‘Ik was mezelf een beetje beu geworden'

Jan Raes ©Siska Vandecasteele

Na elf jaar is Jan Raes bezig aan zijn laatste dagen als manager van het Koninklijk Concertgebouworkest in Amsterdam. Is Bozar de volgende halte? ‘Hoelang kan je wachten op politici?’

De kasten van zijn kantoor in Amsterdam heeft hij deze week leeggemaakt. ‘Een nostalgisch moment. Wat neem ik mee, wat laat ik liggen?’, zegt Jan Raes (60) achter een kop thee in de brasserie van het Centraal Station in Antwerpen. Elf jaar heeft de Antwerpenaar aan het hoofd gestaan van het Amsterdams Concertgebouworkest, een van de allerbeste symfonische orkesten. In mei kondigde hij zijn ontslag aan. ‘Ik ben met het orkest door de mooiste landen van de wereld gereisd, hoorde de mooiste muziek op aarde. Ik laat fantastische collega’s achter, sommigen zijn vrienden geworden. Ik hoop hen nog te zien.’

Woensdag hoorde Raes het Koninklijk Concertgebouworkest de ‘Negende’ van Beethoven spelen op zijn allerlaatste kerstmatinee als directeur. Een traditie die hij gaat missen. ‘Toevallig de ‘Negende’, hoor’, dekt hij zich in. ‘Normaal doen we met het orkest niet mee aan verjaardagen van grote componisten. (Volgend jaar is het 250 jaar geleden dat Beethoven geboren werd, red.) Maar het is zo’n geniaal werk, én het sluit aan op de urgentie van de Europese gedachte.’

Ik vind Stromae waarachtiger dan sommige operazangers die altijd hetzelfde kunstje opvoeren.
Jan Raes
Afscheidnemend manager van het Koninklijk Concertgebouworkest

Op 17 januari volgt zijn definitieve afscheid in het Koninklijk Concertgebouw. Raes koos ‘Prometheus’ uit, een vrij radicaal muziekstuk van de Russische componist Alexander Skrjabin. Een statement. ‘Skrjabin was een zoeker, hij componeerde erg zintuiglijk, zelfs een keer met geuren. Wij doen een Europese première zoals hij het ooit heeft gedroomd, met computers waarmee zijn toegevoegde lichtpartituur op honderden sleutelmomenten de ruimte zal vullen. Het wordt geen hapklare brok. Maar daar doe ik het net voor.’

‘Kunst moet risico’s durven te nemen, en niet altijd op zoek gaan naar behaagzucht. In Nederland doet klassieke muziek dat toch steeds wat meer dan in België. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik hier zo lang mocht werken. Alleen: Nederland is nog Angelsaksischer geworden. Sinds de besparingen acht jaar geleden is de focus verschoven naar meer eigen inkomsten. Er is meer ondernemerschap en ambitie. Dat is goed - ik probeer altijd de positieve kanten te zien. Nederlanders geven trouwens betrekkelijk veel geld aan cultuur. De geslaagde calvinist geeft makkelijk iets terug aan de maatschappij, zeg maar.’

Alleen is de slinger te ver doorgeslagen. ‘Theaters en concertzalen programmeren safer dan vroeger. Veel beleidsmensen zetten kunst en entertainment op dezelfde lijn. Ik heb niets tegen entertainment, maar het is niet hetzelfde als kunst. Je mag dat niet verwarren.’ Daarom wil hij zijn publiek niet louter en alleen vermaken op zijn afscheidsconcert. Het is een voor de hand liggend bruggetje naar een onderwerp dat op ons lijstje stond, en waar we niet zelf over moeten beginnen: de cultuurbesparingen in Vlaanderen. ‘Vlaanderen en België missen ambitie.’

Hebt u de debatten gevolgd?
Jan Raes: ‘Ik ben verslaafd aan internationaal nieuws en lees nog altijd twee Belgische kranten per dag. De Vlaamse regering wil excelleren, lees ik. Dat mag. Je moet dat woord koesteren. Maar je kan ook excellent zijn in het experiment, in het laboratorium. Een overheid moet in durvers en kleine organisaties investeren. Kunst hoort ook een vrijplaats te zijn om iets te laten mislukken. Er is geen democratie als je geen polyfonie van innovatie toelaat.’

‘Ik hoor zo weinig ambitie in dit land. Waar wil het in 2035 staan? Op het vlak van kunst, onderwijs, mobiliteit? Elk succesverhaal - van een regio, een bedrijf, een culturele instelling of wat dan ook - is gebaseerd op een ‘purpose’. Wat zijn de langetermijndoelstellingen? Waar willen jullie naartoe? Ik zie het niet. Wat ik wel zie, is een politieke klasse die de boel een beetje bijeen probeert te houden. In een moeilijk land, dat hoor je me niet ontkennen.’ (lacht)

Waarom stopt u na elf jaar in Amsterdam?
Raes: ‘Het is misschien een scheefgetrokken vergelijking, maar voor een coach van Barcelona of Manchester City is drie jaar een behoorlijk lange tijd. Ik was elf jaar de coach van een orkest met 26 nationaliteiten. Topspelers, grote ego’s ook. Ik denk dat ik mag zeggen dat ik veel heb geïnnoveerd. Ik heb het orkest en het publiek verjongd, moeilijke programma’s en nieuwe formats geïntroduceerd, grote projecten gerealiseerd, meer privégeld gevonden.’

‘We spelen op een hoger niveau. Dat vraagt energie. Ik was mezelf een beetje beu geworden. Als je ’s morgens al weet wat je om halfvier gaat zeggen op een vergadering, en de andere kant van de tafel ook. Tja… Waarachtigheid, daar gaat het om. Ik vind Stromae waarachtiger dan sommige operazangers die altijd hetzelfde kunstje opvoeren. Als je déja vu’s begint te krijgen, moet je opstappen.’

Zijn vertrek had niets te maken met #gattigate. In de zomer van 2018 maakte de leiding van het Concertgebouworkest bekend afscheid te nemen van chef-dirigent Daniele Gatti, die pas twee jaar chef was en nog maar de zevende chef-dirigent in de 130-jarige geschiedenis van het beroemde orkest. Zijn contract was net verlengd. Na een publicatie in The Washington Post, waarin de Italiaan werd beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag in 1996 en 2000, hadden enkele vrouwen in het orkest melding gemaakt van recent ongepast gedrag.

Gatti werd zonder extern onderzoek aan de deur gezet. Niet iedereen in het orkest was het met die kordate beslissing eens. Raes kreeg kritiek op zijn crisismanagement en communicatie. De zaak werd in april dit jaar juridisch gesloten. Een kleine maand later kondigde onze landgenoot zijn ontslag aan. ‘Ik wilde al weg voor de affaire totaal onverwacht losbarstte. Sommige intimi waren daarvan op de hoogte. Maar ik kon als kapitein het schip niet verlaten, vond ik - het ging om respect, de bescherming van mijn werknemers! Ik wilde pas vertrekken toen het dossier juridisch was afgesloten.’

Hoe kijkt u terug op #gattigate?
Raes: ‘Er is al zo veel over gezegd en geschreven. Daniele Gatti is een groot dirigent. Een aantal leden van het orkest is vanzelfsprekend triest dat hij weg is. Maar het was een unanieme beslissing van de raad van bestuur en de ondernemingsraad. We hebben gedaan wat we moesten doen. We kunnen onszelf recht aankijken in de spiegel. Vandaag zou ik, met de unanieme steun van spelers en stafleden, hetzelfde doen. Ik voel nu weer rust in de geledingen, dat is wat telt vandaag. Volgende vraag, graag.’

Kunt u na al die jaren nog altijd genieten van concertmuziek?
Raes: ‘Je wordt natuurlijk strenger als je veel hebt gehoord. Maar ik kan echt nog wel ontroerd geraken als iets heel goed is, of als ik een laag ontdek die ik niet kende.’

‘Wat me na al die jaren blijft fascineren, is hoe een concert altijd het klinkende resultaat is van een organisatiemodel. Ik kan daar uren over praten. Ik heb er trouwens een boek over geschreven. Hoe behoudt iedereen zijn niveau? Hoe maak je mensen beter, zonder dat ze angst hebben? Een symfonisch orkest is, net als een voetbalploeg of eender welke organisatie, meer dan de topspelers op het veld. Iedereen moet op het puntje van zijn stoel zitten, niet alleen de leiders. Je moet ieders rol ter discussie durven te stellen. Daarom zetten we de meeste musici elke week op een andere plaats, zodat ze niet in routine vervallen.’

‘Ik ben een groot voorstander van wisselend leiderschap in werkteams. We spelen bijna elke week met een andere dirigent, waardoor je bereid bent die andere taal te volgen. We zetten mensen bij elkaar op basis van technische parameters - tempowisselingen, toonkleur. Passen hoorns uit Amerika en Duitsland bij elkaar? En wat doe je als iemand niet meer voldoet? We huren veel psychologen en coaches in.’

Waar komt die fascinatie voor organisatiemodellen vandaan?
Raes: ‘In mijn jeugd was ik op het voetbal kapitein en amper twintig toen ik in het orkest van Jeugd & Muziek tot voorzitter werd verkozen. Plots zat ik aan de andere kant van de tafel. Daar leerde ik hoe je een draagvlak creëert.’

‘En, misschien wel belangrijker: ik heb twee paplepels meegekregen. Mijn moeder was een goede amateurpianiste. Mijn vader begon na de oorlog als hulpje bij een verzekeringsmakelaar en klom daar op tot personeelsdirecteur en financieel directeur. Toen dat familiebedrijf werd overgenomen door een grote multinational kwam er een nieuwe holding, die hij mee mocht leiden.’

‘Ook mijn broers Frank en Peter zijn goed terechtgekomen. Weliswaar in totaal andere sectoren: Frank is sportjournalist, Peter heeft lang bij Exmar gewerkt, leidde een rederij in Frankrijk en is voorzitter van de Zeevaartschool. (lacht) Niemand begrijpt dat wij broers zijn en dezelfde opvoeding hebben gekregen. Wij komen ongelooflijk goed overeen, ik denk niet dat we al ooit ruzie hebben gemaakt.’

Lijken jullie op elkaar?
Raes: (knikt) ‘Wij kunnen goed luisteren en staan niet op onze strepen. We hebben een gezond tekort aan bewondering voor hiërarchie. Honger naar status is ons vreemd. En we zijn vrij loyaal. Loyaliteit betekent: af en toe nee durven te zeggen tegen een voorstel om voor meer geld van job te veranderen.’

‘Iedereen wordt natuurlijk zwaar misvormd door wat hij doet. Ik ben in Nederland gemasseerd. Daar gelden andere codes.’

Bent u rechter voor de raap geworden in Nederland?
Raes: ‘Het personeelsbeleid in Nederland is socialer dan in België. Maar het is wel direct. Mensen kijken je op een vergadering recht in de ogen en geven heel directe feedback. Ik pleit ervoor dat elke Vlaming eens een jaar in Nederland gaat werken. Dat is heel zinvol, ik heb er veel geleerd. Nederlanders zijn marketeers, soms bluffers, zelfverzekerde verkopers. Ze krijgen hun bravoure op school aangeleerd. De kinderen van mijn oudste broer, die in Nederland hebben gestudeerd, moesten op hun 18de hun proefschrift verdedigen voor een bomvolle aula.’

‘Je komt weleens een succesvolle Nederlander tegen die wel bescheiden en voorzichtig is. (grijnst) Daar wordt dan wat lacherig over gedaan, zoals over mij in het begin. Vorige week ging het er op een afscheidsetentje met mijn directie nog over hoe stil ik in het begin kon zijn. Nederlanders praten voortdurend door elkaar. Daar krijg ik het van - nog altijd.’

Was uw overstap van deFilharmonie naar het Rotterdams Philharmonisch Orkest harder dan die van Rotterdam naar Amsterdam?
Raes: ‘O ja. Ik zou nooit in Amsterdam zijn gevraagd als ik niet eerst in Rotterdam had gewerkt. Rotterdam is de brutaalste stad van de Benelux. Ik heb er moeilijke dingen moeten doen. Het was echt een zootje. Er waren in korte tijd veel directeurs geweest, het was oorlog in het orkest. Kwam ik daar binnen als brave Vlaming.’

‘Ik leerde messcherp debatteren op basis van argumenten. Een Nederlander speelt het vaak op de bal en niet op de man. Ander voordeel: als een deal is gesloten, is hij ook gesloten. Sans rancune. (geeft ons een denkbeeldig schouderklopje) In België blijft makkelijker iets hangen tussen mensen. Ook een verschil in bedrijfscultuur: in Nederland worden beslissingen op een vergadering genomen, en niet ervoor. (lacht) Dus vele clichés kloppen, al denk ik wel dat de Vlaming assertiever is geworden. Al bij al voel ik me meer thuis in België dan in Nederland. België met al zijn pragmatiek, hoe we meer naar de geest dan naar de letter van de wet leven’

Hoewel hij de afgelopen 17 jaar tussen Antwerpen en Amsterdam pendelde, is Raes blij weer thuis te zijn, dichter bij zijn schoolgaande kinderen. En nu op naar zijn laatste professionele uitdaging, Bozar in Brussel? Raes is kandidaat-CEO van het kunstencentrum, samen met de Zwitserse operadramaturg Christian Longchamp en de onvermijdelijke Paul Dujardin, die zichzelf na achttien jaar voor een derde keer wil opvolgen.

Bozar maakte zelf de identiteit van de drie overgebleven kandidaten bekend. ‘Ik was vanuit verschillende hoeken gepolst of ik de job zag zitten. Ik heb in vertrouwen gezegd dat ik het onder bepaalde voorwaarden wilde doen. Blijkbaar wordt het dan via de kranten gespeeld. Ik vond dat eigenaardig.’

‘Alleen zou het weleens een tijdje kunnen duren. De volgende federale regering moet de knoop doorhakken. Hoelang een mens kan wachten tot politici in dit land tot compromissen komen? Ik ben ook benaderd door andere huizen, in België en het buitenland. (lachje) Zie, ik lijk wel een voetbaltrainer.’

Maar hebt u er nog zin in?
Raes: ‘Ik zou graag iets anders doen dan opnieuw een orkest. Bozar is een boeiend huis omdat het interdisciplinair is. Ik hou daarvan, op voorwaarde dat de disciplines goed samenwerken. Over beeldende kunst, literatuur, podiumkunsten en Europese cultuurpolitiek weet ik meer dan genoeg. Mijn ouders sleurden me vanaf mijn kleutertijd mee naar musea en voorstellingen. Ik zie trouwens nog altijd ontzettend veel op reis. Als ik overdag een moment vrij had met het orkest, jumpte ik een museum binnen.’

‘Ik ga hier en nu mijn plannen met Bozar niet ontvouwen, laat staan jullie vertellen wat er goed en slecht aan is. Zeker dat laatste zou ik niet netjes vinden. Ik zou Bozar graag op een ander level brengen. Maar er zijn nog dingen waarin ik goesting heb. Ik ga in alle wijsheid beslissen. Daarbij gelden twee parameters. Eén: waar vind ik mijn bevlogenheid? Twee: waar kan ik een verschil maken?’

In onze eindejaarsreeks 'De toegift' blikken we terug op het culturele jaar. Dinsdag: schrijver Bart Moeyaert.

Lees verder

Advertentie
Advertentie