Zoals Ohio kiest, zo kiest Amerika

De VS lijken nog maar uit één staat te bestaan. Wie dinsdag in Ohio wint, wint wellicht de presidentsverkiezingen. Welkom in de Buckeye State, microkosmos van een gespleten Amerika. ‘Ik zal echt blij zijn als het voorbij is.’

Bob Armstrong is al 13 jaar de burgemeester van het stadje met de mooiste naam in heel Ohio: Defiance. Uitdaging, letterlijk vertaald. Defiance ligt in een noordwestelijke uithoek van de staat, bijna in Indiana, op een uur rijden van de industriestad Toledo. Maar afgelegen of niet, de verkiezingskoorts is er acuut. Langs de invalsweg scheldt een gigantisch billboard president Barack Obama uit voor socialist. Een tweede billboard - 200 meter verderop - vat zijn ambtstermijn samen in twee hoofdpunten: General Motors leeft en Osama Bin Laden is dood.

‘Ach, die billboards’, zegt burgervader Bob Armstrong, de vleesgeworden midwesterse vriendelijkheid, in zijn met baseballplaatjes gedecoreerde kantoor. ‘Veel mensen vertellen me dat ze die beledigend vinden. Maar iedereen heeft het recht ze te laten maken. Ik weet dat degenen die ze ontworpen en betaald hebben, iedereen die voorbijkomt op een positieve manier aan het denken willen zetten. Alleen werkt het voorlopig niet echt.’

Verhitte campagnes en diepe tegenstellingen, in Ohio weten ze er alles van. De staat speelt om de vier jaar een centrale rol, wanneer de Amerikanen naar de stembus trekken. Maar in de verkiezingen van 2012 stijgt dat belang naar een maximum. Van de vijftig staten in de VS is er komende dinsdag één waar iedereen met een vergrootglas naar kijkt. Er zijn negen swing states die over winst of verlies beslissen, maar Ohio is de hoofdprijs. Met maar een klein beetje zin voor overdrijving kan je te stellen dat wie dinsdag Ohio wint, in januari naar het Witte Huis mag verhuizen. Of er blijven.

Dat heeft alles te maken met het mechanisme achter de verkiezingen. Niet het Amerikaanse volk, maar het kiescollege - bestaande uit 538 kiesmannen - wijst officieel de president aan. In elke staat valt een proportioneel aantal kiesmannen te rapen, en die zijn allemaal voor de kandidaat die de meeste stemmen in die staat haalt. Wie dinsdag eerst over de magische grens van 270 stuks gaat, wint. Het systeem is 200 jaar oud en kent veel critici, maar beslist vandaag wel nog altijd over wie de machtigste man ter wereld wordt.

Het gevolg is dat de verkiezingen in de VS een mathematisch spel zijn. En in die electorale wiskunde is Ohio met zijn 18 kiesmannen de kantelstaat bij uitstek. Het voordeel ligt bij Obama. De president heeft een voorsprong in de peilingen, maar die is veel te dun om er gerust op te zijn. Wat het Obama-kamp wel lichtjes optimistisch maakt, is dat er omwegen zijn rond Ohio als de president dan toch de staat aan Romney moet laten. Bij winst in Ohio komt Obama dan weer al heel dicht in de buurt van de 270.

Voor Mitt Romney liggen de kaarten anders. Het is eigenlijk simpel: als Romney dinsdag Ohio niet binnenhaalt, wordt het nagenoeg onmogelijk om het pleit nog te winnen. Dan moet hij al scoren in bijna alle andere strijdstaten. Niet ondoenbaar, maar wel een heel lastige klus. De geschiedenis heeft hij alvast tegen: nog nooit won een Republikein de verkiezingen zonder Ohio te winnen.

Robocalls

De spanning van die enorme inzet hing afgelopen zondagnamiddag in de lucht in Findlay, waar Romney met zijn luitenant Paul Ryan een paar duizend supporters kwam toespreken. ‘De kans is groot dat de beslissing in jullie handen ligt’, prentte Romney zijn publiek in. Daniel, een jonge landbouwer uit Dayton die buiten in de wachtrij een half uur lang vlotjes de snijdende wind trotseerde in een flanellen hemd, was zich daar goed van bewust. ‘Wij zijn dé swing state, man. Daar zijn we ons maar al te goed van bewust.’

Vandaar dat Ohio al maanden het toneel is van een obsessief politiek gevecht. Sinds het einde van de conventies begin september verbleef Romney al 15 dagen in de staat en hield hij er meer dan dertig events. Obama bracht in dezelfde periode zeven dagen door in Ohio en zijn running mate Joe Biden nog eens acht. Soms oreren de twee kemphanen op amper een paar kilometers van elkaar.

De echte strijd wordt in de media gestreden, en daar is in Ohio geen ontsnappen aan. Toen Obama en Romney deze week voor de verwoestende orkaan Sandy even hun campagneoptredens op pauze zetten, ging het media-offensief gewoon voort. Je kan hier geen radio of tv opzetten of je hebt prijs bij het eerste het beste reclameblok. Als ik in mijn hotelkamer op mijn eerste avond de tv afstem op een lokale nieuwszender, krijg ik binnen vijf minuten te zien: een spot van de wapenlobby National Rifle Association (NRA) met de dreigende boodschap dat Obama het recht op zelfverdediging beknot, een spot van de pro-Obama Super PAC Priorities USA die stelt: ‘Als Romney wint, verliest de middenklasse’, een spot waarin de lokale Democratische kandidaat-senator Sherrod Brown zijn Republikeinse opponent Josh Mandell afdoet als een onervaren snotneus, en een spot waarin Mandell Brown zwart maakt als onbetrouwbaar.

En zo moeten Ohioans non-stop een lawine van negatief geladen promomateriaal ondergaan. ‘Ik kan echt niet wachten tot de verkiezingen voorbij zijn’, zegt Wendy, die koffie serveert in Perrysburg. ‘De toon is ook vreselijk. Ik kan niet geloven dat veel mensen overtuigd raken bij het zien van zoveel negatieve boodschappen.’ Het houdt niet op bij de televisie. Iedereen in Ohio getuigt over hoe ze dagelijks geterroriseerd worden met telefoontjes. ‘Ik herken de nummers en neem nooit op. Soms moet ik tien boodschappen op één avond van mijn antwoordapparaat wissen. Waarvan misschien twee van een mens, de rest zijn robocalls.’

Broederlijk en macaber

Het treft dat Ohio het ground zero is van deze bitse en superspannende verkiezingen. De staat kan op demografisch vlak doorgaan als een soort miniatuurversie van de hele VS. ‘Ohio heeft sinds 1960 elke keer voor de winnaar gestemd’, zegt Paul Sracic, professor politieke wetenschappen in Youngstown, in het oosten van de staat. ‘En dat is niet toevallig. Je hebt een mix van industriesteden als Cleveland en Akron met veel minderheden en vakbondsleden, rurale delen met bijna uitsluitend blanken, eerder progressieve steden als Dayton en conservatieve bolwerken als Cincinatti.’

In het noordwesten van de staat komen al die verschillen op een kleine oppervlakte bij elkaar. In Wood County, de streek rond de universiteitsstad Bowling Green, bijvoorbeeld. Als Ohio een microkosmos van Amerika is, dan is Wood County een microkosmos van Ohio. In de straten van Perrysburg en Bowling Green, twee grotere centra, wisselen de bordjes voor Obama in de voortuinen af met die voor Romney. Het lijkt broederlijk, maar het kan ook macaber: in een tuin heeft iemand nepgrafzerken voor Halloween voorzien van de naam Barack Obama. In de wijde omgeving rond de twee stadjes is landbouw de hoofdactiviteit. De combinatie zorgt voor een mengeling van Republikeinen en Democraten die van Wood County een swing county in een swing state maken. Ook hier hebben ze sinds 1960, op één keer na, niet meer voor een verliezer gestemd.

‘Ik heb op Obama gestemd’, zegt de gepensioneerde Susan in Bowling Green, waar in een zijvleugel van het rechthuis deze week al volop vervroegd werd gestemd. Maandagmiddag was het bij momenten een klein halfuur aanschuiven. ‘De president kwam in moeilijke omstandigheden in het Witte Huis en heeft nog vier jaar nodig. En hij begrijpt de wereld beter’, vindt Susan. De stem van Ben, een militair met twee tours in Irak op de teller, gaat naar Romney. Met twee conservatieve hangijzers als argumenten: ‘Romney is tegen abortus en hij beschermt het recht om een wapen te dragen.’

Bovenal is Ohio de staat waar een van Obama’s belangrijkste realisaties in de hoofden van de kiezers speelt. Een op de acht banen is in Ohio rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden met de autosector. In 2009 redde Obama - en voor hem al George W. Bush - de Amerikaanse autobouwers GM en Chrysler van de ondergang met een overheidsinjectie van alles bij elkaar 80 miljard dollar. De ingreep wordt beschouwd als een succes.

Met de economie in Ohio gaat het relatief goed: de werkloosheid bedraagt 7 procent, minder dan het nationale gemiddelde. Maar Romney was altijd fel gekant tegen zoveel bemoeienis van de staat. Zijn visie, neergeschreven in een berucht opiniestuk in The New York Times eind 2008 getiteld ‘Let Detroit Go Bankrupt’, is dat de vrije markt gewoon haar werk had moeten doen.

Fiftyfiftyland

In Defiance stond de wereld begin 2009, toen GM failliet dreigde te gaan, even stil. Net buiten de stad, aan de overkant van de straat waar de fameuze billboards staan, heeft GM al sinds 1948 zijn grootste fabriek om ijzeren cilinderblokken te gieten. ‘Het was paniek’, vertelt burgemeester Armstrong, zelf een oud-strijder van de fabriek tot hij met pensioen ging en in de politiek stapte. ‘Als GM was vertrokken, was dat een ghosttown geworden. Dus toen Obama te hulp snelde, was de opluchting groot. Het heeft heel onze stad gered.’

Niet dat het in 2012 de kiezers van Defiance massaal in de armen van de president stuurt. De opluchting van toen heeft bij velen plaatsgemaakt voor ideologie. Eric is een uitgesproken Republikein die de aanpak van Obama principieel fout vindt. ‘Het is niet de job van de overheid om miljarden uit te geven aan de privésector. De Obama-campagne stelt dat verkeerdelijk voor als een overwinning.’ Armstrong vindt dat gek. ‘Toen mensen blij waren dat ze hun job konden behouden, hoorde ik die politieke argumenten niet.’

Het is maar één voorbeeld van de scherpe polarisering in Ohio, en bij uitbreiding de VS. Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen is de diagnose van Amerika er één van een fiftyfiftyland met twee fel contrasterende visies op de realiteit. De ene helft vindt dat de staat een actieve rol moet spelen in de organisatie van de samenleving, de andere helft vindt dat de overheid zich al te veel bemoeit en te veel geld uitgeeft.

Voor die keuze - tussen Obama (en de Democraten) die het eerste standpunt gelooft en Mitt Romney (en de Republikeinen) die achter het tweede idee staat, staan de Amerikanen dinsdag. Zo dicht Obama en Romney elkaar op de huid zitten in de peilingen, zo ver uit elkaar liggen hun recepten voor de Amerikaanse toekomst. Zelden in de recente geschiedenis was de keuze zo duidelijk.

Armstrong, een Democraat overigens, gaat voor zijn partijgenoot stemmen. Maar niet uit blinde volgzaamheid. ‘Ik geloof gewoon meer van wat hij zegt dan van wat Romney zegt.’ Hij is niet te beroerd om toe te geven dat er veel elektriciteit in de lucht hing toen de Romney-campagne tien dagen geleden halt hield in zijn stad. ‘Er hing echt een sfeer van een rockconcert. En de secret service zei ons dat wij het aangenaamste publiek waren van overal waar ze in Ohio al waren geweest.’

Hij heeft één grote wens. ‘Eigenlijk maakt het me niet heel veel uit wie wint. Echt. Als hij er maar in slaagt samen te werken met de andere partij en tot goede beslissingen te komen. Want dat zien we niet meer in de politiek vandaag, en dat is dramatisch.’

Armstrongs woorden klinken als een balsem voor de gespleten Amerikaanse ziel. Een zeldzame blijk van pragmatisme in een diep verdeelde natie. Hij grapt dat hij misschien zelf maar eens voor president moet gaan. ‘Weet je, in Defiance wonen Republikeinen én Democraten. En toch praten we nog altijd in de wijvorm. Zolang dat zo blijft, ben ik graag burgemeester.’

Gesponsorde inhoud

Partner content