U vraagt, wij antwoorden

Wie een bedrijf runt, botst geregeld op vragen. De Tijd verzamelt die vragen, legt ze voor aan experts en formuleert hun antwoorden. Vandaag vindt u op deze pagina een eerste lading. Ondernemers die ook met een vraag zitten, mogen die alsnog stellen op: kmovragen@tijd.be

Vraag 1

Wij hebben een bvba met hoofdzetel in Vlaanderen. Mogen wij in onze commerciële communicatie louter het adres van een bijkantoor in Brussel vermelden, waar onze ontvangstruimte is? Zo ja, kunnen we dat doortrekken naar bijvoorbeeld offertes en facturen?

Antwoord van Olivier Vanden Berghe, advocaat bij Liedekerke, Wolters, Waelbroeck & Kirkpatrick:

Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders, websites en andere stukken uitgaande van een vennootschap, moeten het volledige adres van de maatschappelijke zetel vermelden, stelt het Wetboek van Vennootschappen. Die verplichting geldt ook voor e-mails en faxberichten maar niet voor interne documenten. Reclame valt normaal niet onder die verplichting (reclamefolders moeten wel een ‘verantwoordelijke uitgever’ vermelden). Klanten en leveranciers moeten duidelijk weten met wie ze te maken hebben. Met het oog op een eventuele dagvaarding voor de rechtbank moeten ze ook het adres van de maatschappelijke zetel kennen. Niets belet dat - behalve de maatschappelijke zetel - ook het adres van een bijkantoor of van een showroom op de documenten voorkomt, maar dan op zo’n manier dat verwarring wordt vermeden. Wordt de maatschappelijke zetel niet vermeld, dan riskeert de persoon die het document opstelde persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld voor de verbintenissen van de vennootschap. Ook de btw-wetgeving verplicht de leverancier van goederen of diensten op de facturen duidelijk het adres van de maatschappelijke zetel te vermelden.

Vraag 2

Ik ben zaakvoerder van een commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA). De aandelen zijn verdeeld onder mezelf, mijn vrouw en mijn twee kinderen: elk voor 25 procent. De vennootschap is eigenaar van een appartement aan de kust waar niet alleen de maatschappelijke zetel is gevestigd maar waar mijn echtgenote en ikzelf ook gedomicilieerd zijn. Gezien mijn pensioengerechtigde leeftijd en omdat de kinderen geen interesse hebben om de zaak voort te zetten wil ik de vennootschap op korte termijn vereffenen. Hoe kan de Comm.VA op de meest fiscaalgunstige manier worden vereffend met behoud van het appartement? Kan de Rulingscommissie een oplossing brengen?

Antwoord van Johan Speecke, advocaat, specialist belastingrecht bij Laga:

De vereffening houdt in dat de activa van de vennootschap, waaronder het appartement, worden verkocht. De zaakvoerder kan het appartement kopen. Met de opbrengst moeten de schuldeisers worden betaald en het saldo moet verdeeld worden onder de aandeelhouders. Zolang de vereffening niet afgesloten is, moet de vennootschap vennootschaps- belasting betalen. Als de vennootschap het appartement verkoopt, zal ze getaxeerd worden op de gerealiseerde meerwaarde. Stel dat het appartement wordt verkocht aan 100 euro en dat de boekwaarde nog 10 euro is, dan zal de vennootschap vennootschapsbelasting moeten betalen op 90 euro (maximaal 33, 99 procent).

Omdat het appartement in Vlaanderen is gelegen, zal de zaakvoerder, als hij het appartement koopt, ook 10 procent registratierechten moeten betalen op de koopsom.

Als de vennootschap nadien wordt ontbonden, wordt vennootschapsbelasting geheven op het gedeelte van het vennootschapsvermogen dat het volgestorte kapitaal overschrijdt. Terug naar ons voorbeeld: de vennootschap heeft 100 euro ontvangen voor het appartement en heeft voor 10 euro liquiditeiten in kas. Er zijn geen schulden en het maatschappelijk kapitaal is 20 euro. Dan is het verschil tussen het vennootschapsvermogen (110 euro) en het volgestorte kapitaal (20 euro) 90 euro. Daarop zal de vennootschap de roerende voorheffing moeten inhouden van 10 procent. Er blijft dan nog 81 euro over om aan de vier aandeelhouders uit te keren. Op dat dividend worden de vennoten niet meer belast. Als de vennoten bij de verdeling van het maatschappelijk vermogen meer ontvangen dan ze hebben ingebracht, wordt het meerdere immers beschouwd als een dividend.

Een ruling is nuttig als een persoon twijfels heeft over de fiscale behandeling van de voorgenomen transactie. In dat geval lijkt me dat overbodig. De wet is duidelijk.

Vraag 3

Een werkgever stelt zijn werknemer soms meer dan 40 dagen per jaar buitenshuis tewerk bij dezelfde klant. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in het afstellen van meetapparatuur. Daarom zijn de werknemers vaak voor langere periodes bij de klanten aan de slag. De door de werkgever betaalde kilometervergoeding wordt bij een fiscale controle niet meer gezien als een terugbetaling van beroepsmatige verplaatsingen, maar als een gewone tussenkomst in het woon-werkverkeer en als zodanig belast. Kan dat zomaar?

Antwoord van Dirk Wijns, director legal Acerta Consult:

Als een werknemer 40 dagen of meer op het adres van een klant actief is, dan gaat de fiscus er meer en meer van uit dat het gaat om een vaste plaats van tewerkstelling. De door de werkgever betaalde kilometervergoeding wordt dan niet meer aanzien als een terugbetaling van onkosten voor een beroepsmatige verplaatsing, maar als een vergoeding voor het woon-werkverkeer. Die is belastbaar voor het gedeelte boven 350 euro per jaar. De fiscus baseert zich voor deze praktijk op een circulaire van 2007 die eigenlijk betrekking had op werknemers die van hun werkgever een firmawagen krijgen. Circulaires zijn geen bron van recht maar vormen voor de fiscus wel een belangrijke leidraad bij interpretaties. De toepassing van de 40 dagenregel om de terugbetaling van vervoersonkosten te herkwalificeren tot een (belastbare) tussenkomst in het woon-werkverkeer wordt gecontesteerd door werkgevers en werknemers. Maar tot nu zijn er geen gerechtelijke uitspraken over die praktijk bekend.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud