Bikkelen om te baggeren

DEME mag het Soai Rap-kanaal bij Ho Chi Minh uitbaggeren, een van de belangrijkste kanalen van Vietnam.

De twee Belgische giganten DEME en Jan De Nul voeren in Vietnam opnieuw strijd om een baggercontract. DEME haalt het deze keer.

Door Tom Michielsen, onze verslaggever in Ho Chi Minh Stad, Vietnam

De Belgische baggeraar DEME heeft in Vietnam een deal binnengehaald om voor 70 miljoen euro het Soai Rap-kanaal aan de Mekong-delta uit te baggeren. Het kanaal is de levensader naar Ho Chi Minh Stad, de grootste stad van Vietnam. Daarmee kan de baggeraar weer een streepje bijtrekken in de score tegen aartsrivaal Jan De Nul, dat al in het land zit met een project van 250 miljoen euro.

We ontmoeten Alain Bernard, de CEO van DEME, op een galareceptie in het Sheraton-hotel van Hanoi. Er wordt gefeest en getoost op de ondertekening van de eerste 17 overeenkomsten tussen Belgische en Vietnamese bedrijven en organisaties in het kader van de handelsmissie onder leiding van prins Filip. Bernard glundert. De baggeraar weet sinds vorige week dat het contract waarvoor hij al drie jaar op en af reist tussen Zwijndrecht en Hanoi, naar zijn bedrijf gaat. DEME mag voor de Vietnamezen het Soai Rap-kanaal aan de Mekong-delta verder uitbaggeren, over een afstand van 61 kilometer. Daarmee kan hij 100 mensen op en naast twee schepen aan het werk zetten, van wie de helft Vietnamezen zullen zijn. Het kanaal is de levensbelangrijke toegangspoort tot Ho Chi Minh Stad (het vroegere Saigon), in het zuiden van Vietnam. De deal is een mooie overwinning op de aartsrivaal Jan De Nul, maar ook op de Nederlanders Boskalis en Van Oord.

Rivalen

Teleurstelling bij Jan De Nul, die andere grote Vlaamse baggeraar en aartsrivaal van DEME. Jan Pieter De Nul, de stichter-eigenaar was in Vietnam niet te bespeuren. Omdat hij al wist dat het contract toch naar de concurrent ging? ‘Nee, het vliegtuig van meneer De Nul is met pech aan de grond moeten blijven in Parijs’, zegt Jan Van Impe, de regiomanager van Jan De Nul in Vietnam. ‘Maar het is absoluut jammer dat wij het niet gehaald hebben. We hebben hier al een tijdje een project lopen in de provincie Ha Tinh voor het opspuiten van 2.000 hectare land en het uitbaggeren van de haven van Son Duong tot 27 meter diep die toegang geeft tot een fabriek van het Taiwanese Formosa Plastics. Met 250 miljoen euro gaat om een van de grootste buitenlandse investeringen in Vietnam ooit. Daarom hebben we hier ook onze grootste schepen liggen, meteen de grootste ter wereld. Het ware mooi geweest als we die ineens ook hadden kunnen inzetten voor het kanaal bij Ho Chi Minh.’ Van Impe heeft er het raden naar waarom Jan De Nul het niet gehaald heeft. Alain Bernard meent het wel te weten: ‘De Nul was veel duurder, net als Boskalis. Van Oord was dan weer iets goedkoper, maar van de Nederlanders hebben we het gehaald door de subsidiëring van de Belgische overheid via Finexpo en de ondersteuning Delcredere, die de hele zaak verzekert. ‘Finexpo heeft trouwens beslist tot de subsidie omdat de baggerwerken enorm bijdragen aan de socio-economische ontwikkeling van Vietnam, het welzijn en de levenskwaliteit van de lokale bevolking’, zegt Els De Braeckere.

Buitenspel

‘Natuurlijk is er rivaliteit tussen ons’, geeft zowel Alain Bernard en Jan Van Impe toe. ‘We zijn de twee grootste baggeraars ter wereld en directe concurrenten van elkaar.’ Die woorden klinken al bij al nog diplomatisch. Dat is soms anders. Twee jaar geleden rolden de rivalen bijna vechtend over de vloer. In april 2010 tekende DEME in de Filipijnen een contract van 300 miljoen euro met de Filipijnse regering-Arroyo voor het uitbaggeren en reinigen van het 950 vierkante kilometer grote Laguna de Bay-meer nabij Manila, het op twee na grootste meer in Azië.

Jan De Nul vond echter dat de concurrentie buitenspel was gezet, omdat de Filipijnse regering geen openbare aanbesteding had uitgeschreven. In een open brief aan president Noynoy Aquino ventileerde Jan De Nul zijn ongenoegen. De Nul besloot de brief, waarin hij hij insinueerde dat er aan contract corruptie te pas was gekomen, af met 'evil triumphs when good men do nothing'. DEME en zijn aandeelhouder Ackermans & van Haaren reageerden daarop furieus. Maar De Nul trok aan het langste eind: de Filipijnse regering schrapte het contract. Waarop DEME zijn gelijk trachtte te halen via een internationale arbitragezaak, met een eis tot schadevergoeding van 67 miljoen euro. Tot op vandaag heeft de arbitragecommissie in Washington nog geen uitsluitsel gegeven, maar dat het project verloren is, staat vast.

Vandaag laat Alain Bernard zich niet verleiden tot zware uitspraken. ‘Ik ben vooral blij dat het contract naar een Belgisch bedrijf gaat. Dat we de Nederlanders hebben kunnen verslaan, dat vind ik belangrijker dan dat we gewonnen hebben van Jan De Nul.’

‘Dankzij de prinselijke handelsmissie’, dat wil Bernard toch even gezegd hebben. ‘En dankzij de inspanningen van ambassadeur Bruno Angelet hier in Vietnam hebben we het gehaald van de Nederlanders. Hij heeft ervoor gezorgd dat de Vietnamezen eindelijk haast hebben gemaakt met hun beslissing. Je moet weten dat dat soort projecten door de eerste minister moeten worden goedgekeurd. Maar voor het zover is, moest eerst een hele hoge bureaucratische berg beklommen worden .’

Vandaag tekent DEME in Ho Chi Minh Stad, waar de handelsmissie morgen wordt afgesloten, een intentieverklaring. Dat is nog geen echt contract, maar volgens Bernard staat bijna alles op papier. ‘Dat de werken door DEME-dochter Dredging International uitgevoerd worden, is goedgekeurd door de Vietnamese premier. De regering in Hanoi heeft ook schriftelijk bevestigd gebruik te zullen maken van onze financiering met KBC en de Belgische overheid. Er moeten enkel nog wat details geregeld worden.’

Die financiering, die de baggeraars zelf moeten regelen, heeft de Vietnamezen volgens Bernard over de streep getrokken. KBC verschaft een krediet van 50 miljoen euro, de andere 20 miljoen komt van een mix van een Belgische staatslening en een investeringssubsidie waar Vietnam geen intresten op moet betalen. ‘Uiteindelijk komt het erop neer dat Vietnam 35 procent van die 20 miljoen of 7 miljoen euro krijgt van de Belgische overheid’, zegt Els Verbraecken die bij DEME de financiële kant van de zaak regelt.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud