Planbureau rekent programma's partijen door, maar niet nu

©ANP XTRA

Het federale Planbureau zal de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen becijferen, maar pas voor de volgende verkiezingen. Voor 25 mei doet De Tijd het wel, in samenwerking met de VRT, de Standaard en de KU Leuven.

De federale meerderheidspartijen zijn het erover eens dat het Planbureau, een instelling van de federale overheid, de verkiezingsprogramma’s cijfermatig in kaart zal brengen. Maar het zal dat niet meer doen voor de verkiezingen van 25 mei. Socialisten, christendemocraten en liberalen zijn het daarover eens geworden in de commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer.

In Nederland is het al langer een traditie dat het Planbureau de financiële haalbaarheid en de gevolgen van de voorstellen van de partijen in kaart brengt. In ons land is federaal vicepremier Pieter De Crem (CD&V) al sinds lang een grote voorstander. In 1998 diende hij voor het eerst een wetsvoorstel in. CD&V-Kamerlid Sonja Becq diende het nu opnieuw in en kreeg de steun van de andere federale meerderheidspartijen.

Aanvankelijk wilden Groen en Open VLD nog deze verkiezingen de programma’s laten berekenen, maar dat lukte niet. De MR probeerde de berekening vervolgens af te zwakken tot de haalbaarheid van enkele belangrijke verkiezingsbeloftes, maar ook die oefening bleek te politiek gevoelig. Ook een PS-voorstel om de analyse te beperken tot wat de partijen voorstellen over de belastingen en de sociale zekerheid, haalde het niet. Ook het Rekenhof en het Planbureau vonden het daarvoor te kort dag.

Maar voor de volgende verkiezingen kan het dus wel. De manier van werken is op Nederland geïnspireerd. 100 dagen voor de verkiezingen moeten de partijen aangeven wat hun belangrijke beleidsvoorstellen zijn. Het Planbureau onderzoekt dan de gevolgen voor het overheidsbudget, de arbeidsmarkt, de koopkracht, de sociale zekerheid en de mobiliteit. Het Planbureau krijgt 40 dagen voor de berekening, waarna de partijen kunnen repliceren. Uiterlijk dagen voor de verkiezingen maakt het Planbureau de resultaten bekend.

Dat lijkt haalbaar bij gewone verkiezingen, zoals nu. Maar als de regering valt, zoals in 2010, wordt het moeilijk. Als het parlement wordt ontbonden, moeten er binnen de 40 dagen verkiezingen volgen.

Omdat het Planbureau voor deze ‘moeder aller verkiezingen’ de boot afhoudt, blijft alleen ‘Rekening14’ over, een project van De Tijd, De Standaard, de VRT en de KU Leuven.

Alle politieke partijen hebben zich in het project ingeschreven. De bedoeling is vergelijkbare, objectieve en betrouwbare cijfers aan te leveren over belangrijke delen van de partijprogramma’s. Daarbij worden economische rekenmodellen van de KU Leuven gebruikt.

De modellen laten toe te becijferen hoe de belastingen of de kinderbijslag het inkomen van een gezin beïnvloeden. Zo is het mogelijk de verschillen in kaart te brengen voor een gezin met twee hoogopgeleide werkende ouders met kinderen of voor een alleenstaande gepensioneerde die zijn woning al heeft afbetaald.

Daarnaast is het mogelijk te berekenen in welke mate een voorstel mensen er financieel toe prikkelt of afremt een baan te zoeken (de werkloosheidsval) of extra uren te werken (de promotieval). Het is eveneens mogelijk te becijferen hoeveel een maatregel de overheid zal kosten.

Het is niet de bedoeling van ‘Rekening14’ uitspraken te doen over wat goed of slecht beleid is, wel om belangrijke beleidsvoorstellen in vergelijkbare cijfers te gieten.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud