Enquête: ‘Loon kmo-werknemer is niet te hoog'

45 procent van de Belgische kmo-bedrijfsleiders heeft plannen om de activiteiten uit te breiden. Dat blijkt uit de enquête die De Tijd onlangs hield bij ruim 800 bedrijfsleiders en waarvan we de resultaten deze week druppelsgewijs toelichten. Toch is het maar de vraag of dat prille optimisme zal resulteren in meer jobs.

Het lijkt erop dat de gemiddelde Belgische kmo-bedrijfsleider wat licht ziet aan het einde van de tunnel. Hoewel 43 procent geen uitbreidingsplannen heeft omdat ze de gevolgen van de crisis nog moeten verwerken, denkt 45 procent van de Belgische bedrijfsleiders toch alweer aan uitbreiden. Dat prille optimisme bleek ook al uit de recentste kmo-barometer van de ondernemersorganisatie Unizo. In het derde kwartaal stond de wijzer van die barometer voor het eerst in twee jaar op meer dan 100. ‘Alvast bij de zaakvoerders van kleinere kmo’s leeft het gevoel dat het ergste leed is geleden’, zegt Johan Bortier, de directeur van de studiedienst bij Unizo.

Ook bij de ietwat grotere kmo’s is er volgens Nikolaas Tahon, managing partner van het accountancykantoor Deloitte Fiduciaire, sprake van voorzichtig optimisme. ‘Uit het onderzoek dat we eerder deden bij 2.000 kmo’s in België blijkt dat hebben vier op de tien kmo’s geen omzetverlies hebben geleden door de crisis. Dat mag niet doen vergeten dat dat bij zes op de tien wel het geval was. Maar de bedrijven die de crisis zonder kleerscheuren hebben doorstaan, achten het moment rijp om te investeren. Bovendien staat de rente historisch laag en is er sprake van een kopersmarkt. Terwijl de sterkere kmo’s speuren naar overnamemogelijkheden, moeten heel wat bedrijven verkocht worden, willen ze een kans maken om te overleven.’

Cruciaal is de vraag is of die uitbreidingsplannen ook leiden tot meer jobs. En dan komen de structurele handicaps om de hoek kijken. Want de hoge loonkosten zouden het voorzichtige optimisme door de ietwat gunstigere conjuncturele wind wel eens kunnen nekken.

Op de vraag wat de werkgelegenheid in België een sterke boost zou geven, antwoorden de meeste respondenten (48%) ‘een vermindering van de socialezekerheidsbijdragen’. Slechts 6 procent pleit voor een afschaffing van de loonindexering.

Voor Bortier is dat geen verrassing. ‘België is met ruim 55 procent de drieste Europese recordhouder in verschil tussen brutoloonkosten en nettoloon. Mensen aan het hoofd van een kmo vinden doorgaans niet dat hun mensen te veel verdienen, wel dat een te groot deel van het loon naar de staatskas vloeit.’ Daarom opperde Unizo eerder al het voorstel om alleen de nettolonen te indexeren.

‘Nogal wat bedrijfsleiders zouden hun beste medewerkers zelfs extra willen belonen’, stelt Tahon. ‘Maar ze hebben daartoe amper de ruimte. Een loonsverhoging van 100 euro bruto kost de werkgever minstens 140 euro, terwijl de werknemer er, na aftrek van de personenbelasting, nauwelijks 50 euro aan overhoudt. De kostprijs voor de werkgever om zijn goede krachten extra te motiveren staat absoluut niet in verhouding tot wat die puikpresterende werknemer uiteindelijk overhoudt. Het is iets dat echt wel leeft. Hoe kunnen we onze goede, loyale en hardwerkende medewerkers op een motiverende manier vergoeden zonder dat de kosten de pan uit rijzen? Bovendien moeten heel wat motiverende maatregelen’ lineair’ worden toegepast. Je kan geen extra bonus geven als je dat niet meteen doet voor een hele categorie werknemers.’

Werkloosheid

Voorts meent 28 procent van de respondenten dat het beperken van de werkloosheidsvergoeding tot meer jobs zou leiden. Voor Bortier en Tahon is ook dat herkenbaar, vooral in het licht van het grote aantal vacatures dat maar niet ingevuld geraakt. Bortier: ‘Bij dat contrast trekken de bedrijfsleiders zich echt de haren uit het hoofd.’

‘Voor nogal wat laaggeschoolde uitkeringsgerechtigden loont het gewoon niet de moeite te gaan werken, zeker als men rekening houdt met de kosten van kinderopvang en de verplaatsing’, zegt Tahon. ‘We moeten daarmee opletten. Want , behalve de hoge loonkosten is het grote aantal moeilijk in te vullen vacatures een belangrijke aanzet om de productie over te hevelen naar het buitenland.’

Dat ook een versoepeling van het ontslagrecht de creatie van de jobs in de hand zou werken, wekt geen verbazing. Tahon: ‘Hoe minder werknemers de onderneming telt, hoe zwaarder de impact van een bijkomende aanwerving op het resultaat. Voor een bedrijf met een of twee werknemers is de impact van een nieuwkomer veel zwaarder dan voor een bedrijf met pakweg 300 medewerkers. Hetzelfde geldt voor de opzegvergoedingen. Dus denken kmo-bedrijfsleiders wel twee keer na vooraleer ze iemand extra in dienst nemen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud