Schoonheid om geesten en voorouders te verleiden

Mand van Kota om beenderen te bewaren.

Onder de titel ‘Fleuve Congo’ geeft het Musée du Quai Branly in Parijs een over-zicht van de etnische kunst uit Midden-Afrika. De 170 kunstwerken komen uit de bedding van de 4.700 kilometer lange Congostroom, een gebied honderd keer zo groot als België. De curator van de expo is de Belg François Neyt.

François Neyt, in Congo geboren en een tijd hoogleraar aan de Universiteit van Lubumbashi, ontdekte dat de diverse volkeren die in het enorme gebied wonen, zo’n 4 miljoen km2, meer gemeen hebben dan tot hiertoe werd aangenomen, zowel in hun levensopvatting, maatschappelijke structuur als in hun artistieke expressie. Volgens Neyt kan men zelfs van een gemeenschappelijke cultuur spreken. Die vaststelling is het uitgangspunt van de Parijse tentoonstelling.

De bezoeker maakt via rituele voorwerpen, inzonderheid maskers en beelden, als het ware een initiatiereis doorheen Midden-Afrika, van de oerwouden in het noorden tot de savannes in het zuiden. De reis omvat drie landen: Gabon, de Volksrepubliek Congo (Brazzaville) en de Democratische Republiek Congo (Kinshasa). In die uitgestrekte gebieden worden overal Bantoetalen gesproken.

Neyt: ‘De getoonde kunstvoorwerpen zijn veelal bruiklenen van westerse verzamelingen, zowel van musea als van particulieren. Die kunst is naar Europa gekomen toen ze in Afrika stierf, toen ze niet langer functioneel was voor haar gebruik bij inheemse rituelen. Het gaat dus om etnische kunst uit het verleden, van voor en vooral tijdens de koloniale periode. Europa kijkt helaas veel te eenzijdig naar Afrika. Er bestaat een Afrikaans spreekwoord dat zegt: ‘Elkaar kennen is geen eenrichtingsverkeer, maar een wederzijds begrijpen.’

Visuele taal

‘Maskers en beelden uit Afrika tonen is de Afrikaanse geschiedenis tonen’, zegt Neyt. ‘Westerlingen houden van etnische kunst vanwege de sterke artistieke expressie. Afrikanen spreken letterlijk via hun maskers en beelden, het is een visuele taal. De kunstwerken bevatten een mededeling die niet in woorden kan worden omgezet. De Afrikaanse creativiteit maakt van de blik een essentieel element in de vormgeving. Het voortdurend gevaar in de Afrikaanse bossen en savannes maakt dat bewoners altijd op hun hoede zijn. Pablo Picasso heeft dat in het begin van de 20ste eeuw als een van de eerste westerlingen begrepen, en dat in zijn kubistische kunst vertolkt.’

‘Voor Afrikanen betekenen de ogen het vermogen tot kijken. Zij geven in hun sculpturen dan ook geen ogen op een morfologische wijze weer, maar roepen de blik op. Zo heeft een helmmasker van de Congolese stam Bembe, dat in de Parijse expositie wordt getoond, geen oogleden en oogbollen, maar twee cilindervormige staafjes. De blik wordt er alleen sterker door. De twee oogholtes zijn ook anders gekleurd, respectievelijk rood en wit. Rood staat voor de zon en de dag, wit voor de maan en de nacht. Sommige Afrikaanse sculpturen hebben zelfs een gevaarlijke betekenis, die wij niet altijd kennen. Een sculptuur kan versierd zijn met twee buffelhorens, wat wijst op de ongemeen magische kracht van het beeld.’

De expositie in Parijs heeft drie hoofdlijnen. Er worden maskers en voorouderbeelden getoond, naast beelden met een voorstelling van de vrouw. Neyt: ‘Maskers wijzen op de identiteit van een groep. Ze hebben ook te maken met initiatierituelen waarbij wordt aangeleerd hoe een individu zich moet gedragen in de samenleving. Maskers belichamen het collectief geheugen, ze roepen geesten en natuurkrachten op, die alomaanwezig zijn. Het is opvallend dat over de diverse, ver van elkaar wonende stammen heel veel hartvormige maskers bestaan. Wellicht zijn ze ontstaan en geëvolueerd uit eenzelfde prototype. Er heeft gedurende eeuwen, van 3.000 tot 1.000 jaar voor onze jaartelling, vanuit het huidige Nigeria een emigratie plaatsgehad naar het Congobekken.’

Voorouderbeelden hebben blijkbaar een andere rol gespeeld dan maskers. ‘In Afrika leeft men veel dichter bij de afgestorven leden van een gemeenschap dan in het Westen. De Fang in Gabon bewaren de schedels van de voorouders in een hut, zodat ze bij problemen de voorouders kunnen raadplegen. De voorouderbeelden vervangen de echte schedels, eens die vergaan zijn. Voor het voortbestaan van de groep spelen de stichtende voorouder en de levende chef een essentiële rol. De link tussen beiden, gesymboliseerd door de voorouderbeelden, wijzen op de continuïteit van het bestaan. In voorouderbeelden wordt soms krachtstoffen ingebracht, zoals kruiden en dierlijke ingrediënten, om de beelden een sterkere magische uitstraling te geven. De occulte kracht van de natuur mengt zich dan met de kracht van de voorouder.’

Goddelijk atelier

De expositie in Parijs brengt veel beelden die vrouwen voorstellen. Het zijn beelden die vaak afkomstig zijn uit de koninkrijken van de Afrikaanse savannes, waar de voedselvoorziening veel beter is dan in het oerwoud. Volgens François Neyt tonen de vrouwenbeelden het grote belang van de vrouw aan in gemeenschappen die door mannen worden geleid. Ze staan voor het mysterie van de vruchtbaarheid bij de mens en in de natuur. Bij de Luba uit Congo verschijnt de voorstelling van een vrouw op alle - zowel religieuze als politieke - voorwerpen. In de traditie van Afrika wordt een moeder beschouwd als ‘een goddelijk atelier waar een onafhankelijke scheppende kracht aan het werken is om een nieuw leven te vormen’.

De in Parijs getoonde maskers en beelden werden niet gemaakt met de bedoeling kunst te creëren. Ze hadden allemaal een rituele of statusfunctie. Waarom wij westerlingen ze dan toch als grote kunst ervaren? Neyt: ‘Afrikanen voelen perfect aan wat ritme is. Luister maar naar hun muziek. Ze zijn geboren om te dansen. Die zin voor ritme en harmonie komt ook volop in hun etnische kunst tevoorschijn. Niet zelden gebeurt dat met minimale, sobere middelen. De maskers en de beelden moesten mooi zijn om de geesten en de voorouders te eren en verleiden. Die geheimzinnige schoonheid herkennen wij, zonder dat we ze kunnen verwoorden.’

Musée du Quai Branly, 55 Quai Branly, Parijs. Van 22 juni tot 3 oktober. www.quaibranly.fr. Het boek ‘Fleuve Congo’ van François Neyt, in het Frans uitgegeven bij het Mercatorfonds, kost 60 euro.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud