Colson Whitehead: ‘Amerika is altijd racistisch geweest'

©EPA

De Amerikaan Colson Whitehead schreef met ‘De jongens van Nickel’ dé roman van 2019. Een gesprek over succes, racisme en het jaar van het ontwaken. ‘Politici komen en gaan, onze planeet is voor de eeuwigheid.’

De roman ‘De ondergrondse spoorweg’ katapulteerde Colson Whitehead drie jaar geleden naar het literaire sterrendom. Het boek, een gitzwarte alternatieve geschiedenis van de slavernij, werd bekroond met de National Book Award en won de nog prestigieuzere Pulitzer Prize. Na Toni Morrison is de New Yorker de tweede Afro-Amerikaanse schrijver die beide trofeeën in de kast heeft staan.

Afgelopen zomer verscheen zijn eerste roman sinds ‘De ondergrondse spoorweg’. ‘De jongens van Nickel’ bouwt voort op het onderwerp slavernij. Whitehead onderzoekt het trauma waarmee de afstammelingen van de slaven zijn opgezadeld. Het decor is Nickel, een tuchtschool in Florida in de jaren 60, de tijd van de burgerrechtenbeweging. Elwood en Turner zijn twee zwarte jongens die willen ontsnappen uit het verbeteringsgesticht omdat ze er hetzelfde brute geweld moeten ondergaan als tijdens de slavernij.

Martelscènes

Het boek over diepgeworteld racisme mengt fictie en non-fictie. Voor Nickel stond een echte school in Florida model, waar de stoffelijke overschotten van gemartelde jongemannen werden opgegraven. Elwood en Turner zijn verzonnen, sommige martelscènes niet. Elwood wordt zo hard geslagen met de riem ‘black beauty’ - een troetelnaam van de leerkrachten - dat het stof van zijn broek zich in het vlees van zijn benen nestelt.

Ik ben gewoon een kerel die de hele dag thuiszit, weird shit bedenkt en dat opschrijft.

Zo ging het er effectief aan toe op de Arthur G. Dozier School, typ op YouTube de woorden ‘black’, ‘boys’ en ‘dozier’ in. En kijk. Of kijk weg. Whitehead bezocht de tuchtschool nooit - uit colère en zelfbescherming. Toch is ‘De jongens van Nickel’ geen boos boek. De toon is ingetogen en waardig, de onversaagdheid van beide jongens snijdt de adem af, net als de finale waarin de lezer op geniale wijze op het verkeerde been wordt gezet.

De Nederlandse vertaling ging meer dan 12.000 keer over de toonbank. Ook op de redactie van De Tijd ging ‘De jongens van Nickel’ vlot rond. De roman kwam het vaakst terug in de lijstjes die redactieleden instuurden voor onze boekenspecial.

‘Mooi zo’, zegt Whitehead aan de telefoon vanuit zijn werkkamer in East Hampton. ‘Na ‘De ondergrondse spoorweg’ begon een nieuwe episode in mijn carrière. Ik mag van geluk spreken dat zo veel mensen zulke boeken willen lezen. Het is voor mij even plezierig dat mijn oude boeken eindelijk worden opgepikt. Dat betekent dat het goede boeken waren. Ik was niet de enige die dat vond toen ze uitkwamen, de recensenten schreven het ook. (lacht)

Time

Wat de populariteit en de credibiliteit van de New Yorker ongetwijfeld een boost heeft gegeven, is dat zijn kop afgelopen zomer de cover van het weekblad Time sierde, een week na Donald Trump en voor de Israëlische politieke leider Benjamin Netanyahu. ‘Dat was behoorlijk bizar, ja. Het is niet het eerste waaraan je denkt als je aan een boek schrijft. In feite betekent het gewoon dat mensen begrijpen waarom ik ‘The Nickel Boys’ wilde schrijven en wat ik ermee bedoel. Nogmaals: ik ben elke dag weer blij verrast dat ik boeken mág schrijven die mensen willen lezen.’

Hij klinkt haast gênant nederig, omdat hij nog maar de vierde zwarte schrijver was op de omslag van Time, als je bovendien weet wat in witte blokletters op zijn zwarte dreadlocks stond afgedrukt: ‘America’s storyteller’. Amerikanen zwaaien niet kwistig met die lof. Bob Dylan en Bruce Springsteen gelden in de popcultuur als grote Amerikaanse verhalenvertellers, Martin Scorsese en Orson Welles in de cinema, Philip Roth, Toni Morrison, Harper Lee en John Steinbeck in de letteren.

Past hij in dat rijtje? ‘Ik ben gewoon een kerel die de hele dag thuiszit, weird shit bedenkt en dat opschrijft. Dat zeg ik niet uit valse bescheidenheid. Kom maar eens langs op een werkdag. Dan zie je hoe ik werk: in een vuil, rommelig kantoor tussen primitieve scratchings on paper. Áls je me al aan mijn schrijftafel aantreft. Voor hetzelfde geld lig ik down op de bank omdat ik weer eens geen halve zin op papier krijg.’

Toni Morrison haalde ook ooit de cover van Time. De kroniekschrijver van zwart Amerika, en de eerste zwarte vrouw die de Nobelprijs voor Literatuur kreeg, overleed dit jaar. Een Amerikaanse literatuurprofessor noemde Whitehead na haar begrafenis de meest vooraanstaande kroniekschrijver van zwart Amerika. Een groot compliment of een loden last? Hij ontwijkt de vraag met een anekdote over de schrijfster. Hij sloeg ooit een uitnodiging af om met haar een kop koffie te drinken. ‘Ik vond mezelf niet achtenswaardig genoeg om in één ruimte te zitten met Toni Morrison.’ Maar dat was in 2008. Had hij het nu wel aangedurfd? (fijntjes) ‘Ik ben vorige maand vijftig geworden. Ik worstel nu minder dan vroeger met bepaalde onzekerheden.’

We laten neonazi’s in Virginia marcheren en witte nationalisten mensen afknallen in synagogen en Afro-Amerikaanse kerken. Trump heeft die mensen niet uitgevonden, maar hij is wel verantwoordelijk voor het maatschappelijk klimaat waarin ze hun racistisch geweld plegen.
Colson Whitehead
Schrijver

Zou het kunnen dat Whitehead helemaal niet in een vakje wil worden geduwd, en zeker niet het literaire gezicht wil zijn van de racistische geschiedenis van zijn land? Hij kent zijn plaats maar al te goed. In tegenstelling tot andere Afro-Amerikanen groeide hij op in een blanke, hogere middenklassewereld. Zijn ouders runden in New York een rekruteringsbedrijf voor leidinggevenden. Hij ging naar een prestigieuze privéschool en werd na zijn studies aan Harvard recensent voor het hippe stadsmagazine The Village Voice. Zijn eerste roman ‘De intuïtionist’ was een absurdistisch relaas over de eerste zwarte vrouwelijke liftinspecteur. Hij schreef ook over zombies, poker en de popcultuur in de jaren 80. En zijn volgende roman wordt een krimi over een privédetective.

En toch. In de meeste van zijn boeken voor ‘De ondergrondse spoorweg’ en ‘De jongens van Nickel’ speelde de rassenkwestie ook al een rol, zij het misschien meer zijdelings. Waarom durfde hij pas bij zijn zesde boek zo onbedekt over slavernij en racisme schrijven? ‘Op mijn dertigste voelde ik me niet matuur genoeg om over slavernij te schrijven met de waardigheid die zo’n complex onderwerp verdiende. Ik was ook technisch niet genoeg onderlegd, vond ik. Als een idee 14 jaar op je wacht en op een dag voel je je klaar, dan moet je je gevoel volgen.’

De planeet is meer voor de eeuwigheid dan een veranderende politieke wind.

Bijna was het bij één boek gebleven over de racistische geschiedenis van zijn land. Na ‘De ondergrondse spoorweg’ had hij zijn zinnen op een ander onderwerp gezet, tot Donald Trump en niet Hillary Clinton in 2016 president van het diep verdeelde Verenigde Staten werd. ‘We kwamen van Barack Obama, een periode van hoop en voorzichtig optimisme. Toen Trump verkozen werd, zat ik geklemd tussen dat optimisme en een gigantisch pessimisme over de weg die Amerika onder Trump ging inslaan. Elwood en Turner vertegenwoordigen dat dilemma. Elwood wordt geïnspireerd door de Amerikaanse burgerrechtenbeweging en de toespraken van Martin Luther King. Turner is een pak cynischer en pessimistischer.’

Is Amerika een racistischer land geworden onder Trump? ‘Amerika is altijd racistisch geweest. Als je naar de feiten kijkt, lijken er weinig redenen voor optimisme te zijn. We laten neonazi’s in Virginia marcheren en witte nationalisten mensen afknallen in synagogen en Afro-Amerikaanse kerken. Trump heeft die mensen niet uitgevonden, maar hij is wel verantwoordelijk voor het maatschappelijk klimaat waarin ze hun racistisch geweld plegen.’

En wat te denken van het institutionele racisme van andere politici, zoals de Democratische presidentskandidaat Joe Biden die tijdens een debat de rassensegregatie in de jaren 70 in de staten Mississippi en Georgia relativeerde? Of de Republikeinse fractieleider in de Senaat die zich kant tegen herstelbetalingen aan de nazaten van zwarte slaven? ‘Dat heeft niets met mijn boek te maken’, klinkt het afgemeten.

Hoop

Het mag duidelijk zijn: Whitehead wil niet too hard into politics gaan. Hij is geen verkozen vertegenwoordiger van het volk, wel een schrijver van romans waarin hij hoopvol probeert te zijn. Zonder hoop, zegt hij, is er alleen stilstand. ‘Daarom geloven mijn twee hoofdpersonages dat er ondanks de miserie en het geweld een betere plek bestaat op deze wereld.’

Hoe kijkt hij, terugblikkend op 2019, naar de toekomst? ‘Van de wereld of van de planeet? We zitten in een periode in de geschiedenis waarin rechtse demagogen, of het nu Trump is of zijn collega’s in Brazilië, Polen of het Verenigd Koninkrijk, de lakens uitdelen. Of Trump nu herkozen wordt of niet, dat blijft een kortetermijnprobleem tegenover de echte uitdaging die we dringend moeten aanpakken: de opwarming van de aarde. Politici komen en gaan. De planeet is meer voor de eeuwigheid dan een veranderende politieke wind. Ik hoop dat we binnen enkele jaren zeggen dat 2019 het jaar van het ontwaken was, het jaar waarin we de moed toonden te stoppen met wegkijken.’

Donderdag: Muziekmanager Dirk De Clippeleir

Lees verder

Advertentie
Advertentie