column

De landverhuizers

Angst voor de confrontatie met de wrevelige kiezer verlamt de politici die oplossingen moeten bedenken voor het humanitaire drama aan de grenzen van de Europese Unie. Maar angst is altijd de slechtste raadgever.

©Saskia Vanderstichele

De beelden zijn van alle tijden. De rijen vluchtelingen op weg van Griekenland door Macedonië naar Hongarije, in de hoop Duitsland of een ander Noord-Europees land te bereiken, doen denken aan het drieluik ‘De landverhuizers’ van Eugène Laermans in het Museum van Schone Kunsten in Antwerpen. Laermans groeide op het in het 19de-eeuwse Sint-Jans-Molenbeek, dat toen al aan het verpauperen was. Hij zag de landverhuizers vertrekken.

De gezichten van de vluchtelingen die op het avondjournaal passeren, heeft Joseph Roth treffend beschreven toen hij zelf in september 1938, samen met andere vluchtelingen, in de wachtkamer van de Parijse prefectuur van de politie zat, hopend op een verblijfsvergunning. ‘Hun kleren zijn nog goed, maar hun gezichten zijn versleten. (Nooit kan een pak zo versleten zijn als een gezicht.) Zij geloven, de ongelukkigen, dat ze alsnog de indruk kunnen wekken de buitenwereld waardig te zijn, als ze zich, ofschoon op de vlucht, toch de moeite getroosten er precies zo uit te zien als die buitenwereld, die er in zijn wildste dromen niet over denkt te vluchten. Want die buitenwereld heeft het nog goed.’

Ook van alle tijden is de angst van politici, die als de dood zijn voor de wrevelige kiezer, maar die ook oplossingen moeten bedenken en financieren voor het humanitaire drama aan de grenzen van de Europese Unie en in eigen land. De een wil de vluchtelingen niet in zijn stad. De ander zegt de veiligheid van de asielzoekers niet te kunnen garanderen tegen de radicaliserende allochtone jongeren. Nog een ander houdt vol dat Europa niet werkt, en dat de Schengenafspraken over de toegang tot het Europese territorium en het vrij verkeer van personen tussen de lidstaten zo lek zijn als een mandje.

Het drama van tientallen verstikte vluchtelingen in een Hongaarse truck, achtergelaten langs een Oostenrijkse snelweg, zegt alles over de slordigheid waarmee sommige Europese lidstaten het probleem aanpakken. Want die dode vluchtelingen zijn Hongarije, een Schengenland binnengekomen of binnengelaten, en werden daar meteen op sleeptouw genomen door mensensmokkelaars.

Na de mislukte aanslagpoging op de Thalys van Amsterdam naar Parijs was de Belgische premier Charles Michel (MR) een van de eersten die de Schengenakkoorden ter discussie stelden. Hij werd gevolgd door N-VA-voorzitter Bart De Wever, die vond dat de lidstaten indien nodig maar zelf het heft in handen moeten nemen. Dat is een hoogst merkwaardig standpunt.

Het verdrag is niet voor verschillende interpretaties vatbaar. Het werd genoemd naar het Luxemburgse Moezeldorp waar de Europese kernlanden België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland het in 1985 al ondertekenden. Het Schengenakkoord maakte het vrij verkeer van personen mogelijk door de opheffing van de binnengrenzen en bijgevolg van de grenscontroles tussen de 22 EU-landen die het verdrag onderschreven, naast IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein, landen buiten de Unie.

Dat de Schengenlanden zich heel bewust zijn van de gevolgen daarvan mag blijken uit het verzet van onder meer Duitsland en Nederland tegen de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Schengenzone vanwege de corruptie in die landen. Ook Kroatië en Cyprus blijven voorlopig buiten de zone. Het Verenigd Koninkrijk bleef aan de kant omdat het een eigen veiligheidspolitiek voert.

Europese besluiteloosheid

Het Schengenakkoord werd in het verleden meermaals bekritiseerd omdat het Europa tot een fort zou omvormen. Wat de jongste maanden allerminst is gebleken. Wat nu stilaan bekend wordt over Ayoub El-Khazzani, de Marokkaan wiens aanslag op de Thalystrein door doortastende medereizigers op het nippertje werd verijdeld, illustreert de nonchalance waarmee de Europese politie- en veiligheidsdiensten omgaan met de Schengenafspraken.

Alleen op basis van zijn veroordelingen wegens drugstrafiek in Spanje, het Schengenland van aankomst, kon hij worden uitgewezen. Ondanks de waarschuwingen vanuit Spanje voor zijn radicaal-islamistische connecties mocht Ayoub El-Khazzani naar Frankrijk vertrekken, daarna naar België en Duitsland. Hij reisde naar Turkije, en van daar allicht naar Syrië, en mocht dan ongestoord terugkeren.

Om op te treden tegen een terrorist als die in de Thalys moet het Schengenakkoord niet worden aangepast. Het moet gewoon worden toegepast.

Om op te treden tegen een mogelijke terrorist als Ayoub El-Khazzani moet het Schengenakkoord niet worden aangepast. Het moet gewoon worden toegepast.

Het is overigens niet het falen van de Schengenakkoorden dat vluchtelingenstroom vanuit Syrië en Afrika naar West-Europa op gang bracht. De onbestaande Midden-Oostenpolitiek van de Europese Unie, tenzij het gaat om wapenleveringen, en de manier waarop die zich door een lichtjes hysterische Franse president Nicolas Sarkozy liet meeslepen in het heilloze bombarderen van Libië, zijn de rechtstreekse oorzaak.

Het Schengenverdrag omschrijft precies hoe die controle aan de buitengrenzen moet verlopen, met bijvoorbeeld patrouilles tussen de doorlaatposten. Het verdrag is ook duidelijk over de opvang van asielzoekers, als die voldoen aan de status die in 1951 werd beschreven in het Verdrag van Genève en in het protocol van New York van 1967.

Als de buitengrenzen van de Schengenzone lek zijn geslagen, dan is dat vooral een gevolg van het totale gebrek aan solidariteit tussen de lidstaten en van de besluiteloosheid van de Europese Commissie en de Europese Raad. Eerder dit jaar, overdonderd door de toevloed van boten met asielzoekers vanuit Libië, maakte de Italiaanse premier Matteo Renzi, een van de socialistische kopstukken van Europa, zich boos. ‘Als dit jullie idee is van Europa, hou het dan’, zei hij. We zijn intussen vijf maanden verder. De noodsituatie wordt steeds acuter en vormt een grotere bedreiging voor de samenhang van de Europese Unie dan de Griekse crisis.

Dat Schengen de grenscontroles verbiedt, is ook onzin. Artikel 2 van het akkoord geeft voldoende ruimte om de binnengrenzen te controleren als ‘de openbare orde en of de nationale veiligheid daartoe noopt’, en laat alle ruimte voor alle andere controles, zoals in treinen en op luchthavens. Als België dat nodig acht, kan het zonder verpinken zijn grenzen controleren. Duitsland en Franrijk deden dat in het verleden. Maar dat vergt wel de inzet van mensen en middelen, die vorige regeringen hebben weggesaneerd. En dat breekt nu zuur op.

Het vluchtelingendebat wordt de jongste dagen vooral verziekt door de bewering dat de sociale zekerheid onder zware druk komt door de toestroom van vluchtelingen. Terwijl die druk veel hoger is door de komst - mét Europese goedkeuring - van tienduizenden goedkope bouwvakkers. Die worden dankzij het detacheringssysteem veelal via Nederland aangevoerd uit EU-landen als Roemenië en Bulgarije, die te corrupt zijn om tot de Schengenzone te worden toegelaten.

Als de sociale zekerheid de jongste decennia onder druk kwam, dan waren vooral de Belgen daarvoor verantwoordelijk. Als het aankomt op overconsumptie en verspilling in de gezondheidszorg, en op sociale fraude, hebben de Belgen van niemand lessen te krijgen, en al zeker niet van asielzoekers. Politici die het tegendeel blijven beweren, beseffen niet dat ze spelen met vuur dat hen uiteindelijk zal verteren. Het bedenkelijke niveau van het debat tussen meerderheid en oppositie werkt als een brandversneller.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud