column

Sinardet: 'commentatoren bijziend'

Professor politieke wetenschappen aan de VUB

Het probleem om de kiezers te doorgronden ligt niet enkel bij de methodologie van peilingen, zegt politicoloog Dave Sinardet.

Dave Sinardet is professor politieke wetenschappen. Zijn column verschijnt tweewekelijks op donderdag.

In alle politieke tumult en onvoorspelbaarheid die ons de jongste jaren overvalt, blijft toch één zekerheid overeind. Bij elke verkiezing of referendum verklaren journalisten en commentatoren dat het duidelijk is dat opiniepeilingen onbetrouwbaar zijn.

Het gaat dan over dezelfde peilingen die ze zelf tijdens de campagne hysterisch overanalyseerden. Net zoals ze dat opnieuw zullen doen bij de volgende campagne. Luidde het bij de brexit in juni nog dat we een belangrijke les hadden geleerd, dan was die enkele weken later bij het losbarsten van de Amerikaanse campagne alweer vergeten.

Donald Trump. ©AFP

Dat velen Trump helemaal niet zagen komen en overwinnen ligt niet enkel aan de peilingen en hun methodologische twijfelachtigheid, maar deels ook bij de aard van het betere kwantitatieve surveyonderzoek, zoals politicologen en andere sociale wetenschappers dat uitvoeren, met name in de VS.

Dat levert vaak boeiende en belangrijke inzichten op, maar het heeft ook limieten om complex menselijk gedrag goed te begrijpen. ‘Ik kan me niet van de gedachte ontdoen dat een deel van het probleem is dat velen onder ons uit het oog zijn verloren wat politiek voor veel mensen betekent’, stelt Oxford-professor Rasmus Kleis Nielsen. Hij citeert John le Carré: ‘A desk is a dangerous place from which to view the world.’

Bijziendheid

Commentatoren zijn ook onwillekeurig geneigd de verkiezingsstrijd te bekijken door de bril van hun verwachtingspatroon en hun directe omgeving. Precies om niet beschuldigd te worden van dat soort bijziendheid en de daarbij horende politieke correctheid zijn velen nochtans vrij voorzichtig in het duiden van de drijfveren van de Trump-kiezers. Vanuit de terechte bekommernis om ze vooral niet te culpabiliseren vervallen ze in een evenzeer eenzijdige analyse.

Wie acht jaar geleden een Amerika zag dat met een zwarte president definitief een nieuw progressief pad was ingeslagen, zat er evenveel naast als wie Amerika nu herleidt tot een racistisch en seksistisch bolwerk.

Die luidt nu dat de aanhangers van de flamboyante president-elect geen racisten zijn, maar ‘verliezers van de globalisering’, arme arbeiders die door de wetten van de markt uit de boot zijn geduwd. Zo zitten er ongetwijfeld tussen - en het kan goed zijn dat ze uiteindelijk doorslaggevend waren om Trump aan zijn nipte overwinning te helpen - maar evenzeer versluiert dat het belang van de ‘angry white men (and women)’ in Trumps electoraat. Wellicht deels ingegeven door een linkse wishful thinking zien ze vooral een proletariaat dat vanuit een klassebelang stemt, zij het dan voor een totaal verkeerde kandidaat.

Geen probleem met racistische toon

Eerste analyses suggereren dat de laagste inkomensklasses meer voor Clinton stemden. Ze suggereren vooral dat inkomen een minder cruciale impact lijkt te hebben op het stemgedrag dan blank of niet blank zijn. Let’s face it: heel wat kiezers kunnen zich best vinden in de nationalistische en racistische kant van Trump. Of ze hebben daar op zijn minst geen probleem mee. Dat taboe bestond destijds ook al over de kiezers van het Vlaams Blok. Die heten anti-politiek te zijn terwijl uit onderzoek bleek dat ze het vaak gewoonweg eens waren met de anti-immigratie standpunten van de partij.

Wat is er mis met peilingen? Collega Maarten Lambrechts legt het helder uit.

Uiteraard spelen ook anti-elite gevoelens mee in de VS. Net als de anti-politieke sentimenten, waarbij kiezers liever iemand van de economische elite verkiezen dan een politicus. Maar zoals wordt opgemerkt op Stuk Rood Vlees, de boeiende blog van enkele van mijn Nederlandse collega’s, is ook partij-identificatie een belangrijke verklaring in het stemgedrag. Democraten kiezen voor de Democraat, Republikeinen voor de Republikein.

Patriottisme

Dat wordt vaak onderschat door Europeanen die niet begrijpen in welke mate de Amerikaanse samenleving diep cultureel verdeeld is. Ze verkijken zich op het sterke patriottisme in de VS. Democraten en Republikeinen verbinden de Amerikaanse identiteit met totaal verschillende waarden. Zoals de voormalige VS-ambassadeur Howard Gutman placht te zeggen: ‘If you wanna see a divided country, don’t go to Belgium, go to the US’.

Die opdeling in twee grotendeels gescheiden en antagonistische werelden doet wat denken aan het hoogtepunt van de verzuiling in ons land. Wie zich sterk als Republikein identificeert, is geneigd een ‘soortgenoot’ bij een sollicitatie voorrang te geven op een Democraat.

Doormidden gekliefd land

Wie acht jaar geleden een Amerika zag dat met de verkiezing van een zwarte president definitief een nieuw progressief pad was ingeslagen, zat er evenveel naast als wie Amerika nu herleidt tot een racistisch en seksistisch bolwerk. Het is simpelweg een diep verdeeld land. Het klopt natuurlijk wel dat de Democraten met een betere kandidaat als Clinton hadden kunnen winnen. Maar dat is precies omdat het in zo’n doormidden gekliefd land steeds beide kanten kan uitgaan en de opkomst in beide kampen zo cruciaal is. Het ziet ernaar uit dat een deel van het ‘gekleurde’ electoraat dat Obama wist te mobiliseren, niet is opgedaagd voor Clinton.

Dat alles neemt niet weg dat de verkiezing van Donald Trump wel degelijk een politieke aardbeving is, niet in het minst vanwege ’s mans onvoorspelbaarheid. Het zal ongetwijfeld naschokken veroorzaken in de verkiezingscampagnes die Europa de komende maanden en jaren staan te wachten. Daarin zullen we ongetwijfeld opnieuw vaststellen dat we niet op peilingen hadden mogen vertrouwen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud