Christophe Busch: 'Er dreigt Holocaustvermoeidheid'

©Brecht Van Maele

Zijn motto is verbinding, maar na zeven jaar als directeur brak volkerenmoordexpert Christophe Busch (42) met ‘zijn’ Dossinkazerne na oplopende spanningen met het joodse bestuur. ‘Ik ben in een soort polarisatie beland.’

Toen hij in 2012 werd aangesteld als operationeel directeur van de vernieuwde Dossinkazerne in Mechelen was Christophe Busch de geknipte kandidaat: een criminoloog gespecialiseerd in holocauststudies, met ruime ervaring in de behandeling van daders in de forensische psychiatrie.

De mediagenieke Busch bouwde de Dossinkazerne - zowel een holocaustmonument als een museum en mensenrechtencentrum - uit tot een broedplaats van reflectie en uitwisseling. Hij adviseert justitie over deradicalisering, zette een vorming op over mensenrechten die door 10.000 rekruten van de politie werd gevolgd en leidde, op vraag van een rechter, Dries Van Langenhove, de posterboy van nieuw extreemrechts, rond in het museum.

Kort

Christophe Busch is criminoloog van opleiding en een expert in dadergedrag bij collectief geweld. Van 2012 tot november 2019 was hij de algemeen directeur van het museum Kazerne Dossin in Mechelen. Hij werkte 12 jaar in de forensische psychiatrie en heeft naast zijn diploma criminologie (UGent) een master in de Holocaust en Genocide Studies (Universiteit van Amsterdam). Hij is ook de oprichter van het Network on Radicalisation & Polarisation (UFUNGU).

In de pers klonk lof, maar achter de schermen groeide de spanning met het dagelijks bestuur, dat bestaat uit de voorzitter Diane Vestraeten, de liberale politicus Claude Marinower en de N-VA’er André Gantman, en met vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap.

Op 4 november nam Busch plots ontslag. Wekenlang onthield hij zich van commentaar, ook omdat hij een dading sloot over zijn vertrek en dus niet op zijn ontslag mag ingaan. Maar de commotie ging niet liggen. In december werd vredesactiviste Brigitte Herremans, die actief is in Palestina, op het nippertje door het bestuur van een prijsuitreiking door Pax Christi geweerd. De historicus Bruno De Wever dreigde met ontslag uit de wetenschappelijke raad van het museum.

Het bestuur vond dat u als directeur uw boekje te buiten ging, en dat in de Dossinkazerne in de eerste plaats het lijden van de joodse gemeenschap centraal moet staan. Bent u daarom opgestapt?
Christophe Busch: ‘Ik ben opgestapt omdat te veel negatieve energie ging naar de voortdurende discussie met het dagelijks bestuur. Voor mij is het evident dat het lijden van de joodse gemeenschap op deze belangrijke plek centraal staat, maar het is geen ‘zero sum game’ - alsof het opzetten van bredere activiteiten de aandacht voor het slachtoffer automatisch doet afnemen. In ons educatieve programma gaat het niet altijd rechtstreeks over de Holocaust, maar wel over de mechanieken van radicalisering en polarisering die tot genocide hebben geleid. Maar dat lag dus gevoelig. We genereerden veel aandacht en bezoekerspotentieel: allemaal mensen die naar het museum kwamen en de permanente expo over de Holocaust bezochten. De mediawaarde van de Dossinkazerne is gestegen van 4 naar 26 miljoen, blijkt uit een impactmeting. Maar als ik mij op tv uitsprak over Syriëstrijders, kreeg ik de vraag: ‘Wat heeft dat met ons, de joodse gemeenschap te maken?’

Wanneer was voor u duidelijk dat het stopte?
Busch: ‘Op een gegeven moment ben ik in een soort polarisatie beland. Ik heb op maandag mijn ontslag ingediend, vanuit de veronderstelling dat ik mijn opzeg van vier maanden zou doen, om de continuïteit en de overdracht te verzekeren. Donderdag is de voorzitster komen melden dat ik mijn boeltje mocht pakken. Die reactie is een beetje conform, zeg maar. Ik heb nog een brief met de details over mijn ontslag naar de raad van bestuur gestuurd. Die openbaar maken zou de druk nog verhogen en ik denk dat niemand daarbij wint. Ook bij een afscheid van een Holocaustmemoriaal past enige sereniteit.’

Hebt u van het bestuur ook steun gekregen?
Busch: ‘Ik kreeg diverse reacties. Ik maak nu een heel rationele analyse, maar als academicus kijk je anders naar het museum dan wie in de Tweede Wereldoorlog zijn grootouders heeft verloren. Het emotionele en het rationele is in die discussie innig verstrengeld. Bij een deel van de joodse gemeenschap groeit ook angst, gekoppeld aan antisemitisme, in de zin van: we hebben zo lang moeten strijden voor ons museum en nu wordt het gevuld met zaken die niets met ons te maken hebben.’

‘Ik heb via mijn functie veel joodse mensen leren kennen en meermaals gehoord dat sommigen zichzelf elk jaar de vraag stellen: blijven we hier? ‘De Holocaust heeft ons geleerd dat je niet te lang moet wachten’, vertelden ze. Dat heeft me geshockeerd, maar het is de context waarover joodse mensen spreken, de context ook van de paniekerige reacties op een joodse spotwagen tijdens Aalst Carnaval. Die mensen kennen die beelden. Zij zeggen: ‘Daarmee is het 60 jaar geleden begonnen.’’

Was het vanaf het begin moeilijk werken?
Busch: ‘Dat spanningsveld was er altijd. Toen mijn voorganger, Herman Van Goethem, in het museum voor het eerst aandacht aan de daders besteedde, kwam er ook felle tegenkanting. Maar in het verleden was er meer evenwicht in de overtuiging dat het naast een Holocaust-memoriaal ook een mensenrechtenmuseum was, met aandacht voor het geweldsproces.’

2020 wordt het jaar van wederkerige radicalisering, waarbij het extremisme van de ene groep werkt als trigger voor het extremisme van de andere groep.
Christophe Busch

‘In het dagelijkse bestuur zijn er mensen weggevallen en gekomen. Tegelijk staat de samenleving meer onder druk door gebeurtenissen als Aalst Carnaval. Ik kreeg vanuit meerdere hoeken de vraag mij publiekelijk uit te spreken. Ik heb gezegd dat antisemitisme via entertainment de samenleving insluipt. Dat hebben we geleerd uit de Tweede Wereldoorlog. Sommigen meenden dat mijn reactie repressiever moest zijn, maar ik vond dat dat aan andere diensten was.’

Bedoelt u dat u de vraag kreeg klacht in te dienen tegen de carnavalsgroep die een kar met karikaturen van joden had gebouwd?
Busch: ‘Daar wil ik niet op ingaan. Mijn reactie was vooral dat we nog meer moeten inzetten op educatie en kennis om mensen te helpen de vele lagen van het Holocaustverhaal te zien.’

Een Holocaustmuseum dat alleen over slachtoffers wil spreken brengt een lezing van de geschiedenis die...
Busch: (vult aan) ‘Niet meer reëel is. Als de conclusie is dat de Duitsers demonische nazi’s waren, kunnen wij zelf niet langer het kwaad zijn en dan ontken je het geweldspotentieel in elke samenleving.’

Uw motto is verbinding, maar u kon het bestuur niet overtuigen van uw visie. Bent u mislukt?
Busch: ‘Er is gepleit voor een splitsing van het museum in herdenking en educatie, maar ik vind het koppelen van die twee juist een versterking. Volgens mij gaat het over hetzelfde: mensenrechten, ethiek, internationaal strafrecht. Dat is allemaal op scherp gesteld na de Holocaust en ook vandaag staan die zaken onder druk. In die zin is mijn streven naar verbinding inderdaad mislukt.’

‘We zijn er wel in geslaagd veel meer verschillende gemeenschappen aan de instelling te binden. Ik ben bezorgd dat dat zal afnemen door die engere benadering louter vanuit het slachtoffer, omdat je het onderwerp niet meer relevant genoeg voor andere doelgroepen maakt. Dan dreigt Holocaustvermoeidheid: ‘Ze zijn daar weer met hun Holocaust.’’

Vreest u dat uw werk verloren gaat?
Busch: ‘10.000 van de 44.000 politieagenten hebben bij ons een vorming gevolgd. Dat gaat niet weg. We zijn ook trekker geweest van een polarisatienetwerk, met als opzet de expertise over polarisatie en radicalisering met veel partners te delen. Als het museum beslist die leiding te lossen, zal iemand anders overnemen. Want de polarisatie is niet weg, integendeel. Ik hoor van alle actoren dat het alleen maar erger is geworden.’

We zagen in 2019 een opflakkering van extreemrechts geweld met de moord op de Duitse politicus Walter Lübcke en aanslagen in de VS. Wat verwacht u van het nieuwe jaar?
Busch: ‘2020 wordt het jaar van wederkerige radicalisering, waarbij het extremisme van de ene groep werkt als trigger voor het extremisme van de andere groep. Bij ons is dat vooral gevaarlijk op het spanningsveld tussen reli-gieus geïnspireerde radicalisering, die niet weg is, en rechts-extremisme, dat we als samenleving op dit moment nog aan het erkennen zijn. Maar daar kan nog een laag bovenop komen: het terrorisme geïnduceerd door het klimaat zal ontstaan. Dat kan bijna niet anders.’

U verwacht ook een extremere reactie uit linkse hoek.
Busch: ‘De klimaatextremisten sluiten ideo-logisch meer aan bij links of de anarchisten. Er kan ook een groep bijkomen, zoals de gele hesjes, van wie nog niet duidelijk is wat ze precies willen. Ook zij worden geïnfiltreerd door anarchistische groeperingen, omdat het een uitgelezen publiek is om te rekruteren in het verzet tegen de staat. Die groepen kunnen elkaar triggeren.’

Wat gaat u dit jaar zelf doen?
Busch: ‘Ik werk momenteel aan mijn doctoraat en maak plannen die neerkomen op het werken aan de sociale cohesie vanuit mijn kennis van daderhulpverlening, radicalisering en polarisatie. Want de uitdaging is vandaag torenhoog.’

De Tijd blikt terug op 2019

Lees verder

Advertentie
Advertentie