuur. Mijn vijftig werknemers waren daar één voor één mee akkoord. Maar de vakbonden wilden alleen tekenen als ze geld onder tafel kregen. Dat gebeurt heel subtiel. Maar ik doe ik er niet aan mee. Zonder de handtekening van de bonden kan ik de lunchpauze niet aanpassen, dus ben ik nu verplicht naar het ministerie van Arbeid te stappen.’

De macht van de bonden komt volgens Werbrouck ook tot uiting in de onderhandelingen over de lonen. ‘De inflatie bedraagt ongeveer 6 procent, maar de vakbonden onderhandelen nu al elk jaar een loonstijging van 8 tot 9 procent. Dat is onhoudbaar. Sommigen van mijn ingenieurs verdienen nu al te veel in verhouding tot wat ze presteren. De lonen zijn nog altijd lager dan in België, maar de vraag is hoelang nog.’

Om zijn personeel te behouden moet Fomeco bijkomende incentives geven. ‘Er is een verplichte deelname in de winst, de werknemers worden elke dag thuis opgehaald, we hebben een eigen keuken en er is een gezondheidsplan.’ Volgens Werbrouck zijn de werknemers overbeschermd. ‘Als je iemand ontslaat, is de kans groot dat hij naar de rechtbank stapt onder het mom dat hij ‘mishandeld’ is. Dan moet je als bedrijf bewijzen dat dat niet zo is. Dat lukt meestal wel, maar je bent toch voor een paar jaar vertrokken.’

Sommige werknemers dringen aan op ontslag, omdat ze dan recht hebben op een pensioenfonds. Als ze vrijwillig vertrekken, kunnen ze dat niet opnemen. ‘Als je mij niet ontslaat, veroorzaak ik problemen in het bedrijf’, waarschuwen ze dan. Vaak gaat het om mensen die te veel op krediet hebben gekocht en die het geld van het pensioenfonds nodig hebben om hun schulden af te betalen. ‘Overconsumptie is een echt probleem in Brazilië. Als mensen 10 real hebben, geven ze 11 real uit. En wie niet kan afbetalen, krijgt te maken met woekerintresten van meer dan 10 procent.’

Virtuele schaarste

De wispelturigheid van de Braziliaanse overheid is iets waar je als bedrijf rekening moet mee houden. ‘Van de ene op de andere dag veranderen de regels. Dat maakt het moeilijk om op lange termijn te plannen’, zegt Werbrouck. ‘Onlangs nog was het weer zover. Bedrijven kunnen normaal gezien rekenen op een goedkoop financieringssysteem van de overheid om een vrachtwagen te kopen. Ze kunnen lenen tegen 3 procent. Maar opeens kondigde de overheid doodleuk aan dat het geld op was. Gevolg: geannuleerde orders en paniek. En drie weken later was er plots toch weer geld. Dat is Brazilië.’

Fomeco is in Brazilië ook afhankelijk van een drietal staalleveranciers, de facto een monopoliepositie. ‘Ze zitten vaak samen om prijzen af te spreken. Ze creëren virtuele schaarste en stoppen met leveren. En daarna kunnen ze eender welke prijs vragen.’

Ondanks het vrij moeilijke ondernemersklimaat is Brazilië volgens Werbrouck aantrekkelijk. De markt is gigantisch en er vallen zaken te doen. Basco do Brasil, de holding boven Fomeco, is ondertussen ook begonnen met de ontwikkeling van een bedrijventerrein vlak bij de fabriek. ‘Mochten we hier geen mogelijkheden zien, dan zouden we hier niet blijven.’

Dinsdag: Het verhaal van DesleeClama, ‘In Brazilië draait alles rond vertrouwen’

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud