weekboek

Het bedrijf dat deze week niet naar de beurs trok

Het Brussels koersenbord mocht voor het eerst in anderhalf jaar een nieuwkomer verwelkomen. Minstens even frappant: de West-Vlaamse groeier die ook deze week voor privaat in plaats van publiek kapitaal koos.

Zo. Het tweede halfjaar is begonnen zoals het eerste geëindigd is: optimistisch. Marktenzalen hebben niet langer Covid-19-statistieken als boordtabel. Wel de Google Mobility-index. Realtimedata die meten hoe enthousiast we na de lockdown weer naar het werk gaan. Of naar de cinema, het café, het stadspark, het strand... De rapporten bestaan in alle maten en gewichten, maar de boodschap luidt spijts recordbesmettingen in de Verenigde Staten: de heropening zit op de koers, dus: kopen maar.

Ik heb geen Google Mobility nodig om vast te stellen dat België heropent. Het verkeer in Brussel zit als vanouds muurvast met salariswagens. Net daarom heb ik al 14 jaar op kantoor een - ouderwets akoestische - fiets. Je moet een beetje uit je doppen kijken, maar je racet vlotjes de stilstaande auto's voorbij. En je houdt je conditie op peil. Want: Brussel is een béétje Rome. Je stelt pas echt op de fiets vast dat ook onze hoofdstad op heuvels gebouwd is. Al heten de bulten dan misschien iets minder poëtisch Helmet of kerkhof van Elsene in plaats van Palatijn of Aventijn.

©Mediafin

Mijn favoriete kuitenbijter is de doorsteek achter de Botanique die je van de groezelige achterkant van het Noordstation naar de Koningsstraat brengt. Het leuke aan de inspanning is: je start en eindigt de klim aan symbolen van de zot geworden beurswereld. Beneden verrijst almaar nadrukkelijker de Silver Tower, waar Paul Gheysens met zijn Ghelamco deze week een coole 200 miljoen op cashte. Een recordprijs. Een zotte prijs, eigenlijk. De koper neemt voor een kantoorolifant, alsof er geen corona en thuiswerken is, vrede met een huurrendement van 3,25 procent, terwijl een paar jaar geleden de sector nog hoofdschuddend naar deals tegen 4 procent keek. Anders gesteld: de koper moet drie decennia wachten om zijn geld terug te zien. Of waarschijnlijker: gokken dat er tussen nu en 2050 nog een grotere gek opduikt die een nog zottere som op tafel legt.

Ah, de koper? Deka, een Duitse fondsenreus. In 1956 ontstaan als Deutsche Kapitalanlagegesellschaft. In Düssseldorf. Geen kwaad woord over die best fijne Duitse bankiersstad, maar Düsseldorf is - laten we diplomatisch blijven - niet bekend voor zijn slimme beleggers. Lees er maar eens 'The Big Short' van Michael Lewis op na.

Koreaanse huisbaas

Hijgend aan het eind van de klim kijk je uit op de Financietoren. Een gigantisch gebouw dat vorig jaar voor 1,2 miljard euro een Koreaanse huisbaas kreeg. Kan een gebouw 1,2 miljard waard zijn? 'Ja', schreven we vorig jaar, 'als je Guy Verhofstadt met Mario Draghi kruist'. Zowel Koreanen als Duitsers zijn typische 'drenkelingen van de nul', grote beleggers die in een nulrentende oceaan steeds wanhopiger spartelen op zoek naar eilandjes van rendement.

Een nulrente die grote beleggers ook rücksichtlos richting het beloofde rendement van private markten, zoals durfkapitaal, private equity en private schuldenmarkt, lokt. De publieke Brusselse beurs wordt daardoor het speelterrein van twee sectoren die voor hun financiering regelmatig bij de belegger (moeten) aankloppen, biotechnologie en vastgoed. Jazeker: blij dat met farmabedrijf Hyloris voor het eerst in anderhalf jaar nog eens een Belgisch bedrijf de weg naar het Brussels koersenbord vond. Wel een bedrijf waarbij je beter de bijsluiter leest, wat mogelijk de vlakke start verklaart.

Even belangrijk was het bedrijf dat deze week niét naar de Brusselse beurs trok. Televic. Een prachtig staaltje industrie uit het West-Vlaamse Izegem, marktleider in communicatiesystemen voor trams en treinen. Typisch het soort bedrijf dat goed twee decennia geleden naar de beurs zou zijn getrokken. Sioen, een ander staaltje West-Vlaamse knowhow, beukte in 1996 de poort van de beurs open, daarna volgden namen als Kinepolis, Van de Velde, Duvel Moortgat, IBA en Resilux.

Nu moeten bedrijven in tijden van goedkoop geld de manisch-depressieve belegger niet meer voor lief nemen om hun expansie te financieren. Het mooiste bewijs is de papier- en verpakkingsgroep VPK, die net als Duvel pas echt de turbo op de expansie zette ná de beursexit.

In de late jaren 90 was Televic niet beursrijp. Het in 1946 door 'radiodokter' Urbain Van Hulle opgerichte bedrijfje was toen wat ingedommeld en draaide nog geen 8 miljoen omzet. Dat veranderde toen twee Leuvense burgerlijk ingenieurs instapten, Lieven Danneels en Thomas Verstraeten. Die tekenden voor een expansie die intussen tot aan het ledplafond van de 'Salles des Emirats' van de Verenigde Naties in Genève reikt. Vorig jaar haalde Televic zo'n 20 miljoen bedrijfswinst op 130 miljoen euro omzet.

De 'state of the art 'Emiratenzaal' in Genève, met Izegemse technologie

Een parcours dat private equity niet ontgaan is. En dus trok Gimv voor de neus van stadsgenoot Ackermans & van Haaren de portefeuille open, met de grootste directe investering ooit: 60 miljoen voor een belang van 40 procent, wat Televic op 150 miljoen waardeert. Geld is geen probleem: vorig jaar haalde Gimv in een dag 250 miljoen euro op, via schuldpapier op zeven jaar tegen een bodemrente van 1,7 procent. Daardoor bedroeg de voorraad cash eind maart 368 miljoen euro. 'Binnen vijf à zes jaar willen we de omzet van Televic verdubbelen, via organische groei maar ook via overnames', zegt Tom Van de Voorde, directeur Smart Industries bij de investeringsmaatschappij.

Schrale troost

De kleine belegger heeft alleen de troost dat hij via Gimv indirect in Televic kan stappen, maar die troost is schraal. Goed dat er voor de Belgische belegger altijd nog Amsterdam is. Het Damrak kampte de voorbije jaren met minstens evenveel beursexits als Brussel. Alleen staan tegenover die exodus in tegenstelling tot in België wel nieuwkomers van formaat.

Jaja, daar is een klassieke bank als ABN AMRO bij. Die in tegenstelling tot 'ons' Belfius wel de weg naar de beurs vond. De verkopende overheid heeft er veel beter aan verdiend dan de belegger, maar dat is een ander verhaal. Maar minstens evenzeer exponenten van de bruisende Amsterdamse start-upeconomie, genre de betaalspecialist Adyen of de hyperambitieuze maaltijdkoerier Just Eat Takeaway van Jitse Groen.

Daar komt een weldoordacht vriendelijk - jawel, ook fiscaal - (bedrijfs)economisch klimaat bij, plus de internationale uitstraling van financieel Amsterdam met kleppers als ASML, Philips en Unilever . Een klimaat dat het voor private-equityspelers interessant maakt om voor Amsterdam te kiezen. Zoals het Zuid-Afrikaanse Naspers dat zijn Tencent-vehikel Prosus naar Amsterdam loodste, of de discrete familieholding JAB, dat met zijn koffiebelangen als JDE Peet's op Beursplein 5 aanklopte.

©Mediafin

Het Amsterdams vers bloed over de jongste vijf jaar is nu collectief precies 100 miljard euro waard (zie grafiek). En dat is zonder rekening te houden met Prosus, dat louter een verhuis vanuit Johannesburg inhield. In Brussel staat de teller op 6 miljard. En dan zijn we mild, want exact de helft van dat cijfer is Luxemburgs: het opslagbedrijf Shurgard.

Mocht de Google Mobility-index ook beursintroducties bijhouden, zou er ter hoogte van Brussel weinig te melden zijn. Pre- of postlockdown.

Lees verder