weekboek

De bull run zonder fun

Het is met beurshausses zoals met de stierenlopen in Pamplona: vroeger waren ze leuker.

'Pamplona’s bull runners complain the thrill has gone’, kopte Financial Times vorige week. De boodschap luidt dat de zomerse stierenloop in het Spaanse Pamplona te veilig geworden is. De gemeente bracht ‘antislipverf’ in de bochten aan.

En de ossen die de stieren bij de les moeten houden zijn tegenwoordig zo scherp getraind dat ze hun job té goed doen. ‘Usain Bolt zou ze niet meer kunnen bijhouden’, moppert een veteraan in de zakenkrant. En wat is nog de fun van een stierenloop als je niet het gevoel hebt een seconde van de dood verwijderd te zijn? Hemingway zou nu - na een selfie op Instagram - in slaap vallen tijdens San Fermin in plaats van er een klassieker over te pennen.

Het gemopper over San Fermin doet denken aan het gemopper over de ‘bull run’ op de beurzen. ‘Onbeminde stierenmarkt zet record neer’, schreven we op 22 augustus vorig jaar, toen Wall Street met 3.453 dagen het record voor langste hausse ooit brak.

En hoe langer die stierenloop duurt, hoe minder plezier beleggers er aan beleven. Maar het is zoals de beruchte quote die Citigroup-CEO Chuck Prince op 9 juli 2007 - ook al in Financial Times - liet optekenen: ‘Zolang de muziek speelt, moet je dansen’. Strateeg Philippe Gijsels van BNP Paribas Fortis fomuleert het zo: ‘Beleggers moeten de rally wel achternalopen, al is het niet met volle goesting. Noem het de gehate rally.’

De quote van Prince sloeg op de oververhitte private-equitymarkt en de onrust over een plotse crisis als de liquiditeit op die ondoorzichtige markt plots zou opdrogen. En dan was 2007 nog braaf vergeleken met hoe het geld anno 2019 bij private-equityspelers tegen de plinten klotst.

We kunnen het niet genoeg herhalen: nu centraal bankiers de rente op steeds meer ‘vastrentend’ papier tot nul herleid hebben, zoeken de drenkelingen van de nul hun rendement wanhopig elders. En smeken pensioenfondsen, verzekeraars, family offices ... aan mensen als Stephen Schwarzman om hun geld aan te nemen.

Blackstone zag de jongste 12 maanden 151 miljard dollar vers geld toestromen ©Blackstone

De topman van private-equityreus Blackstone liet donderdag weten over de voorbije 12 maanden ... 151 miljard dollar vers geld binnengekregen te hebben. Alleen al in het tweede kwartaal rolde 45 miljard binnen. Dan kun je al eens een folieke doen: Blackstone trok wat kleingeld uit om neer te strijken in de Belgische bouwmarkt, een notoir onrendabele markt waar reuzen als Saint-Gobain en CRH hun tanden op hebben stukgebeten.

Een deel van die cash vindt ook zijn weg naar de publieke aandelenmarkten. Maar hier is het een beperkt kransje aandelen dat profiteert. Het moet van de ‘TMT-hausse’ van 1999 geleden zijn - herinner u de ‘oude’ en ‘nieuwe’ economie - dat er op de beurzen zo’n tweespalt was.

Het grote verschil is dat 20 jaar geleden alleen zeer opwindende aandelen - bij voorkeur sterk verlieslatende dotcommers - meesurften op de hausse, terwijl de ‘melt-up’ van de koersen zich nu afspeelt bij de saaiste aandelen.

DRAGHI WEEGT OP NATIONALE BANK

Europese bankiers sakkeren op Mario Draghi. Ze moeten de ECB strafrente betalen voor de cash die ze in Frankfurt stallen, terwijl hun Amerikaanse collega’s aardig - op dit ogenblik 2,35 procent - verdienen aan de overschotten die ze bij de Fed parkeren.

Draghi maakt nóg een slachtoffer met zijn eeuwig nulrentebeleid: de Nationale Bank van België (NBB), met haar 167 lentes het oudste genoteerde bedrijf van Brussel. 

Door één grote verkoper kende het aandeel zijn drukste handelsdag in 15 jaar en zakte de koers naar het laagste peil in zeven jaar. De reden? De lage rente weegt op het rendement van de obligatieportefeuille van de NBB en dat rendement vormt de basis van het dividend.

Nochtans verdient de NBB goed aan de strafrente die banken betalen, maar dat deeltje van de winst voedt het dividend niet. Niettemin: op basis van het jongste dividend van 138,47 euro biedt Nationale Bank nu 6 procent brutorendement. Wie dekking zoekt voor de nul van Draghi, kan gerust bij Pierre Wunsch schuilen.

 

Aandelen van bedrijven die met hun voorspelbare en tot in de verre toekomst te extrapoleren winsten en dividenden immuun lijken voor de grillen van de wereldeconomie. Terwijl dat beperkte kransje dag na dag de stratosfeer verkent, verbrandde het gros van het koersenbord zich door contact met de dampkring genaamd kwakkelende wereldeconomie. Of het nu wereldwijd tuimelend ondernemersvertrouwen, krimpende Amerikaanse spoorwegvracht of het winstalarm van BASF is: er zijn steeds meer signalen dat het met deze laatste niet goed gaat.

Die sombere visie gaat hand in hand met een selectieve beursrally. Meest extreem voorbeeld passeerde deze week op het Bloomberg-scherm, met Valley Forge Capital Management. Dat hefboomfonds houdt nog 1 procent cash achter de hand. De resterende 99 procent zit in 9 aandelen, waaronder kredietkaartreus Visa en data-analist Fair Isaac (bekend van de FICO-kredietscore).

Bedrijven die volgens beheerder Dev Kanteseria zullen blijven groeien, ook al probeert de Federal Reserve de komende 20 jaar met steeds lagere rentes vergeefs de reële economie aan te vuren. Die scepsis over centraal bankiers is algemeen.

Wall Street-veteraan Jan Loeys (JPMorgan), al jaren één van de boeiendste denkers in de beurswereld, was in een gesprek met deze krant uitgesproken: ‘Centrale banken mogen dominanter dan ooit zijn en een grote impact op de markten hebben, als het op hun inflatiedoelstelling aankomt gelooft niemand ze nog’.

©Mediafin

Een illustratie van de tweespalt op de beurzen vormt in Brussel WDP en Solvay. Niemand betwist de indrukwekkende staat van dienst van WDP, één van de grootste en meeste gerespecteerde spelers in logistiek vastgoed in Europa. Maar van de beleggersrush en dagelijkse recordkoersen begint een mens te duizelen (zie grafiek).

Omgekeerd staat Solvay stil op de pechstrook van de beursrally sinds de nieuwe CEO Ilham Kadri dit voorjaar waarschuwde dat 2019 moeilijk zou worden, omdat veel klanten - de autosector, maar ook smartphoneproducenten - worstelen met de handelsoorlogen.

Solvay noteert nog tegen iets meer dan 10 keer de verwachte winst. En het dividendrement beloopt meer dan 4 procent, tegenover 3 procent voor WDP. Niet slecht voor een chemiebedrijf dat al sinds de vroege jaren tachtig doorheen alle conjunctuurgrillen zijn dividend minstens stabiel wist te houden.

Op komst: rumble in the jungle?

Ook Carlos Brito moest deze week ondervinden dat beleggers tijdens deze beursrally kieskeurig blijven. De CEO van AB InBev  zag zich genoodzaakt de beursintroductie van zijn Aziatische dochter ter elfder ure af te blazen.

Beleggers waren niet bereid de prijs te betalen die Brito in gedachten had. Eerlijk: ik had die vrijdagavond niet de zakenbankier willen zijn die het telefoontje naar Brito moest doen. De bierreus moest andere manieren zoeken om zijn schuldenberg van 100 miljard dollar - een erfenis van de (te) dure SAB Miller-deal - af te toppen.

Een goed manager heeft echter altijd een plan B achter de hand. En zo bleek vrijdag: de Japanse brouwer Asahi bleek bereid 16 miljard dollar te betalen voor de Australische dochter. Een astronomische 15 keer de brutobedrijfswinst (ebitda), bijna een evenaring van de 17 keer de brutobedrijfswinst die AB InBev voor SABMiller betaald heeft. Jefferies-analist Edward Mundy merkt op dat Japanse brouwers zoals Europese beleggers zijn: ze zijn in hun zoektocht naar voorspelbare buitenlandse groei bijna eender welke prijs te betalen om hun stagnerende thuismarkt te ontvluchten.

Volgens Mundy geeft de lucratieve Australische exit Brito de kans zelf op jacht te gaan. Hij denkt aan Castel, de zeer discrete Afrikaanse marktleider die nog altijd in handen is van de gelijknamige familie. Zo’n deal zou na Mexico, Brazilië, Zuid-Afrika en Nigeria AB InBev ook in Congo - de ‘last frontier’ van het bier? - lijnrecht tegenover Heineken zetten. Wij schenken ons alvast een halve liter in en gaan het Afrikaans Lage Landen-duel met plezier volgen.

Lees verder