nieuwsanalyse

Dolle rit van Zwijnaarde tot New York City

Het beursdebuut van Argenx in mei 2017 ©Christopher Galluzzo / Nasdaq

Mix Belgisch-Nederlandse bedrijven met Amerikaanse noteringen met manisch-depressieve beleggers en globetrottende algoritmes en je krijgt een dolle beursweek.

We hebben het zonder veel nadenken over ‘de Brusselse beurs’, maar deze week werd onderstreept hoe relatief die plaatsaanduiding is. In januari zal het 30 jaar geleden zijn dat de laatste makelaar met krijt de koers van een Belgisch aandeel op het bord schreef.

Anno 2018 is de ‘beurs’ een collectie van anonieme servers en routers. De paar resterende beursvloeren in Frankfurt en New York zijn er louter omdat het voor de nieuwszenders ARD en CNBC leuker is het beurspraatje te houden met drukdoende handelaars op de achtergrond dan met een grijs serverpark.

Het overblijvend personeel in Brussel zit sinds 2015 niet meer in het flamboyante beursgebouw langs de Zuidlaan, waar koning Leopold II in 1881 met een volksfeest dochter Stefanie naar Wenen uitwuifde. Wel in een anoniem kantoor van het Markiesgebouw aan de kathedraal.

Ook de twee ‘Brusselse’ beursintroducties dit jaar doen ons niet van belgitude glimmen. Het kleine Britse Acacia Pharma  lijkt alleen voor het label Brussel gekozen te hebben omdat Belgische beleggers dankzij succesverhalen als Ablynx gretig in alle biotech stappen.

En nu loopt Shurgard Europe zich warm. Een pan-Europees opslagbedrijf - het klassieke soort waar je huisraad in stockeert, niet de servers die de computerwolk in de lucht houden - met hoofdkantoor in Luxemburg en twee Amerikaanse aandeelhouders. Ook hier kunnen alleen grote beleggers intekenen. De kleine Belg is aangewezen op de ‘tweedehandsmarkt’. Al dan niet na lectuur van het door de Luxemburgse waakhond goedgekeurde prospectus.

©Mediafin

De Belgische biotechparels illustreren de grenzeloosheid van de beurswereld. Terwijl Galapagos  een Belgisch bedrijf is met een hoofdnotering in Amsterdam, geldt voor Argenx  het omgekeerde. Ook al werken luidens het jaarverslag alle 73 personeelsleden in het Industriepark van Zwijnaarde, juridisch ligt de hoofdzetel in Nederland (Rotterdam) en leaset het bedrijf een kantoor in Breda.

Door dat anoniem kantoor was het de Nederlandse beurswaakhond AFM die deze week het prospectus goedkeurde voor de kapitaalronde van 300 miljoen dollar. De Belgische waakhond FSMA schorste in afwachting dinsdag de handel, maar die dag was er wel gewoon handel in het aandeel op Wall Street. Dat de wereld een stuk makkelijker was toen mannen in stofjas af en toe hun krijtje bovenhaalden en vervolgens weer een half en half gingen drinken in de Cirio.

Wat in de labo’s van Galapagos en Argenx gebeurt, is mateloos fascinerend. Beide bedrijven beschikken over een beloftevol platform dat ze inzetten bij het onderzoek naar middelen tegen een hele reeks aandoeningen waar nu vaak geen afdoende behandeling voor bestaat.

Maar beleggen in biotechnologie is niet altijd even goed voor de gezondheid. Logisch: tot er een product op de markt is, beloopt de omzet nul. De miljarden beurswaarde zijn voor 100 procent gestoeld op verwachte winst, te beginnen ergens in de loop van het volgend decennium. Het gevolg is dat elk beetje twijfel over die jackpot met drie vergrootglazen tegelijk naar het heden wordt vertaald.

©Mediafin

Maandag rond 10 uur was Argenx dik 3 miljard waard. Dat was na een eerste lezing van de onderzoeksresultaten van het experimentele middel efgartigimod voor de behandeling van de zeldzame bloedziekte ITP. 72 uur later was de beurswaarde geslonken tot 2,4 miljard.

Intussen had Argenx via de uitgifte van nieuwe aandelen op Wall Street 260 miljoen euro opgehaald, en was de beurswaarde in de kering met 900 miljoen gezakt. De aanleiding van die rollercoaster: klinische testen met 38 patiënten in de tweede fase.

Die zijn vooral bedoeld om aan te tonen dat een middel potentieel heeft (‘proof of concept’), voor definitieve conclusies wacht je best op de derde fase met testen op veel meer patiënten. Maar ‘wachten’ staat niet in het woordenboek van de manisch-depressieve biotechbelegger, die eerst schiet en dan vragen stelt.

©Argenx

‘Belegger’ mag je ruim zien. Zo verscheen op Bloomberg tijdens de telefonische conferentie van het Argenx-management een flash met het woord ‘skewed’ (vertekend) in de kop. Dat volstond zonder twijfel voor oververhitte servers: algoritmes schuimen het web af naar beursgenoteerde bedrijven die in één adem vermeld worden met woorden met een negatieve connotatie.

Al zijn die algoritmes nog rationeler dan mensen. Op pagina 22 van het prospectus stond dat telkens vijf patiënten in de twee groepen van 13 die efgartigimod toebediend kregen bloedingen kregen, tegenover twee van de 12 bij de placebogroep.

De kans is reëel dat de bloedingen niets te maken hebben met efgartigimod maar wel met de complexe bloedziekte die ITP is - verder onderzoek in december moet klaarheid scheppen. Maar de passage was toch goed voor een tweede verkoopgolf. Die pas stopte toen Wall Street-analisten collectief de verdediging van Argenx op zich namen.

'Billions', de serie van Andrew Ross Sorkin

Dat mag ook wel: volgens pagina 17 van het prospectus verdienden de begeleidende banken 16,5 miljoen dollar aan de plaatsing, meer dan 5 procent van het bedrag dat beleggers Argenx bruto toestopten.

In de voorlaatste aflevering van de - geweldige - eerste jaargang van de televisieserie ‘Billions’ verliest hedgie Axe Capital 1 miljard dollar op een biotechbedrijf. Ik herinner me dat ik dacht: ‘Beetje overdreven, gasten’.

Gooi Zwijnaarde, Breda en New York in de mix met overspannen mensen én algoritmes en je moet concluderen dat de scenarist - ‘Too Big To Fail’-schrijver Andrew Ross Sorkin - nog te braaf was toen hij die aflevering pende.

DE SLUIPENDE EXIT VAN CONNECT

2018, het jaar van de leegloop. Met de exit van Ablynx, RealDolmen, Sapec en Tigenix zit Brussel nog aan 111 Belgische noteringen. Afgaand op data van het onderzoekscentrum SCOB is dat het laagste aantal sinds de jaren 1870.

En het stopt niet: bij E&Z Bebig en 2Valorise hebben de grootaandeelhouders exitplannen aangekondigd. Het zou ons niet verbazen mocht Connect de volgende zijn. De onderaannemer van de industrie en de elektronicasector is aan een sluipende exit bezig. 

Eind 2017 controleerde grootaandeelhouder Huub Baren al 82,4 procent van de aandelen. De insidertransacties op de webstek van de beurswaakhond FSMA leren dat Baren dit jaar nog eens meer dan 350.000 stukken kocht, waardoor hij aan bijna 84 procent zit. Bovendien versluisde Baren in de eigen portefeuille vorige maand ook 836.000 aandelen van de vennootschap IPTE Factory Automation naar zichzelf. 

Verbazen mogen de inkopen niet: met dank aan de uitbreiding van de fabrieken in Tsjechië en Roemenië vertaalde Connect over de eerste jaarhelft van 2018 28 procent meer omzet in een vertienvoudiging van het nettoresultaat.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content