Enquête: Drempels naar de grote, onbekende wereld

Exporteren of een buitenlandse vestiging openen, ja maar... In de kmo-enquête vroegen we de ondernemers wat hen het meest afremt bij nieuwe buitenlandse avonturen.

Een slechte ervaring heeft hen de lust niet ontnomen, zo blijkt. Maar ondernemen in het buitenland blijft een sprong in het onbekende. De belangrijkste struikelblokken zijn dat men niet weet met wie men zonder al te grote zorgen in zee kan gaan (42%), wat men in het buitenland kan bieden en aan welke regels men zich moet houden (37%).

‘Het is natuurlijk risicovol, daar kan je niet omheen’, zegt professor Leo Sleuwaegen (KULeuven & Vlerick). ‘Zeker kmo’s die nicheproducten bieden, hebben nood aan zeer specifieke informatie, bijvoorbeeld over normering. Het gaat steeds meer om maatwerk.’

Jill Suetens, verantwoordelijk voor de werking internationaal ondernemen bij Voka - kamer van koophandel Antwerpen-Waasland, bevestigt: ‘Onze dienst voor praktische informatie krijgt steeds meer vragen, dit jaar zitten we al aan 400. Bovendien zijn ze van zeer specifieke aard, waardoor je ze niet in een FAQ-rubriek kan stoppen.’

Lof

Nochtans krijgt Flanders Investment & Trade (FIT), de overheidsdienst voor onder meer exportbegeleiding, vaak lof toegezwaaid van exporterende onder- nemers. ‘Terecht’, zegt Gijs Kooken van Unizo Internationaal. ‘Hun werk wordt zeer geapprecieerd door wie met hen te maken heeft, alleen is er nog een te grote groep die de instelling niet kent en vooral niet weet wat ze allemaal te bieden heeft aan praktische en financiële hulp en contacten.’

Dat neemt niet weg dat FIT letterlijk duizenden ondernemingen bereikt en helpt met het netwerk van economische vertegenwoordigers in de wereld, contactdagen, beursdeelnames, etcetera. Ook initiatieven van sectorfederaties en werkgeversorganisaties over exportmogelijkheden vinden zeer vlot een geïnteresseerd publiek.

Suetens: ‘Missies, opleidingen voor startende exporteurs, seminaries over concrete investeringsprojecten in het buitenland, Globus Business Clubs voor ondernemers die in eenzelfde buitenlandse regio actief zijn,... alles loopt vol. We blijven erin investeren. Vaak zijn er zelfs wachtlijsten. Voor onze lunches met ambassadeurs bijvoorbeeld, maar daarvoor houden we de groep bewust beperkt. Overigens duiken daar vaak visumproblemen op: ondernemers missen soms deals omdat ze weken moeten wachten op een visum.’

Makkelijk excuus

Kooken maakt zich sterk dat er al bij al genoeg manieren zijn om aan informatie te komen. ‘Dat dit te moeilijk is, is soms een wat makkelijk excuus. Wat je in de eerste plaats nodig hebt om naar het buitenland te trekken, is goesting. Want er zijn risico’s, het moet in een andere taal, en het kost tijd, inspanning en geld om alles uit te zoeken. Maar als de goesting en het engagement om er voluit voor te gaan er zijn, dan lukt het wel. En gelukkig merken we dat de kerktorenmentaliteit die de Vlaamse ondernemers lang verweten is, er echt wel uit is.’

Hints vanuit het eigen of een georganiseerd netwerk van collega-ondernemers met meer ervaring op een bepaalde markt blijken vaak van onbetaalbare waarde. Aanvullend zijn er ook formelere manieren om de risico’s beter in te schatten en af te dekken: kredietrapporten, kredietverzekeringen, betalingsvoorwaarden. Maar dat kost geld, en hoe meer mogelijke risico’s worden ondervangen, hoe meer geld.

Dat minder respondenten financierings- en verzekeringsproblemen aankruisen, verbaasde ons enigzins, en ook Kooken. ‘Het imago van vooral de kredietverzekeraars is de voorbije twee jaar duidelijk achteruitgegaan. Ze hebben eenzijdig de voorwaarden veranderd. De ondernemer moest dezelfde premie betalen maar sommige verzekeraars konden bepaalde klanten, sectoren of landen plots uitsluiten van dekking.’

Irrelevant

‘Nog niet aan gedacht’, was in onze enquête geen optie bij de antwoorden. Misschien onterecht, al vond blijkbaar niemand de vraag dusdanig irrelevant voor zijn situatie dat ze werd overgeslagen. Onder de respondenten is 44 procent in meer- of mindere mate actief buiten de landsgrenzen. Daarmee blijken we een publiek te hebben bereikt dat wat meer exportminded is dan doorsnee. Grosso modo is een kwart van de Belgische kmo’s in het buitenland actief, in industriële sectoren loopt dat op tot meer dan de helft.

Sleuwaegen brengt enkele cijfers in herinnering uit een studie in opdracht van de Nationale Bank: ‘39 procent van de exportgroei tussen 1998 en 2006 kwam van nieuwe exporteerders, dus niet van ervaren exporteurs die hun volumes zagen toenemen. Van die ‘nieuwe export’ (in het jargon de extensieve marge) komt 33 à 34 procent van kmo’s. Dat is best veel.’

Morgen: Waarom kmo-bedrijfsleiders overwegen hun bedrijf te verkopen.


Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud