Enquête: Kmo's op zoek naar schaalvergroting

©rv

Ruim een kwart van de Belgische bedrijfsleiders achten de kans groot dat hun bedrijf binnen vijf jaar wordt verkocht. Daarmee hopen ze hun bedrijf de nodige schaalvergroting te kunnen bieden. Een andere belangrijke aanzet tot verkopen, is het gebrek aan geschikte opvolgers. Steeds minder bedrijfsleiders willen hun kinderen tot opvolging dwingen.

In de kmo-enquête vroegen we ondernemers of ze de kans groot achten dat het bedrijf waarvan ze eigenaar zijn of waarvoor ze werken binnen vijf jaar in andere handen komt. 73 procent van de respondenten gelooft niet dat het bedrijf binnen die tijdspanne wordt overgelaten, 27 procent meent van wel. Op de vraag waarom antwoorden de meesten (35%) de onderneming te zullen overlaten om haar de nodige schaalvergroting te kunnen bieden.

‘Schaalvergroting is sinds een jaar of zes inderdaad een belangrijke aanzet tot verkopen’, bevestigt Philippe Craninx, gedelegeerd bestuurder van Winx, actief in het begeleiden van overnames.

Volgens overnamebegeleider Bruno Vervisch is het moment om te verkopen trouwens ideaal. ‘Grote industriële groepen hielden de jongste jaren de vinger op de knip . Nu zitten ze op een berg cash die ze willen laten renderen. Ze speuren dan ook actief naar overnamemogelijkheden. Je kan gerust spreken van een overnametrein die voorbij dendert en waar je best opspringt. Binnen een paar jaar is de kans om te verkopen misschien verkeken.’

Levenscyclus

Craninx nuanceert : ‘Nu we wat bekomen zijn van de recessie zijn uiteraard alweer meer ondernemingen op zoek naar interessante overnamemogelijkheden. Dat is inherent aan de economische levenscyclus. Periodes van hoog- en laagconjunctuur wisselen elkaar altijd af. Maar het ideale moment om te verkopen hangt ook af van de levenscyclus van het bedrijf. Heb je nog wel de geschikte aandeelhouders in het licht van wat belangrijk is voor de onderneming?’

‘Ook de toestand van de sector waarin het bedrijf actief is, speelt een rol. In sommige sectoren, zoals transport of in bepaalde niches van de textiel- of voedingssector, moet je nu wel opgaan in een grotere groep om te overleven.’ Daarbij hoort volgens Craninx nog een belangrijke nuance. ‘Het aanbod mag niet groter worden dan de vraag, anders wordt het erg moeilijk om nog een ernstige overnameprijs te bedingen.’

Bijkomstigheden

Volgens Vervisch hebben de wat oudere bedrijfsleiders vaak ook niet meer de moed om een volgende stap op het groeipad te doen. ‘Hoewel ze vaak gezonde, goeddraaiende ondernemingen leiden, raken nogal wat bedrijfsleiders ontmoedigd door de daar bijbehorende administratieve beslommeringen.

Veel ondernemers klagen dat ze te veel bezig zijn met ‘bijkomstigheden’ zoals het aanvragen van bouw- en milieuvergunningen, het vinden van geschikt technisch personeel, enzovoort. Door al die zaken kunnen ze zich te weinig concentreren op het eigenlijke ondernemerschap.

Voor die bedrijfsleiders is een verkoop aan een grotere speler dan een aantrekkelijk alternatief. Door het bedrijf te verkopen aan een grotere groep, kunnen administratieve taken worden gecentraliseerd en kan de bedrijfsleider zelf nog een poos als echte ondernemer aan de slag blijven, ook al is dat voor rekening van de overnemer.’

Successie

Een ander belangrijk motief om te verkopen is het gebrek aan geschikte opvolgers. Ruim een kwart van de respondenten (28%) denkt het bedrijf om die reden te moeten overlaten. Bijna de helft (47%) wil echter dat de volgende generatie de bedrijfsleiding overneemt.

Overnamebegeleiders stellen toch een mentaliteitsverandering vast. ‘Terwijl de doorsneebedrijfsleider vroeger uitging van zijn eigen verwachtingen, laat hij zich nu toch meer leiden door een meer bedrijfsgebonden reflex’, vervolgt Craninx. ‘Hij hoopt dat de onderneming, in het belang van de werknemers, klanten en andere betrokkenen in de best mogelijke handen terechtkomt, ook al zijn die niet van de eigen kinderen.’

Ook Vervisch ontwaart een trendbreuk. ‘Vroeger werd zoon of dochter haast ‘manu militari’ gedwongen het bedrijf over te nemen. Nu ziet de ondernemer in dat dat geen zin heeft. Dat leidt toch alleen tot frustraties bij alle betrokken partijen. De oprichter geraakt gefrustreerd omdat hij vaststelt dat zijn kinderen de nodige competenties missen. De kinderen zijn ongemotiveerd voor het bedrijf aan de slag. Uiteindelijk is dat nefast voor de onderneming zelf.’

Uit de antwoorden valt af te leiden dat dit probleem bij heel wat ondernemers leeft. De vele opmerkingen zoals ‘mijn kinderen moeten hun eigen dromen waarmaken, niet de mijne’, zijn tekenend.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud