weekboek

Foggy Bottom, lichtbaken in dichte mist

Het slechte nieuws: de economie incasseert een klap zoals vrijwel niemand van ons al meegemaakt heeft. Het goede nieuws: beleidsmakers snappen de ernst van de toestand.

Mijn wereld is dezer dagen zoals de meesten onder ons beperkt tot mijn huis, zij het met vroegochtendlijke looprondjes op de Brugse vesten en snelle inkopen in de dichtstbijzijnde Delhaize als excursie. In een ander tijdperk was reizen mijn grootste hobby. En net zoals voor veel Amerikanen ongetwijfeld 'Brussels' een aangename verrassing bleek, was één van mijn meest verrassende 'coup de coeurs' van dat ander tijdperk Washington DC. 

Je verwacht een saaie stad van bureaucraten, je krijgt een heerlijke wandel- en fietsvriendelijke stad vol coole wijken als Capitol Hill en Shaw die met zijn relaxte, zuiderse sfeer een perfect tegengif is voor het frenetieke New York City. In contrast met de claustrofobische subway van deze laatste, heeft DC ook een moderne, nette en luchtige metro. Beroepsmisvormd als ik ben was het eerste wat ik na aankomst deed de metro naar de halte Foggy Bottom/GWU nemen. Vandaar is het een kwartiertje wandelen naar de Marriner S. Eccles Building, het neoclassisistische hoofdkantoor van de Amerikaanse centrale bank.

©Mediafin

Technisch ligt de Federal Reserve niet echt in Foggy Bottom, maar sindsdien associeer ik de centraal bankiers altijd met die wijk waar ook een berucht wooncomplex genaamd Watergate ligt. De naam ontleent de wijk aan de locatie onderaan de stad, aan de vaak nevelige oevers van de Potomac-rivier. 

Mistig was vaak ook de communicatie van centraal bankiers. Denk aan oud Fed-voorzitter Alan Greenspan, die in 1988 vlak na zijn benoeming politici waarschuwde: 'Ik moet jullie waarschuwen dat als ik duidelijk overkom, jullie mij waarschijnlijk verkeerd begrepen hebben'.

Centraal bankiers zijn de meesters van het eufemisme. Ze spreken nooit van een beurscrisis, wel van 'turbulentie'. En ze gaan ook nooit voor een zeepbel waarschuwen, dat is zo basse classe. Als je een centraal bankier echt in een hoek drumt zal hij of zij bij het aanschouwen van een stratosferisch stijgende grafiek wel erkennen - met een nerveus lachje om zoveel parler vrai - dat er sprake kan zijn van tamelijke uitbundigheid

Hét persbericht van het jaar, van de hand van de Federal Reserve

Net daarom was ik maandag om 13 uur met verstomming geslagen. Er was niets omfloerst aan het persbericht dat de Fed toen uitstuurde. 'Het coronavirus veroorzaakt enorme ontbering (tremendous hardship) in de Verenigde Staten en over heel de wereld', klonk het. En dus was de reactie ook op maat. Of beter, zonder maat: de Fed gaat onbeperkt (in the amounts needed) schulden opkopen. 

De boodschap aan de toen nog druk in het Capitool bovenaan de heuvel bikkelende politici was duidelijk. 'Hier is een blanco cheque. Pak die aan, alstublief'. Even later begon ook Capitol Hill de ernst van de toestand te dagen, en kwam er een akkoord over 2.000 miljard dollar steun uit de bus. Dat gelet op de toestand zo goed als zeker niet voldoende zal zijn. Geen probleem, vertelde Fed-voorzitter Jerome Powell in een uitzonderlijk televisie-interview, dan laten we gewoon onze geldpersen nog meer uren kloppen. 'Als het op kredietverlening aankomt, gaan we nooit zonder munitie vallen'. 

Geen wonder dat op Wall Street de Dow Jones  op drie dagen tijd een spurt van 25 procent trok. De toestand is dramatisch, maar de reactie van beleidsmakers is dat ook. De cijfers doen duizelen: JPMorgan raamt dat Washington dit jaar afstevent op een begrotingstekort van 2.400 miljard dollar, meer dan 10 procent van het bruto binnenlands product. Het gros van dat gat wordt dichtgereden door de Fed, die een slordige 1.500 miljard Treasuries zal inkopen. De resterende 900 miljard komt van binnen- en buitenlandse beleggers, die al voor de coronacrisis gretig bereid waren de 23.000 miljard dollar grote Amerikaanse schuldenberg tegen steeds lagere rentes te (her)financieren. 

Het is treffend dat hét persbericht van het decennium uit de Marriner S. Eccles Building kwam. Een gebouw dat genoemd is naar de man die van 1936 tot 1948 - ook een best bewogen tijdperk - voorzitter van de centrale bank was. Marriner Stoddard Eccles was een boeiend figuur an sich, zoon van een Mormoonse polygamist uit Utah die vroegtijdig school verliet om fortuin te vergaren in mijnbouw en bankieren.

Zowel tijdens de Grote Depressie als tijdens W.O. II was Eccles pleitbezorger van monetaire schuldfinanciering, geld blijven drukken zodat de overheid - hoe fors de begroting in uitzonderlijke tijden ook in het rood ging - nooit geconfronteerd zou worden met een stijgende rente.

Time in 1936 over de redder van de natie, Marriner S. Eccles

'Veel mensen denken dat Marriner S. Eccles het enige is dat tussen de Verenigde Staten en de afgrond staat', schreef Time in een coververhaal in 1936. Contrasteer dat met de start van de Grote Depressie, toen minister van Financiën Andrew Mellon president Hoover adviseerde afzijdig te blijven zodat de crash 'alle rotheid uit de economie kan wegspoelen'.  

Dat er nu gelukkig geen Mellons meer in de wereld zijn, verklaart waarom de beurzen na de duizelingwekkend snelle crash - de Bel20  verloor van piek op 17 februari tot bodem op 17 maart 43 procent - zo'n indrukwekkende remonte hebben geboekt. Toch het advies om deze rally niet achterna te hollen: beleidsmakers schieten zo drastisch in actie omdat de toestand gewoon dramatisch is. We kunnen op dit ogenblik nog maar nauwelijks vatten wat een mokerslag de wereldeconomie aan het incasseren is, nu om de verspreiding van het virus af te remmen grote delen van de economische activiteiten simpelweg gestopt zijn. 

Prognoses zijn vaak nog abstracte cijfers, zoals JPMorgan dat voorspelt dat de Amerikaanse economie dit en volgend kwartaal op jaarbasis met respectievelijk 14 en 25 procent zal krimpen. Sprekender is een cijfer van donderdag, één van de meest verbluffende grafieken die ik in een kleine kwart eeuw als beurswatcher te zien kreeg. Neen, ik overdrijf niet.

Meestal kabbelen de wekelijkse cijfers over de Amerikanen die net hun job verloren en een uitkering aanvragen zonder veel impact voorbij. Maar niet de jongste worp. In de week tot 21 maart vroegen liefst 3,3 miljoen Amerikanen een uitkering aan. Bijna vijf keer meer dan het vorige record, 695.000 in oktober 1982. En dat cijfer is zonder twijfel nog een onderschatting. Niet alleen hebben freelancers tot nog toe geen recht op een uitkering - iets waar het steunpakket van het Congres verandering in zal brengen - maar bovendien hebben veel Amerikanen die hun job verloren simpelweg nog hun steunaanvraag niet kunnen indienen omdat het ministerie van Arbeid overmand is.

Cash is koning

Onderschat ook niet de mokerslag die de industrie aan het incasseren is. Donderdagochtend schrapten op enkele minuten van elkaar zowel materialengroep Umicore  als staaltechnologiegroep Bekaert  , twee sterkhouders van ons industrieel weefsel, de outlook voor 2020.

Umicore hamstert ook uit voorzorg cash, door geen slotdividend uit te keren en zo 92 miljoen euro cash in huis te houden. Bekaert doet dat - ook al benadrukt de groep in haar korte mededeling de noodzaak om rigoureus alle uitgaven onder controle te houden - nog niet. Maar toch durven we Bekaert oproepen net als onder meer Umicore, Van de Velde, Roularta en Miko geen dividend uit te keren, in het belang van het bedrijf en dus ook van alle aandeelhouders. 

©Mediafin

Bij Picanol  is er wel een dividend, al is dat met 0,2 euro per aandeel veeleer symbolisch. De tot industriële holding omgeturnde holding kan het zich permitteren: CEO en grootaandeelhouder Luc Tack heeft al jaren een broertje dood aan schulden en aan bankiers die je alleen een paraplu bieden als het mooi weer is. 'Met een naftbak op reserve kun je geen bedrijf besturen', omschreef Tack het zelf in 2014, een blik werpend op de toen wankele balans van Tessenderlo  .

Intussen zijn Picanol en Tessenderlo de facto één geworden, nu Tack via vrijwel continuë aankopen op de beurs zijn controle over de chemiegroep gebetonneerd heeft. Het is dus moeilijker geworden om het 'pure Picanol' nog uit de holding te distilleren, maar met wat getokkel op de Tandy-rekenmachine kun je door de Tessenderlo-stukken af te trekken een raming doen. En vaststellen dat op dit ogenblik die weefgetouwenproducent spotgoedkoop noteert (zie grafiek).

Niet dat Tessenderlo op dit ogenblik duur is. Het moet Tack behoorlijk gefrustreerd hebben dat hij in de 'stille periode' voor de publicatie van de jaarcijfers niet meer dagelijks stukken Tessenderlo kon bijkopen, hoe hard de beurskoers ook onderuit ging. Nu heeft hij weer de handen vrij.

En het jeukt: 'We geloven in het project met Tessenderlo. Vorig jaar hebben we voor 64 miljoen euro aandelen bijgekocht. We zullen dat opnieuw bekijken', liet financieel directeur en Tack-luitenant Stefan Haspeslagh optekenen. Beurswaakhond FSMA is gewaarschuwd: het wordt even druk als in de rayon handzeep van de Colruyt om de insidertransacties van Luc Tack bij te houden. 

Lees verder