‘Er zijn grote gelijkenissen tussen Kongo Vrijstaat en nu'

Twaalf jaar nadat Adam Hochschild met ‘De Geest van Koning Leopold II’ het bloedige Belgische koloniale verleden uit de vergeetput haalde, kijkt de Amerikaanse historicus met even gitzwarte blik naar de toekomst van Congo. ‘Een immens land met een bodem propvol schatten, maar zonder functionerende regering. Die combinatie is het drama van Congo.’

‘De Geest van Koning Leopold II’, waarvan intussen een half miljoen exemplaren zijn verkocht, bevatte nog weinig nieuws over het bloedbad dat Leopold in zijn privékroondomein Kongo Vrijstaat (1885-1908) aanrichtte. Hochschilds grote verdienste was dat hij de misdaden van Leopold ontsloot voor een breed internationaal publiek. Dat bleek diep geschokt door het wat vergeten schrikbewind van de hebzuchtige koning. Leopolds constante honger naar rubber, ivoor en andere Congolese rijkdommen kostte volgens schattingen het leven aan 10 miljoen mensen, de helft van de toenmalige bevolking.

‘Ik heb enkel bestaand onderzoek op een populaire manier herschreven. Mensen als Daniël Vangroenweghe en Jules Marchal hadden al uitstekend werk rond Leopold verricht, maar dat werd helaas enkel door andere academici gelezen. Door een of andere vreemde dynamiek krijgt een boek meteen meer aandacht of gewicht als het van een Amerikaan komt’, minimaliseert Hochschild zijn rol.

Hochschild bleek niet alleen de geest van de omstreden koning uit de fles te hebben gelaten, maar die van de hele Belgische natie. Zijn bevindingen werden fel gecontesteerd. Toen in 2003 de op zijn boek geïnspireerde documentaire ‘White King, Red Rubber, Black Death’ uitkwam, vond toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (MR) het nodig de film als partijdig en zelfs negationistisch weg te zetten. ‘Zoveel controverse had ik echt nooit verwacht. Tenslotte ging het toch om gebeurtenissen van honderd jaar geleden. Intussen heb ik begrepen dat in de discussie over Congo ook een erg gevoelige communautaire kwestie tussen Vlamingen en Franstaligen speelt. Ik beroep mij op het diplomatieke recht om daar niets over te zeggen. (lacht)’

Twaalf jaar later is Hochschild, auteur van zes boeken en costichter van het vermaarde politieke blad Mother Jones, voor enkele lezingen naar België afgezakt. Bij zijn vorige passage in 2005 was hij nog woedend en ontgoocheld in zijn pen gekropen, na een bezoek aan het Afrikamuseum in Tervuren. Daar werd het koloniale verleden volgens de auteur nog altijd verdraaid en onjuist weergegeven. Toevallig vindt de ontmoeting met Hochschild een dag na een nieuw bezoek aan Tervuren plaats.

Gaat België nu op een volwassen manier om met zijn koloniale geschiedenis?

Adam Hochschild: ‘Ik was onder de indruk. Terwijl ik bij mijn eerste bezoek in 1995 nog geen letter over de plunderingen in de Vrijstaat kon terugvinden, komt de uitbuiting nu wel uitgebreid aan bod. Wat ik wel nog altijd miste, was een uitgebreid hoofdstuk over de moord op Patrice Lumumba (de eerste Congolese premier, red.) in 1961. Foto’s genoeg, maar waar is de extra uitleg? Wie plande de moord? Wie voerde hem uit? En vooral, welke rol speelden de Amerikanen en de Belgen bij zijn dood?’

‘Maar al bij al valt in korte tijd een aantoonbare verbetering vast te stellen. Dat ligt niet voor de hand, want geen enkel land wordt graag herinnerd aan pijnlijke momenten uit zijn verleden. In mijn eigen land leren de schoolkinderen nog altijd niets over de lange lijst van Amerikaanse militaire interventies in Latijns-Amerika in de tweede helft van de 20ste eeuw.’

Dat het blikveld snel kan veranderen, bewijst toch de geschiedenis van de slavernij in uw land?

Hochschild: ‘Waar. Toen ik naar de middelbare school ging in de jaren vijftig, leerden we enkel over het politieke belang van de slavernij voor de Amerikaanse burgeroorlog. Geen dertig jaar later kregen mijn kinderen op school al getuigenissen van slaven te lezen, waardoor ze geconfronteerd werden met de onmenselijkheid van dat systeem. Dat laatste was te danken aan de lange strijd van de burgerrechtenbeweging, die de kijk op de geschiedenis veranderde.’

‘Met Congo is een beetje hetzelfde gebeurd, vooral dankzij het boek van Ludo De Witte over de Belgische en Amerikaanse betrokkenheid bij de moord op Lumumba (1999, red.), de parlementaire onderzoekscommissie die De Wittes bevindingen bevestigde en Raoul Pecks film ‘Lumumba’ uit 2000. Ook de genocide in Rwanda heeft naar mijn inziens een belangrijke rol gespeeld bij de ontsluiting van het koloniale tijdperk. Door de dramatische gebeurtenissen in het buurland zijn de Belgen opnieuw kritisch naar hun rol in Congo beginnen te kijken.’

Door de aandacht voor vijftig jaar Congolese onafhankelijkheid is de discussie over de Belgische verantwoordelijkheid weer springlevend. Zo erg dat boze burgers er bij hun burgemeester zelfs op aangedrongen hebben straatnamen met Leopold te veranderen of standbeelden van hem neer te halen.

Hochschild: ‘Dat is uiteraard aan de burgers van dit land om te beslissen, maar ik weet niet of dat zo’n goed idee is. Het doet me wat denken aan praktijken uit de voormalige Sovjet-Unie. Na de overwinning van de bolsjewieken werden in de jaren twintig alle straatnamen veranderd. Daarop volgde om de tien jaar een nieuwe operatie voor iedereen die uit de gratie was gevallen.’

‘Dat is evenveel de geschiedenis herschrijven. Terwijl ik er net voor pleit dat de officiële geschiedenis in musea, schoolboeken en exposities geen operatie zou zijn om een aantal feiten te verdoezelen of te minimaliseren.’

Een nieuwe generatie Belgische historici is genuanceerder over Leopold II. Zij vinden het te gemakkelijk om hem als de ene, grote schuldige te behandelen.

Hochschild: ‘Ik ben niet op de hoogte van dat nieuwe onderzoek, maar ze hebben wellicht gedeeltelijk gelijk. Van de Duitsers in Kameroen over de Portugezen in Angola tot de Fransen in Frans-Congo, alle ‘rubberkolonies’ zagen hoeveel de Belgische koning verdiende aan zijn systeem van gedwongen tewerkstelling. Ze kopieerden het Belgische voorbeeld en gingen minstens even brutaal te werk.’

‘Leopold was niet de enige met bloed aan zijn handen, maar minimaliseert dat zijn misdaden? Con-text of tijdsgeest kan toch geen excuus zijn om iemand te ontlasten van zijn historische verantwoordelijkheid. Miljoenen mensen zijn gestorven omdat Leopold hun rijkdommen massaal naar België wilde versassen. Punt. ’

Een nieuw boek werpt de provocerende stelling op dat Leopold een ongegeneerd genie was.

Hochschild: ‘Hij verzorgde in elk geval op geniale wijze zijn public relations. Hij wist zijn hyperkapitalistische Vrijstaat te verkopen als een groot werk van menslievendheid, van beschaving. Hij zou persoonlijk een einde stellen aan eeuwen van slavenhandel door de Arabieren in zwart Afrika. In werkelijkheid had hij die slaven zelf als goedkope werkkrachten nodig voor zijn rücksichtslos winstbejag.’

U hebt vorig jaar een rondreis gemaakt in Oost-Congo. Hoe kijkt u vandaag naar het land?

Hochschild: ‘Ik ben bijzonder pessimistisch. Veel Congolezen zeggen zelf dat hun land het slachtoffer is van zijn enorme bodemrijkdommen, dat ze beter af zouden zijn zonder al die ertsen. Die ‘bodemvloek’ wordt nog versterkt door het totale gebrek aan overheid in het grootste deel van het land.’

‘Die combinatie van een gigantisch land met een bodem propvol schatten en een machtsvacuüm is het grote drama van Congo. Nog altijd blijft de rijkdom het land uitstromen. Buitenlandse multinationals, de buurlanden, lokale krijgsheren, iedereen krijgt zijn deel van de koek, behalve de gewone Congolezen. Dat heb ik tijdens mijn korte rondreis zelf op een hallucinante manier kunnen vaststellen. In Goma bood een man me op straat gewoon uranium aan. Twee kilo in een stralingsvrije koffer, voor anderhalf miljoen dollar.

‘Daarnaast vlogen oude Russische cargo’s de hele dag af en aan, wellicht volgeladen met koper, tin, goud en alles wat niet te zwaar is om weg te slepen. In 2008 bleek Rwanda plots een grote uitvoerder van coltan (grondstof voor de productie van gsm’s, red.), terwijl in dat land helemaal geen coltan te vinden is.’

U legt in uw artikels over het huidige Congo opnieuw een link met Leopold II. Gelooft u echt dat er nog altijd een verband is?

Hochschild: ‘Het is te gemakkelijk om alles in het mandje van Leopold te leggen, maar ik werd wel getroffen door een groot aantal gelijkenissen. Mannen worden vandaag opnieuw met een geweer tegen het hoofd gedwongen te werken of als drager te opereren voor leger en rebellen. De massale verkrachting van vrouwen wordt gebruikt als terreurtactiek, op dezelfde manier als de Force Publique dat deed in de Kongo Vrijstaat. Het land wordt leeggeplunderd, zoals door Leopold en nadien door de Belgische koloniale holdings.’

In uw boeken schrijft u over individuele activisten als Edmund Morel, die zich verzette tegen het systeem van Leopold. Of Thomas Clarkson, die massaal protest tegen de slavernij in de VS in gang zette. Waar blijft het wereldwijde verzet tegen het nieuwe humanitaire drama in Congo?

Hochschild: ‘Een erg moeilijke vraag. Thomas Clarkson geloofde dat de afschaffing van de slavernij het probleem in een klap zou oplossen. Een iets te simpele voorstelling, want het duurde daarna nog generaties voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap sociaaleconomisch flinke stappen vooruit kon zetten. Maar hij had wel gelijk dat het een belangrijke eerste stap was.’

‘In Congo zie ik die simpele eerste stap vandaag gewoon niet. Daarvoor is de problematiek veel te complex. Er is niet één wet die we kunnen stemmen, of één beslissing die we kunnen nemen. Hoe geschokt mensen ook zijn door de verkrachtingen en moordpartijen, het ongrijpbare kluwen maakt dat mensen eerder wegkijken. Dat is geen verwijt, want ik snap het zelf nog veel minder dan ooit. Dat is me nog met geen enkel ander politiek onderwerp overkomen.’

‘Zeker, de VS moeten ophouden met Rwanda en Uganda te steunen, de VN-vredesmacht Monuc moet groter worden in plaats van kleiner, en de internationale gemeenschap moet blijven hameren op mensenrechten. Maar dan nog denk ik dat in de eerstkomende decennia niets verandert.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n