POLITIEK | Brusselse remake van succesvolste N-VA-campagne ooit

De N-VA wil dat zondag 14 oktober een ‘geel-zwarte zondag’ wordt in Brussel, net zoals zes jaar geleden in heel Vlaanderen. Daarvoor wordt hetzelfde recept als in 2012 gebruikt. Dat maakte van die verkiezingscampagne de succesvolste in de geschiedenis van de N-VA.

‘Als er één stad is waar de nood aan verandering het grootst is, dan is het wel Brussel’, zegt voorzitter Bart De Wever in het Brussel-pamflet van de partij, dat in het Nederlands, Frans en Engels is opgesteld. Jan Jambon en Theo Francken staan op de frontpagina afgebeeld als de N-VA-boegbeelden voor Brussel. ‘Jaren van laks beleid, favoritisme, schandalen, torenhoge criminaliteit en vastgelopen mobiliteit maken van Brussel de risee van de Europese hoofdsteden’, aldus De Wever. ‘Het is meer dan ooit duidelijk dat de N-VA het enige alternatief is voor een degelijk bestuur voor alle Brusselaars’.

De N-VA had geen beter campagnebeeld kunnen bedenken dan Peterbos,het ‘quartier chaud’ in Anderlecht waar de drugscriminaliteit hoogtij viert, en waar het deze week helemaal uit de hand liep. Vanop de daken van de verloederde sociale woontorens gooiden jongeren er met stenen, petanqueballen en zelfs potten mayonaise naar de politie, controleurs van de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB en journalisten, die er waren neergestreken als meeuwen op een vuilnisbelt.

©Photo News

 

Dat illustreert nog maar eens hoe fout het loopt in onze hoofdstad, en hoe verpletterend de politieke verantwoordelijkheid daarbij is van de Parti Socialiste, die jarenlang de lakens heeft uitgedeeld. De socialisten knepen decennialang de ogen dicht en lieten begaan. Zoals de burgemeester van Anderlecht, Eric Tomas, die al sinds de heerschappij van Philippe Moureaux mee aan de top van de PS in Brussel draait. Diezelfde Tomas moest nu toegeven dat hij niet meer in de wijk Peterbos durft te komen.

Dat PS-Kamerlid Nawal Ben Hamou in de Kamer Jambon nog toesnauwde dat hij moet stoppen met het diaboliseren van Brussel, en geen ‘etnische’ etiketten mag plakken op jonge delinquenten, leek te illustreren hoe weinig de geesten zijn geëvolueerd bij de Brusselse PS. Ze verweet Jambon ook nog dat hij wel meteen uitrukt als het er tegen zit in Antwerpen, maar Brussel aan zijn lot overlaat. Het is duidelijk dat de PS nog altijd graag de N-VA diaboliseert, en andersom.

Terwijl de realiteit genuanceerder is. Net zoals de Franstalige liberalen inzien dat ook de Franstalige Brusselaars vragende partij zijn voor een strakker veiligheidsbeleid à la N-VA, zijn er ook bij de PS figuren, zoals de Brusselse minister-president Rudi Vervoort en de Brusselse burgemeester Philippe Close, die inzien dat in de hoofdstad werk moet worden gemaakt van meer law and order.

Troefkaart

Maar die doortastende aanpak blijft toch een troefkaart die vooral de N-VA kan uitspelen bij de Brusselse gemeenteraadsverkiezingen van oktober. De Vlaams-nationalisten hebben grote ambities. Ze komen in alle 19 Brusselse gemeenten op. Zo trekt Laurent Mutambayi, de veiligheidsadviseur met Congolese roots van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Francken, de N-VA-lijst in Sint-Jans-Molenbeek .

De N-VA kan wel niet leunen op de schouders van een Franstalige zusterpartij, zoals de andere traditionele partijen dat wel kunnen. De N-VA’ers zullen dus niet op een gemengde taallijst staan, maar het op eigen kracht moeten doen. Dat wordt niet makkelijk. Al lukte het in 2012 wel al in enkele Brusselse gemeenten, zoals Brussel-stad, Anderlecht, Molenbeek en Jette.

De N-VA aast in Brussel op de Franstalige stem.

De Vlaams-nationalisten hopen ook zonder alliantie met een Franstalige partij Franstalige kiezers aan de haak te kunnen slaan. ‘We zijn een partij geworden waarvoor nu ook Franstaligen openstaan’, zei Francken bij de voorstelling van de lijsttrekkers. De Brusselse gemeenteraadsverkiezingen zijn meteen een generale repetitie voor de regionale en nationale verkiezingen van volgend jaar, om te zien hoe ver de N-VA kan springen met die Franstalige stemmen.

Een voordeel is alvast dat de Brusselaar bij de gemeenteraadsverkiezingen niet eerst moet aanduiden of hij Nederlandstalig of Franstalig is, waarna hij alleen de lijsten van de Franstalige of de Vlaamse partijen te zien krijgt. Er zijn dus geen technische barrières die het moeilijk maken voor een Franstalige Brusselaar om voor de N-VA te kiezen, zoals wel het geval is bij de Brusselse gewestverkiezingen volgend jaar.

De N-VA wil van de Brusselse gemeenteraadsverkiezingen een remake maken van de meest succesvolle campagne die ze ooit heeft gevoerd. Dat waren de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, die in de annalen va de N-VA geboekstaafd staan als ‘geel-zwarte zondag’. Het was de grote doorbraak van de N-VA. Haast vanuit het niets scoorden De Wever & co. over heel Vlaanderen net geen 23 procent.

Lokale verankering

Dat was allerminst evident voor een nieuwe partij zonder lokale verankering. De succesformule bestond erin dat van de lokale verkiezingen nationale verkiezingen waren gemaakt. De N-VA trok toen voor het eerst naar de kiezer met de nationale slogan ‘de kracht van verandering’. De Wever zette het N-VA-model versus het PS-model in de markt. Van Opgrimbie tot De Panne waren er affiches met zijn hoofd op, al konden alleen de Antwerpenaren echt voor hem stemmen.

In Brussel worden nu de nationale kopstukken Jambon en Francken uitgespeeld, ook al kan de Brusselaar niet voor hen kiezen. Zij zijn vanuit de regering-Michel de belichaming van het strakke veiligheids-, asiel- en migratiebeleid, waarmee de N-VA in heel het land scoort. ‘Na de veranderingen die we op federaal en Vlaams niveau hebben teweeggebracht, is Brussel de volgende kaap om te nemen’, zei Francken, daarmee zijn ambities niet onder stoelen of banken stekend.

Belgique à grand-père

Toen Groen-voorzitster Meyrem Almaci in de Kamer de benoeming van Cédric Frère (foto) - de kleinzoon van Albert Frère - bij de regentenraad van de Nationale Bank afschilderde als de terugkeer van het ‘Belgique à papa’, probeerde N-VA-vicepremier Jan Jambon - die niet besefte dat zijn micro nog openstond - er een grapje van te maken. ‘Belgique à grand-père’, klonk het.

Maar het was groen lachen. Want wie had ooit gedacht dat de Vlaamsnationalisten de politieke benoeming van de kleinzoon van Albert Frère zouden moeten verdedigen? Het was ronduit pijnlijk om partijsoldate en stamboomflamingante Kristien Van Vaerenbergh in ‘Villa politica’ te zien zwemmen én verzuipen. Ze stamelde iets over objectieve criteria.

Eerder had Almaci al Jambon in het gezicht geslingerd dat er in de verste verte geen sprake is van objectieve criteria. Dit is pure ‘ons kent ons’, waarbij MR-boegbeeld Didier Reynders zijn goede vriend Albert Frère - die de post bij de regentenraad blijkbaar zelfs een familiezaak vindt - nog eens bedankt voor bewezen diensten.

Al kan de vraag worden gesteld welke diensten Frère heeft geleverd, want heeft hij geen fortuin gemaakt met de uitverkoop van België? Het feit is dat er een verstrengeling is tussen Frère en de Franstalige politiek, ook met de Franstalige socialisten overigens. Hoe oorverdovend stil is het niet gebleven bij de Parti Socialiste?

Bij de Franstalige liberalen vinden ze de kritiek van een bananenrepubliek erover. ‘Waarom zou iemand die de achternaam Frère heeft niet mogen worden benoemd bij de regentenraad, dat overigens niet het nec plus ultra is van de beslissingsmacht in België? Zijn uitgebreide netwerk kan voor België worden gebruikt. Dat is toch niet niks’, klinkt het weinig overtuigend.

De MR lijkt ermee weg te geraken, maar voor Jambon en de N-VA is en blijft het een pijnlijke zaak, zoals Almaci het mes in de wonde draaide. ‘Dat dit soort nepotisme anno 2018 nog kan in ons land, zegt alles over de N-VA en haar ministers. Dit is een staaltje politiek gekonkel van een pure machtspartij.’

De N-VA blijkt inderdaad een partij zoals een ander te zijn geworden. De benoeming van Frère is het resultaat van een koehandel tussen de MR en de N-VA, die het hoofd van de N-VA-studiedienst en de penningmeester bij respectievelijk de regentenraad en de censoren van de Nationale Bank heeft kunnen plaatsen. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) formuleerde het haast poëtisch: ‘De regering is een geheel van krachten.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud