Advertentie
reportage

In het ‘Klein-Calais' in Brussel

©Dieter Telemans

In hartje Brussel, in de kantorenwijk aan het Noordstation, vlakbij de Dienst Vreemdelingenzaken, transformeert het Maximiliaanpark tot een snel uitdijend tentenkamp voor asielzoekers. Ook donderdag groeit de stroom weer aan.

Met honderden Irakezen, Afghanen en Syriërs staat het park intussen symbool voor de aanzwellende vluchtelingenstroom naar Europa. Ook donderdagochtend stonden weer 500 mensen in de wachtrij voor de Dienst Vreemdelingenzaken.

De nieuwkomers werden verdeeld in een kwetsbare groep met vrouwen, kinderen, ouderen en zieken enerzijds, en een groep jonge mannen anderzijds. Voor het eerst was de kwetsbare groep bijna even groot of zelfs groter dan de andere. Toen duidelijk werd dat ook de kwetsbaren niet allemaal zouden binnen kunnen, werden de jongsten, de zieksten en de oudsten onder hen nog binnengelaten. De rest kreeg een oproepingsbroef om vrijdag terug te komen. De jonge mannen komen door de grote toestroom niet aan bod voor volgende week maandag. 

De Tijd trok naar het tentenkamp en bracht enkele vluchtelingen in beeld.

Het Maximiliaanpark, tussen station Brussel-Noord en het kanaal. ©Mediafin/Mapbox/OpenStreetMaps

‘De Taliban dreigde me te doden’

©Dieter Telemans

Een van hen is de 22-jarige Afghaan Noor Ali. ‘Ik werkte voor een logistiek bedrijf dat leverde aan de NAVO, aan de grens met Pakistan. In dat gebied is er geen overheid, de taliban zijn er de baas. Ze beschuldigden me ervan samen te heulen met de vijand. Ze dreigden ermee me te doden. Het kostte me 2.000 dollar om in Turkije te geraken, in de koffer van een auto. Mijn vader heeft zijn koeien moeten verkopen om me te kunnen laten vertrekken. In Turkije zat ik een maand in de gevangenis. Het duurde vier dagen en vier nachten vooraleer ik in Bulgarije aankwam. Ik had geen voedsel en at noodgedwongen bladeren van de bomen om te overleven. Onderweg kreeg ik nooit hulp van de overheden, wel van burgers. Zo gaf een Servische vrachtwagenchauffeur me een lift, water en cake. Maar in Bulgarije nam de politie me mijn rugzak en mijn gsm af. In Hongarije verbleef ik een tijdje in een heel vuil vluchtelingenkamp, waar we met 16 mensen in een kamertje sliepen. Daar heeft de Hongaarse politie me gedwongen om mijn vingerafdrukken af te nemen. Ik wou dat niet, want ik vrees dat ik nu in de problemen zal komen met mijn asielaanvraag in België. Ik heb de indruk dat de meeste vluchtelingen naar Duitsland willen gaan, daarom denk ik hier meer kans te maken. Ik ga morgen voor het eerst in de rij staan, bij de Dienst Vreemdelingenzaken.’

‘Ik maakte een zotte tocht’

©Dieter Telemans

‘Na vijf jaar muziekstudies richtte ik een paar jaar geleden mijn eigen band op, ‘Solo Baghdad’. We kwamen veel op televisie en waren heel populair bij de jeugd. Daarmee verdiende ik een beetje geld. Daarnaast werkte ik ten noorden van Bagdad als chauffeur voor een Amerikaanse veiligheidsfirma op een luchtmachtbasis. Maar op 18 augustus ben ik gevlucht omdat het leven in Irak veel te link werd. Religieuze fanatici staan erg vijandig tegenover muzikanten. Een tijdje geleden nog stuurde de Iraakse overheid zonder boe of ba een muzikant naar de gevangenis. Als ik was gebleven, hadden ze me vroeg of laat vermoord. Bovendien werd het traject naar de luchtmachtbasis veel te gevaarlijk. Ik heb een zotte tocht afgelegd om hier te geraken. Eerst nam ik het vliegtuig naar Turkije, voor 800 dollar. Daar moest ik 2.600 euro betalen voor de overtocht naar Griekenland. De smokkelaar had een jacht beloofd, maar uiteindelijk belandden we in een gammele vissersboot. Via Macedonië kwam ik in Servië, waar ik met vier anderen 1.000 euro betaalde voor een taxi tot Boedapest. Daar betaalden we met een paar vluchtelingen elk 800 euro om met een taxi via München naar Brussel te komen. Ik kwam zondag aan in dit kamp. Ik heb gelukkig een paar nachten kunnen slapen bij een Belgisch koppel in de buurt. (lacht) We hebben er zelfs wijn gedronken. Maandag stond er een ellenlange rij aan de Dienst Vreemdelingenzaken, dinsdag werd ik geregistreerd. Ik vertrek binnen een uurtje naar een onthaalcentrum van het Rode Kruis in Rendeux en kom eind november terug naar Brussel voor een interview in het kader van mijn asielprocedure.’

‘Ik was 25 dagen onderweg’

©Dieter Telemans

‘Als soenniet werd ik bedreigd door sjiitische milities in Bagdad. Ik ben eind juli moeten vluchten en kon zo mijn managementstudies niet afmaken. In Irak heerst er totale wetteloosheid, de regering behandelt ons als wilden. In dit tentenkamp zitten vooral veel Irakezen uit Mosul en Ramadi, waar de barbaren van Islamitische Staat de plak zwaaien. Ik was 25 dagen onderweg om hier te raken. Vanuit Turkije maakten we een levensgevaarlijke overtocht naar Griekenland, in een rubberen bootje. Dat kostte me 1.200 dollar. Omdat de zee erg woelig was, moesten we van de smokkelaars al onze bezittingen overboord gooien. In Servië verbleef ik een tijdje in een verschrikkelijk kamp. Daar moest je zelfs 2 euro betalen per keer dat je je gsm wilde opladen. In Belgrado werden we voor 1.400 euro met 20 vluchtelingen in een bestelwagen naar Hongarije gebracht. Terwijl ze ons beloofd hadden dat er maar zeven mensen zouden meerijden. Via Wenen reisde ik per trein naar München, Keulen en Brussel. Ik kwam hier op 28 augustus aan, ben inmiddels geregistreerd en verblijf nu in het Klein Kasteeltje, hier vlakbij. Maar ik kom elke dag naar dit park, om het vuilnis te helpen opruimen en om als tolk te werken voor mijn landgenoten.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud