weekboek

Een eindejaarsrally met Franse slag

Terwijl iedereen naar de rokende BMW op de pechstrook kijkt, trekt de 2CV van de eurozone een spurtje.

'Niemand durft 'het' voorspellen, maar toch is 'het' op komst: een recessie'. Zo schreven we stellig bijna een jaar geleden in deze kolommen. Als we flauw willen doen, dan zouden we kunnen zeggen dat wat Duitsland betreft we er dit jaar maar een tiende van een procent naast zaten

Maar zo flauw gaan we niet doen. We zaten er dik naast, beste lezer. En Duitsland is misschien wel een belangrijke reden. Niet alleen hebben we onderschat hoe stevig de Amerikaanse economie ook in het tiende jaar expansie zou blijven draaien, maar vooral: we hebben ons net als velen blindgestaard op de V8-motor van de eurozone. Duitsland is midscheeps maar uniek getroffen door de crisis in de autosector.

Bovendien merkt Candriam-hoofdeconoom Stijn Decock op dat die impact nog uitvergroot wordt door de snelle opmars van SUVs bij de Europese consument, SUVs die Duitse autobouwers vaak in fabrieken buiten de landsgrenzen maken. De ook in Duitsland erg populaire VW T-Roc, bijvoorbeeld, rolt in Portugal van de band. Met andere woorden: de besmetting voor de rest van de Europese economie is waarschijnlijk beperkt. 

©Mediafin

Met onze Duitsland-focus hadden we even niet in de mot dat er aan de overkant van de Rijn een 2CV stevig toerental aan het maken is. Beurshuis JPMorgan voorspelt dat de Franse economie dit jaar met 1,3 procent nog altijd een behoorlijke groei zal laten optekenen. Jazeker, een vertraging tegenover de 1,7 procent in 2018 maar pas dramatique vergeleken met de ruime halvering van de Duitse groei. Ook voor volgend jaar rekent JPMorgan op 1,3 procent groei in Frankrijk, waarmee Parijs voor het derde jaar op rij Duitsland zou kloppen. 

De reden? De Fransen laten dit jaar het geld aardig rollen, met dank aan een werkloosheid die naar het laagste peil in een decennium is gezakt. 'De Franse economie is veel meer afhankelijk van diensten dan van industrie', merkt ING-econoom Julien Manceaux op. 'Industrie is goed voor 15 procent van de toegevoegde waarde in de economie, in Duitsland is dat het dubbele'. Frankrijk is ook veel sterker op de binnenlandse vraag gericht: de uitvoer beloopt iets meer dan 30 procent van het bruto binnenlands product, tegenover bijna 50 procent voor Duitsland. 

Frankrijk is politiek gezien vrij uniek in de eurozone: president Emmanuel Macron regeert er nog tot 2022 met een comfortabele meerderheid in het parlement achter zich. En hij deelt ook cadeaus uit. 'Betekenisvolle belastingverlagingen hebben dit jaar het gezinsinkomen een stevige boost geven en zullen dat ook volgend jaar doen', stipt Morgan Stanley-analist Matthew Pennill aan. 'En in 2020 volgt meer van hetzelfde'. In de begroting die Macron in september voor 2020 voorstelde, stonden voor 10 miljard belastingverlagingen. 

De Franse begrotingswaakhond over de structurele begrotingsinspanningen: pratiquement nuls ©HCFP

En die begroting dan? Die gaat dan wel stevig in het rood. Daarop reageert Parijs met een Gallische 'Et alors?'. Dat de auguste 'Haut Conseil des Finances Publiques' de structurele begrotingsinspanningen van de Franse regering letterlijk als 'pratiquement nuls' omschrijft en de Franse schuldenberg intussen zelfs groter is dan de Italiaanse, een kniesoor (of een volgende generatie) die daar op let.

Ook hier: een groot contrast met de overkant van de Rijn. Angela Merkel veegde woensdag tijdens het debat over de begroting 2020 de vraag naar nieuwe schulden om investeringen te financieren van tafel. 'Het is alsof we investeringen pas goed vinden als ze schulden veroorzaken', schamperde de Kanzlerin. 

Eerlijk: we delen samen met Mutti de scepsis dat verse schulden het antwoord zijn om Europa uit de chronische crisis te halen, maar wat 2020 betreft gaat de eurozone op begrotingsvlak meer Frans dan Duits ogen. In de pas geïnstalleerde Europese Commissie is de begrotingswaakhond een Italiaan. I rest my case, your honor

JPMorgan rekent voor 2020 net als dit jaar per saldo op begrotingsstimulus in de eurozone ten belope van 0,2 à 0,3 procent van het bruto binnenlands product. Niet gigantisch, maar contrasteer dat met de 1,2 procentpunt die collectief besparende Europese overheden in de periode 2011-2013 jaarlijks van de groei aftrokken. Stimulus die bovenop die van de Europese Centrale Bank komt. 

Europa - eurozone én het Verenigd Koninkrijk - staat prominent in de opvallend optimistische outlook die de invloedrijke JPMorgan-hoofdeconoom Bruce Kasman deze week uitstuurde. Hij ziet een 'derde opwaartse golf' in de conjunctuurcyclus die nu al heel het decennium duurt. Hij rekent nu op een versnelling van de groei eenmaal de spanning rond brexit en de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog wat wegebt, net zoals de groei weer oppikte eenmaal de eurocrisis (2012-2013) en de groeimarktencrisis (2014-2015) luwde. En vooral: 'Een versnelling van de West-Europese groei is een belangrijke motor van die mondiale verbetering'. 

Bergrit met aankomst beneden

Met zo'n optimistische nota's mag het niet verbazen dat de FOMO-rally weer crescendo ging, met Europese beurzen  die een zevende week op acht hoger koersten en nu op het hoogste peil in dik vier jaar noteren. Een vloed die in Brussel  alle schepen optilt, denk je dan. Toch niet.

Deceuninck   blijft op de pechstrook van de eindejaarsrally plakken. De fabrikant van pvc-bouwprofielen noteert 5 procent lager sinds begin dit jaar en een vijfde onder de voorjaarspiek. Toen waarschuwde de groep voor de impact van de crisis in Turkije. Dat land tekende vorig jaar voor bijna de helft van de groepswinst maar liet over de eerste jaarhelft met een zware krimp van de verkopen het groepsresultaat nipt rood kleuren. 

Met Deceuninck is het zoals de Europese economie en Duitsland: iedereen staart zich zo blind op Turkije, dat de lichtpunten niet meer gezien worden. Sinds dit jaar is 'Europa' met de helft van de omzet één regio in de rapportering én in het management, toch blijft Frankrijk - het eerste 'buitenland' dat wijlen Roger Deceuninck vanuit West-Vlaanderen veroverde - één van de belangrijke afzetmarkten.

Voor de merknaam in het land zal het geen kwaad kunnen dat Deceuninck met Julian Alaphilippe deze zomer lang in de maillot jaune door het Franse landschap koerste, inclusief een omhelzing van monsieur le président op de Tourmalet. Evenmin in Colombia, het land van uiteindelijk Tourwinnaar Egan Bernal waar Deceuninck sinds anderhalf jaar een eigen fabriek heeft. 

De beurskoers, daarentegen, die lijkt dit jaar wel een bergrit met lange vlakke aankomst beneden. Het aandeel is nog één van de weinige in Brussel dat nauwelijks boven de boekwaarde noteert (zie grafiek). CEO en grootaandeelhouder Francis Van Eeckhout kocht de jongste dagen 61.000 stuks bij via zijn holding Holve, leerde de webstek van beurswaakhond FSMA.

Van Eeckhout sprak op de aandeelhoudersvergadering al zijn frustratie uit over de lage beurskoers, ondanks de forse investeringen in nieuwe fabrieken van de voorbije jaren. Frustratie die hem net als streekgenoot Luc Tack bij Tessenderlo wel de kans geeft regelmatig goedkoop bij te kopen en zo de controle te betonneren. Ondankbare beleggers, ze kunnen ook dankbaar zijn. 

Lees verder