5. Rembrandt - De Nachtwacht (1642)

©Rembrandt/RV

In 1638 besloot een groep Amsterdamse schutters zich te laten vereeuwigen door hun wijkgenoot Rembrandt van Rijn. Het doek was bestemd voor de grote zaal van de Kloveniersdoelen, het hoofdkwartier van de burgerwacht. Rembrandt schilderde het doek tussen 1639 en 1642. Zijn officiële naam luidt: ‘De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed uit te marcheren’.

Pas eind 18de eeuw kreeg het de naam ‘De Nachtwacht’. Rembrandt hield het schilderij tamelijk donker waardoor hij met lichteffecten de aandacht op bepaalde partijen kon vestigen. Door de verkleuring van het vernis werd het schilderij nog veel donkerder, vandaar de bijnaam ‘De Nachtwacht’.

Schuttersstukken waren een bekend genre in de Hollandse schilderkunst van de 17de eeuw en blonken meestal uit door hun plechtstatigheid. Maar Rembrandt stak het doek vol actie, dynamische spanning en contrasten. Een van zijn leerlingen schreef: ‘Zijn werk is zo’n sprookjesachtige uitvinding, heeft zo een slimme compositie en is zo vol kracht, dat alle andere schilderijen hierbij vergeleken op speelkaarten lijken.’ Een van onze redacteurs vond dat de schutters elk moment uit het schilderij kunnen stappen. Een andere merkte op: ‘Het is zo’n werk waarvan je denkt dat je het tot in de puntjes kent, tot je er met je neus voor staat! Nooit ofte nimmer mag de verwondering van de mensheid over zoveel geborstelde schoonheid ophouden te bestaan.’

In 1715 verhuisde het schilderij van de Kloveniersdoelen naar het stadhuis op de Dam. Het moest daar tussen twee deuren hangen. Daarom werd weerszijden een strook afgesneden! In 1817 verhuisde het naar het Trippenhuis, het eerste Rijksmuseum. Sinds 1885 hangt ‘De Nachtwacht’ in het nieuwe Rijksmuseum.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud