weekboek

Voor een polonaise heb je volk nodig

De beurs boomt, hoera! Alleen: er blijft nauwelijks voldoende volk over om een deftige polonaise te starten.

De beurs is dood, leve de beurs. Dat is het schizofrene gevoel dat mij rest na de week waarin de Brusselse aandelenkorf Bel20  het hoogste peil sinds eind 2007 aantikte. Het coronavirus, dat zelfs een hoogvlieger als Barco even in de remmen dwong en bij industriële groep Campine uit Beerse dubbel effect sorteert? Ah, wie ligt daar in de beurswereld wakker van? Centraal bankiers zullen ook dat probleempje wel oplossen door in de rente te knippen. Toch? 

En ook: terwijl de beurs zogezegd boomt, is de beurs aan het leeglopen. Zeker in Brussel. Er staat nu ook een vervaldatum op Société Anonyme Belge de Constructions Aeronautiques ofte Sabca, de luchtvaartspecialist die exact een eeuw geleden op de luchthaven van Haren - onze eerste nationale luchthaven -  het leven zag. Grootaandeelhouder Dassault verkoopt Sabca aan de Belgische overheid, er volgt een uitrookbod. 

Natuurlijk: met slechts 3 procent aandelen die niét in vaste handen zaten, kon je Sabca al bezwaarlijk 'beursgenoteerd' noemen. En was de beurskoers nauwelijks een barometer voor de échte waarde. De verkopende Fransen trokken er zich niks van aan: eerst kochten ze in maart 2019 van het kwakkelende Britse conglomeraat GKN een groot pakket over tegen 7,17 euro per aandeel, een gigantische korting op de beurskoers. Elf maanden later verkopen ze door aan ... 32,08 euro per aandeel, een dijk van een premie. Well played, Frenchies

Een notering met meer dan één hoek af dus, maar toch: van dit stuk luchtvaartengineering - een sector die cruciaal is voor ons industrieel weefsel - kon je als Belgische kleine belegger via Sabca letterlijk een stukje kopen en opvolgen. Nu dus niet meer.

Mogelijk staat een volgende exit al in de steigers: bij IT-dienstengroep Econocom   versterkt grootaandeelhouder Jean-Louis Bouchard zijn positie. Hij neemt een belang van meer dan 5 procent over van Walter Butler, die in 2013 het Franse Osiatis aan Econocom verkocht. Bouchard moet alleen nog een banklening versieren om de deal te financieren. Merk op dat Econocom zichzelf al mondjesmaat van de beurs aan het halen is door tegen een stevig tempo eigen aandelen in te kopen. Geen wonder dat beleggersblad Kroffinvest als potentieel eindspel bij al die manoeuvers een verkoop van Econocom ziet. 

En zo zakt het aantal genoteerde Belgische bedrijven in Brussel gestaag naar een dieptepunt (zie grafiek). Vooral de jongste jaren gaat het hard, met een leegloop van Ablynx tot Zetes. De schaarse recente nieuwkomers, Balta en Sequana Medical, zijn, euhm, niet echt wervende verhalen te noemen.

Jazeker: ook bij de buren in Amsterdam verlieten de jongste jaren veel bedrijven het koersenbord. We treuren nog altijd om de parel Koninklijke Ten Cate, die veel te goedkoop naar private-equity verkaste, en vrijdag raakte bekend dat private-equityreus Blackstone op NIBC aast. Maar op het Damrak staat er tegenover de exodus een instroom van nieuwkomers uit de florerende Amsterdamse opstartcultuur, in financiën (Adyen), ontspanning (Basic-Fit), energie (Alfen) of freelancereconomie (Just Eat Takeway).

De Brusselse beurs heeft die tegenstroom niet en staat al een hele tijd niet meer centraal in de Belgische economie. Ten eerste letterlijk: de Bel20 is na jaren bricoleren met buitenlandse koekoeksjongen al lang geen 'Belgische' barometer meer.

De beurs vs De Beurs

Sinds 2015 zit de beurs ook niet meer in 'De Beurs', sinds 1873 het statige beursgebouw in hartje Brussel van waaruit een Brussels fiscaal paradijs ooit de wereld (Rusland, Egypte, Argentinië, China ...) veroverde. Wel in een hoekje van het Markiesgebouw in de schaduw van Sint-Goedele. Het beursgebouw is intussen, lazen we afgelopen najaar in Bruzz, een typisch Belgisch verhaal: het biermuseum dat er moet komen is royaal over tijd en over budget. 

