interview

‘Beethoven kijkt over mijn schouder mee, ja'

Jan Caeyers. ©Brecht Van Maele

2020 staat in het teken van Ludwig van Beethoven (1770-1827). De wereld herdenkt zijn 250ste geboortedag. Voor dirigent Jan Caeyers is de componist een man die eindeloos grenzen verlegde.

Onderweg naar zijn bureau in zijn huis in Boutersem passeren we een boekenkamer. Jan Caeyers (66) wijst naar een lange kast. ‘Alleen maar boeken en documentatie over Beethoven’, zegt hij. Caeyers schreef tien jaar geleden zijn eigen Beethovenbiografie. Het boek, dat in november in een geüpdatete versie opnieuw is uitgegeven, werd een bestseller. Caeyers zette de componist neer als een briljante man van vlees en bloed. De biografie las als een trein. En vooral: je kreeg nog meer zin om de muziek van Beethoven te ontdekken.

Caeyers neemt de complimenten graag in ontvangst. ‘Dat boek heeft mijn leven veranderd. In de ogen van veel mensen is een boek schrijven iets indrukwekkends. Je kunt je niet voorstellen hoeveel lezers de voorbije jaren contact met me hebben opgenomen om hun blijdschap over het boek te uiten. Op de een of andere manier krijg je een andere status. Misschien omdat een boek tastbaar en blijvend is. Een concert is vluchtig, het waait weg. De biografie vergrootte ook mijn status als Beethovenexpert. Met het Beethovenjaar in aantocht vindt iedere documentairemaker dat hij bij mij moet zijn.’

Heeft het boek uw verhouding met Beethoven ook veranderd?
Jan Caeyers: ‘Ja. Ik ben hem nog meer gaan bewonderen, en tegelijk gaan relativeren. De grote kracht van de biografie is volgens mij dat ik ze in volledige onafhankelijkheid heb geschreven. Toen ik eraan begon, hoorde ik weleens: je bent gek, er bestaan al zo veel biografieën over Beethoven. Maar daar gaat het niet om. Het boek is mijn versie van de feiten. Een biografie schrijven is geen deurwaardersexploot, geen opsomming van feiten. Je maakt een keuze uit de anekdotes die je wilt vertellen. De specialisten van de Stiftung Beethoven-Haus zijn voor de heruitgave en de promotie tot officiële biografie van het Beethovenjaar met een fijnmazige kam door het boek gegaan. Ze hebben tot mijn tevredenheid niet veel fouten gevonden.’

Iedere chef-dirigent meent dat hij volgend jaar een Beethoven symfonie moet opvoeren. Er komt veel middelmatigs op ons af.
Jan Caeyers
dirigent en musicoloog

Hoe bent u in Beethoven geïnteresseerd geraakt?
Caeyers: ‘Ik heb het gevoel dat Beethoven altijd in mijn leven is geweest. Mijn vader, een turnleraar, was een bevlogen amateurmuzikant. We hadden thuis een buffetpiano waarop die grote bekende buste van Beethoven stond. Dat beeld is een van mijn vroegste herinneringen. Ik weet nog dat ik het in de kleuterklas vreemd vond dat mijn klasgenootjes thuis geen piano en geen buste van Beethoven hadden. Mijn vader had een uitgebreide platencollectie, met muziek van onder meer Beethoven. Ik luisterde daar als kind naar. Het heeft even geduurd voor ik begreep dat dat abnormaal was. En het heeft nog langer geduurd om erachter te komen dat Beethoven mijn levensmissie was.’

Hoe bedoelt u?
Caeyers: ‘Mijn vader wilde dat ik burgerlijk ingenieur werd - ik was nogal goed in wiskunde. Ik had daar geen zin in. Uiteindelijk ben ik aan de universiteit musicologie gaan studeren, in combinatie met piano en dwarsfluit aan het Conservatorium van Antwerpen. Het plan was om na een jaar te kiezen wat me het best lag. Maar ik heb nooit gekozen: ik heb zowel een wetenschappelijke carrière uitgebouwd als professor in de musicologie, als een muzikale als dirigent.’

Dat lijkt me de ideale wereld.
Caeyers: ‘Dat zou je denken. Maar dat is het helemaal niet. De wetenschap van de muziek en de uitvoeringspraktijk hebben weinig raakvlakken met elkaar. De wereld van de musicologie is nogal hermetisch en intellectueel, met eigen wetten en geplogenheden. Ik heb die zelf mee in stand gehouden, hoor. Ik pleit mezelf niet vrij. Met de realiteit van de uitvoeringspraktijk heeft dat weinig te maken. In de muziekwereld werd ik ook argwanend bekeken. Mijn uitvoeringen werden vaak ‘analytisch’ genoemd. Omdat ik zogezegd een intellectueel was. Ik heb zelf nooit een onderscheid gemaakt. Het boek is daar het beste bewijs van. De twee werelden komen er samen in een snijpunt.’

Wanneer bent u erachter gekomen dat Beethoven uw levensmissie was?
Caeyers: ‘Toen ik in Wenen ging studeren voor mijn dirigentenopleiding. Ik heb daar een jaar lang de muziek van Beethoven geanalyseerd. Mijn professor, Karl Heinz Füssl, zei: als je Beethoven begrijpt, begrijp je de wetten van de kunst. Toen is het mij beginnen te dagen hoe belangrijk Beethoven voor me was. Er speelde in Wenen nog iets anders. Mijn vader is daar tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter heen gestuurd om te werken. Hij zat niet vast in een concentratiekamp, maar het was wel zwaar. Alleen op zondag was hij vrij. Hij ging dan in het Praterpark luisteren naar de orkestjes die in de kiosken muziek speelden. Toen ik er jaren later zelf studeerde, had ik het gevoel dat ik dicht bij mijn roots kwam. Door het verleden van mijn vader.’

Waarom is Beethoven zo belangrijk?
Caeyers: ‘In de eerste plaats omdat hij zo veel prachtige muziek heeft geschreven, in uiteenlopende disciplines. Beethoven beschikte over een oneindige verbeeldingskracht en een oneindig vermogen om die verbeeldingskracht om te zetten in vormen. Je vindt zo geen vijf andere componisten. Bach en Mozart konden dat ook. Maar Beethoven ging een stap verder. Kent u iets van voetbal?’

Standardsupporter. Ja dus.
Caeyers: ‘Mozart was als Johan Cruijff, een briljante voetballer. Hij zag en dacht sneller dan de rest. Maar Cruijff veranderde het spel niet. Beethoven wel. Die dacht: als we nu eens afstapten van een rechthoekig veld. Misschien is een trapezium wel leuker? En als we nu eens met 9 tegen 13 gingen spelen. En met twee ballen. Wat zou dat allemaal niet geven? Dat deed hij. Er is geen componist geweest die zo grondig de grenzen van de muziek heeft verlegd. Daar komt nog bij dat Beethoven ook maatschappelijk een grote rol speelde. Hij leefde in een kantelmoment van de geschiedenis. De industriële revolutie kwam eraan. Het ancien régime verdween. En dan komt hij met een statement dat tot vandaag zijn kracht heeft bewaard: zijn negende symfonie. Een pamflet tegen de oorlog. Alle mensen zijn broeders. Dat was revolutionair.’

Beethoven werd gaandeweg doof. Kunt u nog eens uitleggen waarom dat geen probleem was om te componeren.
Caeyers: ‘Hij is niet doof geboren. Alle klanken had hij kunnen assimileren. Vergelijk het met een blinde. Als die ooit heeft kunnen zien, kan hij nog altijd een lamp tekenen. Met Beethoven was het net zo. De muziek zat in zijn hoofd. Hij had het grote voordeel dat hij perfect kon opschrijven wat in zijn hoofd werd gecreëerd. Veel componisten hebben het daar lastig mee. Ze worden vaak kregelig als een orkest niet speelt wat ze in hun hoofd hebben. Maar dat komt doorgaans doordat ze hun eigen creaties niet goed kunnen opschrijven. Toen Beethoven, een briljant concertpianist, zijn gehoor verloor, werd componeren zijn enige uitlaatklep. Het lijkt wel dat hij toen begon te schrijven voor een virtueel publiek. Een publiek dat nog niet bestond. Daarom klinkt hij vandaag in veel van zijn latere werken zo hypermodern en hedendaags.’

Met uw orkest Le Concert Olympique bent u gespecialiseerd in de muziek van Beethoven. Is zo’n Beethovenjaar bedrijfsmatig een zegen?
Caeyers: ‘Natuurlijk, hoewel het orderboekje voor 2021 en 2022 beter gevuld is dan dat voor 2020. Iedere chef-dirigent meent dat hij volgend jaar zijn Beethovensymfonie moet opvoeren. In alle bescheidenheid: niet ieder orkest is daartoe bekwaam. Er komt veel middelmatigs op ons af.’

Hoe maakt u met uw orkest het verschil met alle andere?
Caeyers: ‘Het gaat om de interpretatie van de muziek. Je moet als dirigent vertrekken van de partituur. Dat is de basis. Om de partituur te kunnen interpreteren, moet je goed vertrouwd zijn met de muziek. Daarom is het een groot voordeel om je als dirigent en orkest te specialiseren in één componist. Mozart, Beethoven, Verdi, Sjostakovitsj, ze vereisen stuk voor stuk een specifieke benadering. Wij maken het verschil met Beethoven omdat we hem door en door kennen.’

Vraagt u zich weleens af wat Beethoven van uw opvoeringen zou denken?
Caeyers: ‘Ik ben daar voortdurend mee bezig. Ik ga de jongste jaren wat vrijer met zijn muziek om, omdat ik zijn speelveld steeds beter begrijp. Dan denk ik: misschien was het bij hem niet zo, maar toch doe ik het. Ook bij het schrijven van het boek had ik voortdurend het gevoel dat hij over mijn schouder meekeek. Ik dacht weleens: met welk recht zit ik zijn leven op te schrijven? Ik, wiens talent in de verste verte niet kan tippen aan dat van Beethoven. Ik heb daarmee geworsteld. Absoluut.’

In onze eindejaarsreeks 'De toegift' blikken we terug op het culturele jaar. gesprekken met mensen die in 2019 het verschil hebben gemaakt. Morgen: orkestdirecteur Jan Raes

Lees verder

Advertentie
Advertentie