interview

‘We luisteren alleen naar de hardste schreeuwers'

©Siska Vandecasteele

De jonge Vlaming Pieter Verelst - Wim Helsen meets Hans Teeuwen - won dit najaar het belangrijkste cabaretfestival van Nederland. ‘Je mag het publiek nooit pamperen.’

De radio speelt zacht in de cafetaria van het cultureel centrum Zwaneberg in Heist-op-den-berg. Aan tafeltjes zitten groepjes gepensioneerden. ‘Kijk, hier hang ik!’ Pieter Verelst wijst naar een poster met zijn geprononceerde kop erop. Het is de aankondiging van zijn cabaretvoorstelling ‘Mijn broer en ik’, die hij in februari in zijn geboortedorp speelt. Het belooft een smeulende thuismatch te worden.

In zijn eerste solo blikt de 26-jarige cabaretier samen met zijn ingebeelde broer Maurice terug op hun jeugd in het druilerige Heist-op-den-Berg. ‘Ik heb me als kind vaak verveeld in dit dorp’, zegt hij. ‘Er gebeurde weinig. Maar eigenlijk mag ik Heist-op-den-Berg dankbaar zijn voor zijn onnoemelijke saaiheid. De verveling triggerde mijn verbeelding. Waarschijnlijk was ik zonder Heist nooit artiest geworden.’

Reeks: De Toegift

In 'De Toegift' blikken we terug op het culturele jaar 2016. Acht hoofdrolspelers delen hun vreugde en verdriet. Alle tot nu toe verschenen interviews leest u hier.

Eind november bekroonde het Nederlandse cabaretfestival Cameretten ‘Mijn broer en ik’ met de onderscheiding Voorstelling van het Jaar. ‘Pieter zit lekker in zijn energie en maakt goed gebruik van zijn atletische lichaam’, vond de jury. ‘Soms blaast hij zichzelf op, soms maakt hij zich juist heel klein. Dat geeft zijn voorstelling een prettige dynamiek, die naadloos aansluit op de grillige inhoud.’

Cameretten is het grootste cabaretfestival van Nederland. De lijst van jeune premiers van het cabaret die in Rotterdam de hoofdprijs wegkaapten en daarna naar de top van het cabaret doorstootten, oogt indrukwekkend: Brigitte Kaandorp, Kommil Foo, Marc-Marie Huijbregts, Hans Teeuwen, Theo Maassen. ‘Het doel was: de top drie halen’, zegt Verelst.

Dat klinkt Hollands ambitieus voor een Vlaming.

Pieter Verelst: ‘De drie finalisten krijgen een cadeau met een gigantische strik errond: een finalistentour van 44 optredens in het cabaretcircuit. Dat is van goudwaarde voor mijn bekendheid in Nederland. (lacht) Ik speel niet langer voor vijf man en een paardenkop. In Vlaanderen hebben we zo’n cabaretcircuit niet. Je speelt als cabaretier ofwel in grote schouwburgen van culturele centra, ofwel in cafés. Beide zijn niet ideaal voor een beginnend cabaretier.’

Hoe beslist iemand: ik word cabaretier?

Verelst: ‘Zoals gezegd: in mijn dorp viel weinig te beleven. Humor was mijn ontsnappingsroute. Ik was een grote fan van de komieken van mijn vaders jeugd: Laurel & Hardy, Buster Keaton, Freek de Jonge. Op een dag zag ik een voorstelling van Kommil Foo. Ik dacht: ‘Dat wil ik ook doen.’ Kommil Foo is geen cabaret en toch weer wel. Het is theater, maar toch ook niet. Ze spelen niet alleen voor een lach.’

‘Tijdens mijn acteeropleiding in Utrecht bleef ik naar het cabaret hunkeren. Die school was echt gericht op het acteren voor theater, cabaretiers werden niet zo geapprecieerd. Op mijn kamertje schreef ik in het geniep absurde monologen. Op een dag raapte ik al mijn moed bijeen en schreef ik me in voor het Groninger Studenten Cabaret. Niemand op school wist ervan. Tot mijn grote verbazing won ik.’

U was enkele maanden in de soap ‘Familie’ te zien. Televisie en film lijken me een heel andere wereld dan cabaret.

Bio Pieter verelst

De 26-jarige coming man van het Nederlandstalige cabaret groeide op in Heist-op-den-Berg. De onnoemelijke saaiheid van zijn geboortedorp prikkelde zijn verbeelding en humor. Verelst studeerde voor acteur in Utrecht en speelde enkele rolletjes in tv-reeksen op VTM en in de films ‘Paradise Trips’ en ‘Problemski Hotel’.

In 2014 won hij het Groninger Studenten Cabaret. Dit jaar won hij met de voorstelling ‘Mijn broer en ik’ het prestigieuze cabaretfestival Cameretten in Rotterdam.

Verelst: ‘Dat is net zo leuk. Ik geloof niet in de artificiële opdeling tussen televisie en theater. Acteren voor film, tv én theater maakt een betere cabaretier van me. Humor is timing en de juiste timing is een kwestie van techniek. Techniek oefen je door veel op een podium of voor een camera te staan.’

‘Ik vind het ook fijn om - zoals met ‘Problemski Hotel’ (film van Manu Riche over asielzoekers, red.) - ten dienste te staan van een groter geheel. Die film is helaas onder de radar gebleven. Dat is jammer, want het is een actuele film over een thema waar de mensen nog te vaak hun ogen voor sluiten. Soms moet je het publiek iets durven op te dringen, omdat het het moeten zien. Heropvoeden, noem ik dat. Dat probeer ik ook een beetje als cabaretier.’

Hoe zou u uw humor omschrijven?

Verelst: ‘Ik denk dat mijn stijl ergens zweeft tussen theater en cabaret. Mensen vinden het vaak absurdistisch. Ik vind het belangrijk dat er iets gebeurt bij het publiek. Dat kan via een lach, maar ik ben ook tevreden als het publiek geëmotioneerd, gechoqueerd, verward of geëntertaind is. Als er maar iets gebeurt, dat is het allerbelangrijkste.’

De Toegift, het culturele overzicht van De Tijd

U wordt met Wim Helsen en Hans Teeuwen vergeleken.

Verelst: ‘Dat is een groot compliment. Anderzijds bedrijven weinig cabaretiers in Vlaanderen het absurdisme, waardoor zowat alle wegen naar Wim leiden. De vergelijking met Hans Teeuwen kan ik ook wel begrijpen: ik ben een erg fysieke speler en zing ook liedjes aan de piano. (denkt na) Je mag het publiek nooit pamperen. Dat is de belangrijkste les die ik van hen heb geleerd. Beiden proberen hun publiek niet te pleasen. Hans Teeuwen is een man van het volk geworden. Het is hem niet gelukt een soort nichecabaretier te blijven. Toch blijft hij zijn eigen dwarse ding doen. Hetzelfde geldt voor Wim.’

Welke wereld roept u op het podium op?

Verelst: (denkt even na) ‘Ongemakkelijkheid. Maar dat is geen wereld, hè. (lacht) Ik wil dat de mensen in de zaal een trip beleven, dat een heel palet aan emoties voorbijkomt en dat ze zeker meer dan alleen gelachen hebben. Dat ze hebben nagedacht, dat ze zich hebben betrapt op keihard lachen met iets dat ze in het echte leven niet grappig zouden vinden.’

Zult u ooit iets over Donald Trump zeggen?

De taak om de moraalridder uit te hangen is niet aan mij besteed.
Pieter Verelst
cabaretier

Verelst: ‘Ik ben geen cabaretier van de krantenkoppen. De naam Trump zal bij mij niet snel vallen. Ik zou hoogstens een populistisch figuur spelen die Trump of een andere conservatieve wereldleider helemaal ophemelt of juist afbreekt. Dan moet het publiek zelf maar oordelen wat het ervan vindt of hoe het ernaar moet kijken. De taak om de moraalridder uit te hangen is niet aan mij besteed.’

‘Indirect probeer ik de mensen wel iets mee te geven. Mijn voorstelling gaat over hoe verveling iets moois kan zijn, maar ook iets destructiefs. Mijn personage balanceert tussen beide. Op zich is daar weinig maatschappijkritisch aan, maar de goede verstaander is vrij om de koppeling te maken met het Vlaanderen van vandaag. We zijn nog steeds de regio met de hoogste zelfmoordcijfers.’

Wat onthoudt u van 2016?

Verelst: ‘Dit was het jaar van het wantrouwen. Trump, de brexit: het vertrouwen in elkaar en in onze instellingen is zoek. En in plaats van recht te veren, lijken we met z’n allen het tegenovergestelde te doen. We zonderen ons af. We sluiten ons op in ons eigen grote gelijk en luisteren enkel nog naar de hardste schreeuwers. Ik hoop dat 2017 anders wordt, dat - zoals Jan Terlouw zei - het touwtje weer uit de brievenbus kan.’

©Siska Vandecasteele

‘We moeten elkaar weer durven te vertrouwen. 2017 moet het jaar van het vertrouwen worden, ook voor mij. Ik wil het vertrouwen van het cabaretpubliek winnen. Eerst van dat in Nederland. Ik ga het de komende maanden met mijn woonwagen doorkruisen. Het is eigenlijk een buske met een matras. Zonder ramen. (lacht) Zodat niemand me ziet liggen en de politie me ’s nachts niet kan wegjagen.’

De finalistentour van Cameretten eindigt in mei. Wat staat daarna op het programma?

Verelst: ‘In de zomermaanden wil ik van ‘Mijn broer en ik’ een avondvullende voorstelling maken. In het najaar speel ik in Vlaanderen. Dat wordt een uitdaging, want Vlamingen staan wat afwachtender tegenover absurd cabaret dan Nederlanders. Het ongemak lijkt groter. Maar dat vind ik net prettig. Niets is zo saai en voorspelbaar als een wedstrijd die op voorhand is gewonnen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content