Ook figuurlijk: door de ultralage rente is er een vloedgolf aan geld dat een rendabele belegging zoekt, nu centraal bankiers alle risicovrije rentes tot rentevrij risico herleid hebben. 'Grote beleggers storten zich rücksichtlos in private markten, met name durfkapitaal, private equity en de private schuldenmarkt', stelde zakenblad The Economist eind vorige maand vast.

Waarom als bedrijfsleider de wispelturige publieke aandelenmarkt voor lief nemen als je minstens even vlot privaat je expansie kunt financieren? Brouwer Duvel Moortgat en verpakkingsgroep VPK groeien als kool sinds ze afscheid namen van de beurs, Studio 100 had l'embarras du choix bij de keuze van een nieuwe discrete aandeelhouder

Moeten we dat erg vinden? Ja, als journalist. Soms kom ik badend in het zweet wakker, na een nachtmerrie waarin we onze beursspiegels louter nog met vastgoed en biotech kunnen stofferen. Geen kwaad woord over beide sectoren, maar voor 'de mix' is wat good old verwerkende nijverheid welkom.

Maar als econoom heb ik niet de indruk dat we wakker moeten liggen van een wegkwijnende beurs, laat staan badend in het zweet. Je kunt niet zeggen dat ondernemers die geld zoeken om boeiende projecten of expansie te financieren, die nu niet vinden. Zelfs de bedrijven die op de beurs noteren, kiezen steeds meer voor een snelle private plaatsing bij een kransje grote beleggers dan voor een tijdrovende publieke kapitaalronde waar ook de kleine belegger welkom is. Ook hier: zeer jammer want niet bijster respectvol voor die kleine belegger, maar vanuit economisch standpunt - spreek ons gerust tegen - niet zeer erg. 

Belgen die toch naar de beurs willen kunnen altijd naar Amsterdam, waar de beurscultuur altijd al dynamischer is geweest en de overheid - we wikken onze woorden - iets meer respectvol is voor de belegger. Of naar Parijs, waar er wél een krachtdadige en hervormingsgezinde regering in het zadel zit. En waar X-Fab  sinds 2017 noteert, de chipproducent die zijn belangrijkste van zes fabrieken in de periferie van Parijs heeft staan.

CEO Rudi De Winter liet zich net als echtgenote Françoise Chombar bij zusterbedrijf en chipdesigner Melexis vrij optimistisch uit over de autosector in 2020. Maar terwijl Chombars optimisme Melexis een week voordien 13 procent hoger joeg, viel het aandeel X-Fab terug. 

X-Fab is een heel ander beestje dan Melexis. Door de relatief hoge vaste kosten van de chipbakker richt elke krimp van de bovenste lijn een ravage aan lager op de resultatenrekening. Terwijl de omzet 14 procent kromp naar 506 miljoen euro, daalden de directe kosten slechts 1 procent naar 479 miljoen. Resultaat: een brutowinst die met drie kwart verschrompelde tot 27 miljoen en een nettoresultaat die omsloeg van 23 miljoen winst naar 49 miljoen verlies.

Galliumnitride

Verschillende operationele problemen in het vierde kwartaal - een automatiseringsproject dat volledig afgeboekt is, een provisie voor potentiële schadeloosstellingen door een productiemisser ('one-off fab event' heette dat in de telefonische conferentie) - wekken ook niet echt vertrouwen. 

De cruciale passage in de conference call van X-Fab

Deutsche Bank haalde het aandeel van de kooplijst en wijst op één cruciale passage in die conferentie. In de aanloop naar de jaarcijfers was X-Fab 37 procent gestegen sinds nieuwjaar, vooral dankzij groot enthousiasme over de snelle, efficiënte opladers op basis van galliumnitride (GaN) van het Amerikaanse Power Integrations

Jazeker, X-Fab is druk bezig met onderzoek rond GaN. Maar op dit ogenblik zijn de eigenlijke verkopen minimaal. De Winter op de call: 'Minder dan 1 miljoen in 2019, in 2020 ergens tussen 3 en 5 miljoen dollar'. Ergo: nog geen 1 procent van de groepsomzet. 'Dat verhaal mag nu terug in bed gestopt worden tot er een GaN-oplader mee in de box van een toekomstige iPhone zit. Maar dat zal niet meteen zijn', schrijft Deutsche-analist Rob Sanders. 

Wat eens te meer bewijst: de telefonische pingpong tussen analisten en management is vaak stukken interessanter dan de vage persberichten. Want met dat ene zinnetje nam De Winter bij beleggers alle lentegevoelens rond X-Fab weg. 

Lees verder