Advertentie

Beter bestuur moet en kan nog beter

Sinds 2006 werken de Vlaamse overheidsdiensten aan een beter bestuurlijk beleid. Dat leidde al tot een doorgedreven modernisering van structuren en processen. De diensten bevinden zich nu in een positie van waaruit ze hun prestaties en dienstverlening verder kunnen opkrikken. De sporen waarlangs dat concreet moet gebeuren, liggen klaar. Nu is het aan de administraties en hun politieke opdrachtgevers om de trein van de 21ste eeuw niet te missen.

Al sinds haar oprichting vaart de Vlaamse administratie doelbewust een koers die sterk afwijkt van de administratieve traditie in België. “In 1983 wou de voorlopige cel van leidende ambtenaren al radicaal breken met de logge en bureaucratische administratie, zoals die in België bestond. De Vlaamse administratie moest het veel beter doen”, vertelt Eric Stroobants, secretaris-generaal van het Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR) en voorzitter van het college van ambtenarengeneraal van de Vlaamse administratie. Als oude rot in het vak heeft hij de hele ontwikkeling mee vorm gegeven.

VAN BBB NAAR TIEN SPOREN

“In de jaren 1991-2006 bouwden we een apparaat uit, waarin de prestaties en de kwaliteit van de diensten voortdurend werden verbeterd. Niet alles is geslaagd. Maar sinds 2006 staken we nog een tandje bij in het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid. We herstructureerden diensten en herdachten processen. Het werd grotendeels een succes. Dat blijkt ook uit het OESO-rapport van 2007 daarover.” Toch gaf dat mee aanleiding tot tal van kritische reacties van werkgeversorganisaties.

In allerhande studierapporten en rankings behaalde de Vlaamse administratie geen al te schitterende score. “Daarmee moet je wel uitkijken”, waarschuwt Stroobants. “Je mag geen appels met citroenen vergelijken. Veel gegevens slaan op België, niet specifiek op Vlaanderen. Daar kun je geen conclusies uit trekken.” Maar de leidende Vlaamse ambtenaren zijn niet blind voor de noodzaak om te evolueren richting meer efficiëntie, effectiviteit en slagkracht. Zij stelden de Tiensporennota op, die onder meer aanleiding heeft gegeven tot de oprichting van de Commissie Efficiënte en Effectieve Overheid (CEEO). Die laatste legde recentelijk haar tussentijdse conclusies met concrete actiepunten voor de overheden in Vlaanderen voor, van gewestelijk tot lokaal niveau.

STERKE OVERHEID, STERKE REGIO

“Als Vlaanderen tegen 2020 een topregio wil zijn, moet het over een sterk presterende overheid beschikken. Je ziet overal de correlatie tussen de sterke regio’s en landen in Europa en sterk presterende overheidsdiensten”, constateert Eric Stroobants. “Let wel, dat lukt niet alleen door een betere dienstverlening. De kwaliteit van de toe te passen regelgeving en van het besluitvormingsproces moet volgen. Een en ander moet gebeuren in overleg met het middenveld en de partijen die bij een beleidsdomein betrokken zijn, terwijl de politiek de uiteindelijke beslisser blijft.”

Hij heeft een duidelijk profiel voor de ideale administratie voor ogen. “Elke administratie moet zeer goed weten wat de uitdagingen in haar beleidsdomein zijn en moet er de ontwikkelingen op de voet volgen. Ze hoort proactief op de ontwikkelingen in te gaan, door met haar analyses kort op de bal te spelen en de behoeften van alle stakeholders goed te volgen en erop in te spelen. Wij kweken een grote verantwoordelijkheidszin bij alle leidinggevenden. Onze politieke opdrachtgevers mogen ons gerust nog meer responsabiliseren en ter verantwoording roepen, maar dan verwachten we ook motiverende erkenning en waardering. Anders wordt de aanpak contraproductief. We moeten goed afbakenen wie wat hoort te doen in de administraties en de kabinetten.

TAKEN AFBAKENEN

In de context van Vlaanderen in Actie vindt de topambtenaar het nu cruciaal dat er werk wordt gemaakt van de aanbevelingen van de CEEO, zoals de halvering van het aantal inhoudelijke kabinetsmedewerkers.

“Ook moeten de administraties concreet meer verantwoordelijk worden gemaakt en gewaardeerd voor wat hun hoofdtaken blijven: het beleid voorbereiden en uitvoeren, die activiteiten en de effecten ervan evalueren, en daaruit weer lessen trekken. Dat zal van Vlaanderen geen topregio maken. Maar met een hogere efficiëntie en effectiviteit levert de administratie wel meer toegevoegde waarde en betere prestaties voor de regio. Een goed presterende overheid kent immers de behoeften van burgers, bedrijven en organisaties, en ze vervult die effectief.

NA DE BASIS, DE CONSTRUCTIE

Eric Stroobants ziet de basisprincipes van Beter Bestuurlijk Beleid overeind blijven. “Maar het is nodig dat ze correct en consistent worden doorgevoerd. De BBB-aanpak leidde tot hervormingen en dus een nieuwe organisatie, die nu haar kinderziektes achter de rug heeft. Daardoor zit ze nu in een ideale positie om haar prestaties en diensten bij te sturen en desgewenst te verbeteren.

” De eerste generatie beleidsovereenkomsten loopt over twee jaar af. “De ervaringen daarmee zullen het mogelijk maken om ook die instrumenten bij te sturen. Mensen en bedrijven zien van al dat voorbereidend werk nog niet veel effect, maar de eenmaking van de bouw- en de milieuvergunning illustreert al welke praktische voordelen een modernere overheid kan opleveren.” De fundamenten zijn gelegd. Tijd om het zichtbare deel van de constructie op te trekken. 

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud