De verborgen rijkdommen van Congo

Congo beschikt over een schat aan natuurlijke rijkdommen, gaande van een landbouwareaal om 2 miljard monden te voeden, een rivier met de waterkracht om heel Afrika van stroom te voorzien en een overvloed aan kobalt, koper, diamant, coltan en goud waar China en het Westen bijna om vechten.

Grondstoffen: Oost-Congo en Katanga

De bodem van Congo is rijk aan waardevolle mineralen, zoals kobalt, ijzer, koper, tin, lood, maar ook edelmetalen goud, zilver en platina. De zogenaamde kopergordel in de zuidelijke provincie Katanga bevat 34 procent van alle kobalt ter wereld. Kobalt is de basisgrondstof in herbruikbare batterijen. Daarnaast zit er 10 procent van alle koper ter wereld in de grond.

Diamant en coltan zijn dan weer twee omstreden grondstoffen die de voorbije 15 jaar al vaak het predikaat ‘bloed’ kregen opgespeld: de diverse partijen in de oorlog na de Rwandese genocide in 1994 en tijdens de bezetting van Oost-Congo door Rwanda en Uganda verrijkten zich met vooral deze twee bodemrijkdommen.

Het uit coltan geëxtraheerde tantalum is een belangrijk materiaal voor de productie van micro-condensatoren, die in micro-elektronische toestellen als gsm’s, spelconsoles en laptops worden gebruikt.

Tot midden jaren tachtig was het staatsbedrijf Gécamines, dat alle mijnrechten in Katanga bezit, een van de grootste vijf spelers op de wereldkopermarkt. Met een productie van bijna 500.000 ton draaide het een jaarlijkse omzet van ongeveer 1 miljard dollar (800.000 euro. Het bedrijf stelde 33.000 werknemers tewerk en zorgde voor sociale en medische voorzieningen. Tot 1990 was Gécamines goed voor een derde van de staatsinkomsten.

Door de oorlog is een groot deel van de industriële mijnontginning ingestort. Bijgevolg gebeurt een groot deel van de mijnontginningen door zware handenarbeid en op een compleet ongecontroleerde illegale manier. Alleen al in de diamantmijnen rond Mbuji-Mayi in Oost- en West-Kasai delven vandaag vele honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen op ambachtelijke wijze naar diamant. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is vandaag zowat een vijfde van de Congolese bevolking afhankelijk van de grotendeels illegale grondstoffenindustrie.

In 2004 was Gécamines, na de uitverkoop van de mijnbouwconcessies door vader en zoon Kabila, zo goed als failliet, had het bijna 2 miljard dollar schulden, kon het zijn 12.000 werknemers niet betalen en produceerde het nog maar 15.000 ton koper.

Landbouw: Zuidwest-Congo

Landbouw is de belangrijkste economische troef in een van de meest vruchtbare landen ter wereld, zowel qua bodem als qua klimaat. Hoewel 66 procent van de Congolozen in de landbouw werkt, heeft het land nog een gigantische landbouwpotentieel. Mocht dat intensief worden bebouwd, zou Congo 2 miljard mensen kunnen voeden. In plaats daarvan wordt maar 10 procent van het land effectief bewerkt. De belangrijkste gewassen zijn koffie, palmolie, rubber, katoen, suiker, thee, cacao, tapioca, bananen, rijst en maïs.

Na Brazilië is Congo het land met de grootste oppervlakte aan onbewerkte landbouwgrond. Bovendien is het rendement nauwelijks groter dan dat van de Sahellanden. Een overschakeling naar moderne landbouwintensieve methodes kan Congo een enorme boost in zijn bruto binnenlands product geven. China koopt massaal Congolese landbouwgronden op om te kunnen voldoen aan de voedselnoden van de eigen bevolking.

Niet voor niets werkt de overheid aan een nieuwe landbouwcode, die ook de bakens moet uitzetten voor de productie van biobrandstoffen.

Vastgoed: Kinshasa

De bouwsector in Congo kende tussen 2003 en 2008 een jaarlijks groeipercentage van 7 procent, een pak meer dan de 3 procent aan algemene groei. Na de oorlogen van midden jaren negentig en tot midden jaren 2000 was zowat alles opnieuw herop te bouwen, grotendeels gefinancierd door de Wereldbank en de Europese Unie. Er heerst een grote schaarste aan bouwmaterialen in Congo. Jaarlijks is zowat 3,5 miljoen ton cement nodig, terwijl de vier cementfabrieken maar 500.000 ton kunnen produceren.

In de aanloop naar de feestelijkheden rond vijftig jaar onafhankelijkheid staan heel wat grote gebouwen in de steigers, zoals hotels en zakencentra. De Belgische holding Texaf investeert al eeuwenlang in vastgoed en bouwt ook vandaag nog onder meer luxueuze appartementen langs de Congostroom in Kinshasa.

(Hydro-)Energie: Inga

Na de Amazone is de Congo wereldwijd de rivier met het hoogste debiet. Het potentieel aan elektriciteit dat de rivier zou kunnen opwekken, wordt geschat op 774.000 gigawattuur. Dat is zowat 35 procent van het potentieel aan hydro-energie in heel Afrika en 8 procent wereldwijd. Congo is daarmee het derde land in de wereld, na China en Canada.

In de watervallen van Inga bevindt zich de grootste concentratie van waterkracht ter wereld, zowat 370.000 gigawattuur per jaar aan elektriciteit, wat overeenkomt een vermogen van 44.000 megawatt. Spijtig genoeg zet Congo maar 3 procent van het potentieel daadwerkelijk om in elektriciteit. De stuwdammen Inga I en Inga II - samen bij perfect functioneren goed voor 1700 megawatt - werken maar op halve kracht.

Behalve restauratie van de Inga I en Inga II zijn er plannen voor Inga III (met een vermogen van circa 3.400 megawatt) en zelfs voor Grande-Inga, een gigantische centrale die ongeveer 6 miljard dollar (4,8 miljard euro) zou kosten en een vermogen van 39.000 megawatt zou hebben. (ter vergelijking: het totale Belgische nucleaire park van Doel en Tihange samen heeft een vermogen van bijna 6 gigawatt)

Behalve over waterkracht beschikt Congo ook over een enorme voorraad methaangas, vooral in de bodem van het Kivumeer, waarvan nog geen 0,5 procent wordt ontgonnen. Daarnaast liggen enorme kansen in biomassa en zonne-energie (met pieken tot 2.600 uren zon per jaar).

Congo beschikt over een oliereserve van 187 miljoen vaten in drie bassins. Enkel het kustbassin aan de Atlantische Oceaan is actief, met een productie tussen 20.000 en 25.000 vaten per dag, ook al is dat niets vergeleken het olierijke Angola, dat 1,9 miljoen vaten per dag oppompt.

Bosbouw: Noord-Congo

50 procent van alle Afrikaanse wouden ligt op Congolees grondgebied. De wouden zijn goed voor 60 procent van de oppervlakte van Congo: 138 miljoen hectare, waarvan 61 miljoen exploiteerbaar. Tot nog toe wordt 95 procent van het gekapte hout als brandstof gebruikt. Nochtans beschikt het land over zeldzame soorten tropisch hardhout, zoals iroko, wengé, afromosia en ebbenhout. De wetgeving is echter heel strikt voor de kapconcessies, waardoor de economische activiteit steeds meer verschuift naar ecotoerisme en handel in CO2-emissierechten.

Toerisme: Kivu

Congo heeft acht nationale parken, waarvan de Unesco er vijf heeft uitgeroepen tot werelderfgoed. Virunga National Park, gesticht in 1925, is het oudste nationaal park van Afrika. Garamba National Park herbergt de laatste populatie van noordelijke witte neushoorns. In Kahuzi-Biéga National Park woont een grote gorillapopulatie. In dat park begon de legendarische Dian Fossey haar onderzoek. Ook Okapi Wildlife Reserve is werelderfgoed. Salonga National Park is het grootste regenwoudreservaat van Afrika. De parken vormen een weinig ontgonnen toeristische troef.

Bronnen: Flanders Investment and Trade (FIT), CIA Factbook, United Nations Human Development Report

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud