Bart Moeyaert: 'I love you. Meer kreeg ik niet gestameld'

'Ik verlaat de stad voor de bossen. Goeiemorgen, Kalmthout.' ©Siska Vandecasteele

Bart Moeyaert won dit jaar de grootste prijs die een jeugdschrijver kan krijgen. En hij verloor misschien wel het dierbaarste dat een zoon verliezen kan: zijn vader. En toch. ‘Wat een rijkgevuld jaar.'

Op dinsdag 2 april rond half elf ’s ochtends trilde de gsm van Bart Moeyaert. De schrijver was in zijn hotelkamer in Bologna, vertrekkensklaar voor de Internationale Kinderboekenbeurs waar hij elk jaar naartoe gaat. Hij wist dat hij gebeld kon worden. De winnaar van de Zweedse Astrid Lindgren Memorial Award (ALMA), ook wel de ‘Nobelprijs voor Jeugdliteratuur’ genoemd, zou worden bekendgemaakt. Moeyaert was genomineerd voor de grootste onderscheiding die aan een jeugdschrijver wordt toegekend. Maar omdat hij wist dat hij voor de 16de keer genomineerd was, ging hij ervan uit dat het ook nu weer niet zou gebeuren. Moeyaert keek naar de eerste twee cijfers van het telefoonnummer op zijn scherm. Een vier en een zes, het landnummer van Zweden.

‘Het is raar hoe je hersenen je voor de gek kunnen houden’, zegt hij. ‘Het enige dat ik kon denken in de vijf seconden tussen het eerste belsignaal en het moment dat ik opnam, was: neen, dit is niet hét telefoontje. Toen ik op de knop drukte, twijfelde ik nog of ik wel in het Engels kon beginnen. Ik heb iets gezegd als: ‘Goodmorning Stockholm.’ Maar dan nog: zelfs toen de juryvoorzitster de officiële zin aanvatte die de laureaat te horen krijgt, zeiden mijn hersenen: en nu gaat ze zeggen dat ik het opnieuw niet ben geworden. Ik kon alleen maar stamelen: ‘I love you.’ Verder niets.’ Hij lacht. ‘Ik schaam me nu een beetje voor dat telefoontje. Ik kreunde me te pletter van de emotie.’

Durven bekennen dat je het niet zeker weet, of dat je je mening hebt moeten bijstellen, is grootmoediger dan een beetje te staan brullen op een tafel.
Bart Moeyaert

Hij mocht niemand inlichten tot aan de offi-ciële bekendmaking in de namiddag op de beurs. Op de boekenbeurs stopte hij zich weg in de Amerikaanse hall. Daar was de kans het kleinst dat hij bekenden zou tegenkomen die lastige vragen stellen. Zijn vriend was de enige die een telefoontje kreeg. ‘Ik zei dat ik niets mocht zeggen, waardoor hij genoeg wist.’

Die persconferentie in Bologna was een van de meest bizarre momenten van zijn leven, zegt hij. ‘De prijs had al jaren een grote betekenis voor me, maar ik wist niet dat Astrid Lindgren zo diep in me zat. Ik hoorde, met dat grote boeket in mijn handen, hoe een jurylid mijn naam in één zin met de hare noemde: ‘Lindgren komt op voor de eenling, de outsider, en dat doet Moeyaert ook.’ Mep! Ik had als kind zo goed als alles van haar gelezen, ik citeerde haar soms op lezingen. Nooit heb ik gedacht: zij is mijn voorbeeld. Terwijl ik haar al van mijn zevende ken, en ze als dusdanig toch als familie aanvoelt. We onderschatten de impact van schrijvers en andere kunstenaars op de ontwikkeling van kinderen of jongeren. Dat is potgrond, zo diep.’

Aan de prijs hangt een mooi bedrag: 5 miljoen Zweedse kronen, zowat 480.000 euro. Daar kan je een huis mee kopen.
‘Het is minder. Ik had het bedrag in Zweedse kronen moeten vragen, en niet in euro. Dom, je verliest een som door de wisselkoers.’

‘Dat prijzengeld is nog altijd niet besteed. Ik heb te veel verhalen gehoord over andere laureaten bij wie het geld in een mum van tijd op was. Ik ben ook altijd zeer voorzichtig en vooruitziend met geld. Als er een subsidie voor het schrijven van een boek kwam, zag ik dat als geld voor het komende jaar. Je moet als schrijver in Vlaanderen en Nederland je winkeltje zo goed mogelijk proberen te bestieren, anders overleef je niet.’

‘De beslissing samen met mijn partner een huis te kopen gaat verder terug dan april.’

Bart Moeyaert, de derde stadsdichter van Antwerpen, zegt ’t Stad vaarwel?
‘Jawel. Ik verlaat de stad voor de bossen. Goeie-morgen, Kalmthout. Het heeft wellicht iets te maken met ouder worden, maar toch. Ik zie de stad veranderen en het zint me niet. Het verkeersinfarct maakt me bedroefd en geagiteerd. Er wordt nauwelijks iets aan gedaan. Maar vooral heb ik het gehad met de verharding, de botheid tussen mensen in de zin van: ‘Ik heb een mening en die mag ik ventileren. En als jij een opmerking durft te maken, gooi ik je bak vol.’’

‘Er ‘zat’ vroeger een dorp in de buurt. Van de vrouw van de krantenwinkel tot de buitenwippers van het casino: het weefsel in de stad voelde comfortabel en prettig. Je groette elkaar. De vrouw van de krantenwinkel is vertrokken. Naast de kranten staan voetbalgokautomaten, en voorbijgangers doen wat het woord zegt: voorbijgaan.’

