nieuwsanalyse

Helpt hulp wel?

©Getty Images

Na een week van schandalen bij Oxfam en Artsen zonder Grenzen rijst de vraag of het geld van ngo’s goed besteed wordt. ‘Ze hebben vaak geen flauw benul van waar ze mee bezig zijn.’

Een seksschandaal bij de Britse afdeling van Oxfam en wangedrag bij Artsen zonder Grenzen doen de discussie in alle hevigheid oplaaien: wordt het geld dat naar ngo’s vloeit goed besteed? Als de hulpverleners van weinig moreel besef getuigen door zich in rampgebieden met sekswerkers in te laten, of zich schuldig maken aan misbruik, hoe geloofwaardig is dan de organisatie die pretendeert ‘het goede’ te doen?

Ons land spendeert 246,3 miljoen euro aan ngo’s, zo’n 22 procent van het totale budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dat bedraagt 1,3 miljard euro, of 0,49 procent van het bruto nationaal product (bnp). Daarmee blijft België ruim onder zijn belofte om 0,7 procent van zijn bnp aan ontwikkelingshulp te besteden. Groot-Brittannië is een van de weinige landen in de wereld die dat wel doet.

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo (Open VLD) noemt de incidenten ‘absoluut verwerpelijk’, maar waarschuwt tegelijk voor een heksenjacht. ‘Er zijn heel wat organisaties op het terrein die goed werk leveren.’ Hij wijst erop dat het wettelijk kader voor ngo’s in 2016 verstrengd is. Dat heeft tot een opkuis in de sector geleid. Na een screening door de consultant Deloitte bleven van de 97 erkende ngo’s nog 74 over. Erkenningen zijn sindsdien gebaseerd op ‘resultaatsgericht beheer’, evaluaties kijken ook naar efficiëntie en resultaten.

‘Controles worden steeds strenger’, zegt Arnout Justaert, directeur van de Vlaamse federatie van ngo’s voor ontwikkelingssamenwerking. ‘Zowel intern als op het terrein. Er is veel meer aandacht voor integriteit en corruptierisicobeheer, een inspanning die na wat bij Oxfam is gebeurd nog opgedreven mag worden.’

11.11.11-directeur Bogdan Vanden Berghe. ©Saskia Vanderstichele

Bogdan Vanden Berghe, als directeur van de koepel 11.11.11 verantwoordelijk voor 60 organisaties, noemt de vraag naar verantwoording terecht. ‘Ik ben al meer dan tien jaar in de ngo-wereld actief, en ik moet alleen maar meer energie in evaluaties, controles en screening steken.’ Hij rapporteert aan de raad van bestuur, schrijft vooruitgangsrapporten, berekent doelstellingen en performantiescores, formuleert halfjaarresultaten, publiceert de balans, maakt jaarverslagen en krijgt een bedrijfsrevisor over de vloer. ‘Ik durf te zeggen dat er een stevige controle is, al is het heel moeilijk om elke cent te traceren op een omzet van 13 miljoen euro. Op een gegeven moment moeten we ons ook afvragen of de slinger niet dreigt door te slaan. Hoeveel mensen en middelen gaan er intussen naar het controleren van de middelen?’

Naast subsidies zijn ngo’s voor een belangrijk deel van hun inkomsten afhankelijk van giften. Een recent overzicht ontbreekt, een laatste telling uit 2014 leert dat er toen 131 miljoen euro aan giften werd opgehaald. Dat cijfer blijft vrij stabiel, zegt Justaert. ‘Bij grote humanitaire rampen zien we wel een piek in de donaties.’

Als geldschieters zijn overheden en donoren erg machtig. Steeds vaker klinkt de vraag bij een donor: ‘Is mijn bijdrage wel goed besteed?’ Het wetenschappelijk antwoord op die vraag lijkt deprimerend. ‘In de meeste gevallen heeft hulp geen of zelfs een negatief effect, omdat je indringt in de levens van mensen’, zegt econome Kellie Liket (Erasmus Universiteit Rotterdam). ‘Maar in een klein aantal gevallen werkt het goed, met soms gigantische positieve uitschieters.’ Die verhouding is volgens Liket ongeveer 75-25, en dat is logisch, zegt ze: ‘Bedenk eens hoe vaak je al het perfecte cadeau hebt gegeven, zelfs aan iemand die je heel goed kent. Stel je nu voor dat je het leven probeert te veranderen van iemand die je totaal niet kent en die bovendien in heel moeilijke omstandigheden leeft. En dat voor een veel kleiner budget. Dan begrijp je hoe moeilijk het is om goed te doen.’

Zelfbedachte oplossingen

Is de slinger niet te ver doorgeslagen? Hoeveel mensen en middelen gaan naar de controle van onze werking?
Bogdan Vanden Berghe
Directeur 11.11.11

Liket is actief binnen het ‘effectief altruïsme’, een door psycholoog Steven Pinker geïnspireerde beweging die evidence based filantropie propageert. Bill Gates is een aanhanger, de Amerikaanse miljardair die zijn volledige vermogen van 86 miljard dollar wil weggeven. Effectief altruïsme kijkt naar wat bewezen is. Dat klinkt logisch, maar dat is het in de hulpverlening volgens Liket niet. ‘Ngo’s zijn bevolkt met hulpverleners die uiterst praktisch denken en heel veel kennis hebben van de problemen op het terrein, die ze met zelfbedachte oplossingen verhelpen. Terwijl ze vaak echt geen benul hebben van waar ze mee bezig zijn. Er wordt zo weinig gekeken naar wat werkt. De wetenschappelijke expertise binnen grote organisaties is vaak bedroevend. Bovendien staan ze onder grote druk, van donoren en de overheid, om voortdurend nieuwe dingen te proberen. Het systeem werkt ook heel vreemd: de overheid subsidieert een ngo, die daarna zelf moet bewijzen dat de methodologie werkt. Dat doen ze vaak met totaal invalide metingen of vragenlijsten. Dat is een combinatie van gokken en zelfevaluatie.’

Wat werkt wel: eenvoudige ingrepen op het vlak van welzijn, zoals malarianetten. ‘Een net kost twee dollar. Per 5.000 netten zijn er twee tot drie malariagevallen minder. Voor 5.000 dollar, de prijs van een complexe tandbehandeling bij ons, red je een mensenleven.’ Ook oogoperaties zijn interessant. ‘Voorkom dat mensen blind worden door een eenvoudige en goedkope ingreep. Zo blijven mensen werken en doen ze geen beroep op de gemeenschap. Dat is een enorme winst.’

Ngo’s pretenderen wel ‘participatief’ te zijn, zegt Liket. ‘Dat doen ze al sinds de jaren 70. Ze betrekken de ontvangers van de ontwikkelingshulp. Dat is niet alleen heel ingewikkeld, we hebben er ook een veel te romantisch beeld van. Het is efficiënter mensen gewoon geld te geven. Maar daar zijn we dan weer te paternalistisch voor.’

©Filip Ysenbaert

De Croo experimenteert overigens met cash in plaats van voedselpakketten omdat het veel efficiënter is. Maar dat principe gaat ook op ook voor mensen in extreme armoede, zegt Liket. ‘Met geld neem je enorm veel stress weg en mensen zullen het investeren in een kip of een koe. Ze kennen zelf de beste oplossing voor hun problemen. Denk terug aan het cadeau: je weet zelf het best wat je wil.’

Maar wat met complexe problemen waar geen pasklare oplossingen voor bestaan? Moeten we die dan maar laten voor wat ze zijn? ‘Wie zo denkt, zal nooit kanker kunnen genezen. Maar kijk met de mindset van de ondernemer en maak een gecalculeerde overweging. Dakloosheid, kindhuwelijken en ongelijkheid zijn enorm complex en de kans op slagen is erg klein. Maar als het lukt, is de impact enorm.’

‘Hulpverlening wordt soms voorgesteld alsof je ergens hulp insteekt, en er komt ontwikkeling uit’, zegt Vanden Berghe. ‘Zo simpel is het niet. Al word ik het een beetje beu om dat verhaal keer op keer te moeten vertellen.’ Hij geeft het voorbeeld van mensenrechtenactivisten in Burundi. ‘Onwaarschijnlijk sterke mensen in wie we jarenlang geïnvesteerd hebben omdat we echt in hen geloofden. Zij hebben als leeuwen gestreden - sommigen hebben het met hun leven bekocht - voor democratie en ze zijn er bijna in geslaagd om een dictator te verjagen. Vandaag kent Burundi een striktere dictatuur dan ooit. Hadden we dat geld dan beter in waterputten gestopt?’ Want ook daar staan aanwijsbare successen tegenover, zegt hij. ‘In Zuid-Amerika boekt het door ons gesteunde middenveld geregeld heel concrete overwinningen, bijvoorbeeld in de strijd van milieuactivisten tegen de mijnbouw. Maar dergelijke successen kan je niet op voorhand voorspellen. We werken in fragiele omstandigheden, dingen mislukken. Hulpverlening is slechts een factor in een zeer complexe situatie.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect