‘De sprinttrein geperfectioneerd'

Jürgen Roelandts bij de aankomst van de vierde rit van de Ronde van Frankrijk 2012 in Rouen. Hij plaveide zonet met zijn teamgenoten de weg naar de sprintoverwinning van André Greipel. ©BELGA

De Tour van Sven Gatz (minister van Cultuur en Media): 2012.

Ik genoot enorm van het sprinttreintje van Lotto Belisol. Dat is voor mij de essentie van topsport: niet alleen de eigen kracht telt. Met een goed afgesproken collectief de krenten uit de pap halen, daar gaat het om.’

‘Die ploeg bestond niet alleen uit goede coureurs, ze had de samenwerking ook zo fijn uitgewerkt dat ze erin geslaagd is om meerdere overwinningen uit de brand te slepen. Vaak maakte een tiende van een seconde het verschil. De Lotto Belisol-renners wisselden de laatste 10 kilometer met vijf of zes man. Telkens reed iemand 2 kilometer het hart uit de longen, waarna iemand anders het overnam, die dan weer aan iemand anders doorgaf. Zij zetten dan de sprinter af om het karwei af te maken. Het gaat om meer dan individueel talent. Je zet ook een collectief blok neer.’

‘Die sprinttrein is natuurlijk niet nieuw. De bruine garde van Eddy Merckx was er al in beslagen, net als het Raleigh van Jan Raas. Zij lanceerden ook wel eens iemand, maar de techniek was toen nog minder geperfectioneerd. Ze zetten niet vier of vijf keer na elkaar iemand af in een kunstzinnige rit.’

‘Ik rij graag op een fiets, maar koersen kan ik niet’

‘Daarbij heb ik uiteraard een boontje voor mijn streekgenoot Jürgen Roelandts. Het is een vreemde taak om telkens de voorlaatste in de sprinttrein te zijn. Fysiek en mentaal is dat zwaar en hij was die taak op het einde ook beu. Ik heb daar veel respect voor.’

Ik rij zelf ook graag op een koersfiets, maar dat is nog iets helemaal anders dan koersen. Echt koersen zou ik nooit kunnen.’

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud