weekboek

Een nachtmerrie voor kerst

Redacteur Beleggen

Mechelen zal waarschijnlijk niet uitgroeien tot het Biogen van de Lage Landen. Alle hoop rust nu op Gent.

10903 New Hampshire Avenue, Silver Spring, Maryland 20993. Het adres is voor de farmasector in de wereld het equivalent van dat van de Kerstman. Want daar op die campus in een anonieme buitenwijk van Washington DC woont de poortwachter tot de Amerikaanse markt: de Food & Drug Administration (FDA). Die zoals een Romeinse keizer met een duim omhoog of omlaag kan beslissen over miljarden meer of minder beurswaarde.

Dat mocht deze week Galapagos ondervinden. Uitgerekend nu in Mechelen om de groei te ondersteunen langs het kanaal Leuven-Dijle het nieuwe internationale hoofdkantoor begint te verrijzen hypothekeert Silver Spring die toekomst.

Een eerste opdoffer was er deze zomer: toen veroordeelde de FDA Galapagos onverwacht tot een tweede zit met goudhaantje filgotinib, dat intussen de commerciële naam Jyseleca meegekregen had. Dat gebeurde in een bombrief met de onschuldige benaming Complete Response Letter. Zo'n CRL opent elke farma-CEO met bevende handen. Want het betekent dat de keizer ernstige vragen heeft. In het geval van Galapagos gaat het over de potentiële nevenwerkingen van het reumamiddel op de mannelijke vruchtbaarheid.

Sinds die opdoffer zat Gilead , de Amerikaanse partner die in de zomer van 2019 spectaculair zijn portefeuille op tafel wierp voor toegang tot het onderzoeksplatform van de Mechelaars, samen met de FDA voor zogenaamde Type A meetings. Nog zo'n onschuldige naam voor 'make or break' vergaderingen om te zien of het duimpje in Silver Spring toch nog omhoog kan. Het antwoord volgde deze week: neen. Meteen de tweede uppercut.

Gilead gooit nu feitelijk de handdoek. En ziet geen manier meer om filgotinib als reumamiddel, inclusief de gerelateerde indicaties, voorbij de poortwachter te loodsen. 'We schatten de waarde van Jyseleca op 4 euro per aandeel in, tegenover 19 euro voorheen', schreef veteraan-analist Peter Welford van Jefferies, een fan van het eerste uur die Galapagos vlak na de eerste opdoffer van de kooplijst had gehaald.

Beleggers gooiden eveneens de handdoek: de beurswaarde van de biotechgroep is nu kleiner dan de voorraad cash op de bank, 5,3 miljard euro eind september (zie grafiek). Met de kanttekening dat die cash bij biotechbedrijven een 'moving target' is, aangezien ze per definitie cash verbranden tot er een product op de markt is. Zeker nu Galapagos een groter deel van de commerciële kosten en het onderzoek rond Jyseleca zelf zal moeten dragen.

Maar toch, het komt hard aan: 'Dat betekent dat beleggers onze onderzoeksprogramma’s en ons potentieel met Jyseleca op nul waarderen', erkende CEO Onno van de Stolpe in een zeer lezenswaardig interview met De Tijd. CEO's die op de donkerste dagen blijven communiceren: petje af.

©Mediafin

Het contrast is enorm. In februari piekte de beurswaarde nog op 16 miljard euro en leken de Lage Landen er in te zullen slagen de vele lokale 'breinen' in biotechonderzoek eindelijk te vertalen in een lokaal equivalent van Biogen , de pionier van de biotech in Boston die intussen een gevestigde waarde is. 'Aandeel reageerde aardig gedurende de vier dagen met een recordkoers vandaag. En ik genoot van een loopje naar Pier 39, waar de zeeleeuwen uitrusten', tweette CEO Onno van de Stolpe halverwege januari vanop de 38ste biotechjamboree van JPMorgan in San Francisco. Terzijde: een biotechconferentie van Biogen in Boston goed een maand later was volgens vakblad Science een superspreaderevent voor het coronavirus, waar intussen meer dan 300.000 besmettingen naar kunnen teruggebracht worden.

Amerikaanse schreeuw, Amsterdamse geeuw

De opdoffer brengt ons bij een vraag die lezers ons dit jaar heel vaak terecht gesteld hebben. Waarom is het oordeel van de FDA zo cruciaal? En waarom al die opwinding bij elke brief uit Washington en telkens een geeuw bij groen licht vanuit de Domenico Scarlattilaan, het nieuwe zenuwcentrum van de Europese poortwachter aan de Amsterdamse Zuidas?

©Mediafin

Simpel gesteld: de vetpotten liggen niet in Europa, maar in de Verenigde Staten. En dit om deze spijtige reden: een studie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigen leerde in september vorig jaar dat Amerikanen hun medicijnen bijna vier keer duurder betalen dan het gemiddelde van elf andere westerse landen. Een korf van 79 geneesmiddelen kost in de Verenigde Staten gemiddeld 466 dollar, drie keer meer dan de 165 dollar in Duitsland en zelfs zeven keer meer dan de omgerekend 70 dollar in Japan.

Twee voorbeelden: psoriasismiddel Stelara van Johnson & Johnson kost in de Verenigde Staten gemiddeld 16.597 dollar en 86 cent. Dat is tot zeven keer duurder dan in de andere landen in het onderzoek. Maar zelfs Premarin, een middel tegen opvliegers in de menopauze dat ogenschijnlijk met 5,36 dollar democratisch geprijsd is, is een verbluffende 67 keer duurder dan in het Verenigd Koninkrijk.

Die prijzen zijn cynisch gesteld ook de reden waarom beleggers in Big Pharma zo euforisch reageerden op de Amerikaanse presidentsverkiezingen: een Democratische president die gemuilkorfd wordt door een - hoogstwaarschijnlijk, nog even wachten op de 'runoffs' in Georgia op 5 januari - Republikeinse Senaat is de beste garantie dat er geen frontale aanval op de dure medicijnen ingezet wordt.

Bimekizumab

Het jaarverslag van UCB spreekt boekdelen: over boekjaar 2019 draaide de biofarmaciegroep 2,55 miljard euro omzet in de Verenigde Staten tegenover 1,33 miljard op de Europese thuismarkt. Een enorme kloof. UCB heeft trouwens met bimekizumab, dat tegenover het bovenvermelde Stelara erg sterk scoorde als psoriasisbestrijder - ook een stevig ijzer in het vuur voor de reumamarkt. CEO Jean-Christophe Tellier maakt zich sterk dat 'bime' zowel op reuma als psoriasis inwerkt. Reumalijders weten tot nog toe maar al te goed dat het op dit ogenblik verdomd moeilijk is beide vaak gerelateerde ontstekingsziektes tegelijk onder de knoet te houden.

In myasthenia gravis, een zeldzame spierziekte, moet UCB tot nader order de voorsprong laten aan Argenx en het Gentse goudhaantje efgartigimod. Normaal gezien doet CEO Tim Van Hauwermeiren een dezer in Silver Spring de aanvraag in de bus. Myasthenia gravis (MG) is een 'weesziekte', een aandoening waar tot nog toe geen echt afdoende behandeling voor op de markt is. En het is bij dit soort middelen waarbij Wall Street voor de Amerikaanse markt pas écht dollartekens in de ogen krijgt.

Op dit ogenblik is er voor de behandeling van MG eigenlijk alleen maar Soliris op de markt en dan alleen voor de zwaarste gevallen. Van Hauwermeiren claimt dat het middel van Argenx sneller en beter werkt op een bredere groep van patiënten.

Soliris-fabrikant Alexion, in België sinds 2013 berucht via de controverse rond de zevenjarige patiënt Viktor, kwam begin deze week voor een coole 39 miljard dollar in handen van de Britse gigant AstraZeneca. Niet dat het nodig was, maar biotechbeleggers kregen meteen nog méér dollartekens in de ogen. Met als gevolg een recordkoers voor de Nasdaq Biotech-index, de korf waarmee beleggers in één muisklik 'de sector' kopen. En beurskoersen van weesgeneesmiddelenfabrikanten die nog meer de stratosfeer opzochten, Argenx incluis: beleggers waarderen de Gentenaars intussen op bijna 12 miljard euro.

Bij Argenx is de stevig gevulde bankrekening van 1,8 miljard euro maar een klein deel van die waardering. Die oorlogskas liet vorige maand de biotechgroep toe voor bijna 100 miljoen dollar bij Bayer een 'voorsteekpas' bij de FDA te kopen voor een latere toepassing van efgartigimod of een ander experimenteel medicijn. Wat letterlijk nog eens de waarde onderstreept van dat duimpje omhoog van die poortwachter in 10903 New Hampshire Avenue.

Lees verder