‘Soms komen in het leven ook gewoon een aantal verhalen samen. Mijn vriend en ik wilden samenwonen. In mijn huis in Antwerpen hangt de lucht van een echtscheiding. Brugge was een optie, maar daar waren de huizen te duur. We wilden absoluut een tuin. Of ik Antwerpen ga missen? Misschien keer ik over drie jaar gillend terug. (luide lach) Maar ik denk het niet. De knop is omgedraaid, ik ben al volop afscheid aan het nemen.’

Klank als taal

Afscheid nam Moeyaert in 2019 ook van zijn vader. Hij overleed anderhalve week na het absurde telefoongesprek in Bologna. Omer Moeyaert leed aan dementie. ‘De laatste vijf jaar van zijn leven was hij langzaam aan het verdwijnen. Zijn taal was klank geworden. Er was nog contact in de zin dat hij naar je keek en wist wie je was. Hij besefte nog veel. Bij mijn moeder, die ook dement is, is dat heftiger. Zij beseft iets voor een paar seconden en dan is het alweer weg.’

©Siska Vandecasteele

‘Het is raar hoe de dingen samenkomen in het leven. Je wint een prijs omdat je je al je hele leven met taal omringt en omdat je door taal zelfs gelukkiger wordt, terwijl je iemand verliest die zijn taal kwijt was: mijn vader, die het juiste woord zo belangrijk vond en zijn jongste zoon liever leerkracht had zien worden.’

Moeyaert bracht dit jaar een bundel uit met enkele gedichten over zijn dementerende ouders. Eentje, ‘Helium’, gaat over de dood van zijn vader.

Sommige vaders sterven langzaam.

Hun oogopslag verraadt

Hoe almaar trager het vanbinnen gaat.

Uit wat er kneedde, pompte, bonkte

is eerst de vuist en daarna het plezier gehaald.

Het noodrantsoen slinkt per minuut.

Is alles anders nu u weet hoe dicht winst en verlies bij elkaar kunnen liggen?
‘Het was heftig, maar ik ervaar het niet als dramatisch. Wat een rijkgevuld jaar is dit geweest. Na de dood van mijn vader viel ook een last van mijn schouders: ik ben de volgende. Niet in de betekenis van ‘morgen ben ik dood’, maar het is nu aan mij om het stokje door te geven. Zijn we niet ons hele leven bezig met onze ouders trots te maken? ‘Kijk wat ik doe, kijk wat ik kan.’ Vermits dat niet langer mogelijk is, is het een opluchting te beseffen: vanaf nu hoef ik niets meer te doen voor hen. Ik moet het zelf klaarspelen. En dat allemaal op het moment dat je zo’n onderscheiding krijgt.’

Bij de prijs hoorde een rondreis van negen dagen door het Zweden van Astrid Lindgren. Hoe was dat?
‘Onbewust heb ik Zweden altijd uitgesloten als reisbestemming. Ik spiegelde me voor dat het mijn beeld van Lindgren zou aantasten. (glundert) Maar het was ongelofelijk. In de dagen voor de awardceremonie kreeg ik een rondleiding in haar appartement, waar ik aan haar sterfbed zat. Ik lunchte met haar familie in haar geboortehuis. Als ik eerlijk ben, had ik daar stiekem liever niets gegeten en met niemand gepraat, om in stilte het besef tot me te laten doordringen: kijk nu toch eens waar ik ben.’

Zweden is ook het land van klimaatactiviste Greta Thunberg. Was 2019 haar jaar?
(denkt na) ‘Het is bij uitbreiding het jaar van alle klimaatspijbelaars. Ik twijfelde even, omdat mijn brein zo is geïnfecteerd door de zure regen die op die jongeren is gevallen. Ik kan Greta, Anuna en alle anderen helaas niet los zien van alle bagger op sociale media. Dat bedoel ik ook met die verharding toen ik het over mijn vertrek uit Antwerpen had. Ook het maatschappelijk debat is verder verhard. Dat ligt aan die energievretende sociale media. Actie, Reactie, Actie, Reactie. En wat onthoud je? De reactie, het negatieve. Terwijl ik dat niet wil. Ik wil niets liever dan jonge mensen voor iets zien strijden en die ons, onverantwoordelijke volwassenen, de les spellen.’

‘Twitter is dodelijk: ‘blaat, blaat, blaat.’ Ik ben er dit jaar ver van weggebleven, ook van Facebook. Het is beter voor mijn gezondheid. Ik heb het botte en onomwonden uiten van een mening sowieso nooit een heldendaad gevonden. Tijdens mijn stadsdichterschap werd weleens tegen me gezegd dat genuanceerd zijn flauw en laf was. Ik ben er nog meer dan vroeger van overtuigd wat voor onzin dat is. Durven te bekennen dat je het niet zeker weet of dat je je mening hebt moeten bijstellen, is grootmoediger dan een beetje te staan brullen op een tafel. Aan zwart-witdenken heb ik geen boodschap.’

‘Zo. Dat kan dan ook weer in een tweet worden gegoten of als een tekstblokje boven dit stuk geplakt. Mening, mening. (lacht) Snel: de volgende vraag.’

In onze eindejaarsreeks 'De toegift' blikken we terug op het culturele jaar. Gesprekken met mensen die in 2019 het verschil hebben gemaakt. Donderdag: Otobong Nkanga.

De Tijd blikt terug op 2019

Lees verder

Advertentie
Advertentie