weekboek

Kameraden, de beurs kan uw mateke zijn

Redacteur Beleggen

In de eeuwige splijtzwam tussen arbeid en kapitaal worden werknemers en aandeelhouders lijnrecht tegenover elkaar geplaatst. En dat terwijl ze bondgenoten kunnen zijn in hun streven naar sterke bedrijven en duurzame jobs.

Mijn eerste stappen op de arbeidsmarkt zette ik als barmeid bij Den Duiventoren, een taverne in de schaduw van het prachtige kasteel Wissekerke in Bazel. Ik verdiende er 150 frank per uur door in een rotvaart vaten Kriek Boon te versteken en melkschuim voor chocochino’s op te kloppen (die mixtuur van koffie en chocolademelk was rond de millenniumwissel een vreemde en gelukkig kortstondige rage bij wandelaars in de Wase polders).

In de zomervakanties werkte ik als poetsvrouw in het rusthuis van Kruibeke. Er was een sympathieke bewoner - hij heette als bij geestig toeval Hugo Claus - die de vervelende gewoonte had om in zijn pompbak te urineren. En ik kan u verzekeren: je moet driftiger schrobben dan Mister Miyagi in ‘The Karate Kid’ om vergeeld email weer enigszins wit te laten worden. Maar meer nog dan de ammoniakgeur in de kamer van Hugo Claus herinner ik me de trots die ik voelde bij het ontvangen van mijn loon. De zoete smaak van de pintjes op Pukkelpop die ik ermee bekostigde, of de hemelse geur van de tweetaktbenzine voor mijn Honda Camino.

Het is oneerlijk om werknemers en aandeelhouders tegen elkaar uit te spelen als David versus Goliath.

Nu ik een meer cerebrale vorm van arbeid verricht, kijk ik nog altijd met grote bewondering naar mensen die elke dag opnieuw hun lijven naar de hooivork plooien, zoals Wim De Craene het zo mooi bezong. En niet het minst in sectoren waar in deze covidcrisis haast bovenmenselijke inspanningen worden gevraagd, zoals de zorg en de logistiek. De waardigheid van arbeid, en het waardig belonen ervan, zijn in mijn ogen een grondbeginsel. Een apolitieke maatschappelijke hoeksteen waar iedereen zich achter kan scharen, of je nu Rockefeller of Conner Rousseau heet.

Die laatste trekt in deze krant van leer tegen de aandeelhouder, die in het gros van de gevallen natuurlijk niet alleen aandeelhouder is, maar ook werknemer, arbeider, zelfstandige, student of gepensioneerde. Als er geen loonsverhoging voor werknemers in zit, kunnen er ook geen dividenden voor aandeelhouders zijn, zegt de topman van Vooruit.

Frustratie

Ook al zijn lonen en dividenden intrinsiek erg verschillend - het ene is vast en vrij van risico, het andere variabel en afhankelijk van wisselende winsten - toch begrijp ik de frustratie en de ‘optics’ die doen uitschijnen dat de aandeelhouder altijd beter bediend is. Daags nadat het loonoverleg tussen de sociale partners was gestrand, vertrok de dividendtrein op Euronext Brussel. Proximus opende het kapsalon door woensdag als eerste een coupon van 0,70 euro per aandeel te knippen. Alleen al in de Bel20 volgen er tot het einde van het jaar nog 27 winstuitkeringen.

Ook buiten de index worden de dividenduitkeringen hervat, en dat is lang niet alleen zo bij bedrijven die in het voorbije crisisjaar goed hebben geboerd. Op dezelfde dag als de dividendknip van Proximus kondigde Van de Velde aan dat het zijn dividend zou hernemen. De lingerieproducent schrapte het dividend in 2020 voor het eerst in zijn geschiedenis.

Die orthodoxie, waarbij veel bedrijven als goede huisvader hun dividenden op stal hielden om zich te wapenen tegen de impact van de crisis, brokkelt af. En dat gebeurt mogelijk sneller bij bedrijven waar stichtersfamilies sterk afhankelijk zijn van de winstuitkering. Toch is het verkeerd om dividenden te demoniseren, al was het maar omdat een veel bredere laag van de bevolking ervan afhankelijk is, bijvoorbeeld via aanvullende pensioenverzekeringen of andere spaar- en beleggingsvormen. Ook is het oneerlijk om werknemers en aandeelhouders tegen elkaar uit te spelen als David versus Goliath. Veel mensen zijn immers beide en streven in grote lijnen dezelfde doelen na: een goed functionerend bedrijf dat welvaart creëert, een positieve maatschappelijke impact heeft en duurzame tewerkstelling kan garanderen.

Werknemersparticipatie

Nog al te weinig worden die belangen gealigneerd. Er is nochtans een probaat middel om dat te doen: werknemers laten participeren in het kapitaal van het bedrijf waarvoor ze werken. Een doorgedreven ‘employee ownership’, niet met personeelsoptieplannen voor de hoge piefen, maar met aandelen voor iedereen. Uit een onderzoek bij de European Federation of Employee Share Ownership (EFES) blijkt dat amper 3,5 tot 5 procent van de werknemers eigenaar is van hun bedrijf en dat een grote meerderheid van die eigenaren al topmanagers zijn, met een hoog inkomen.

Nog al te weinig worden de belangen tussen werkgever en werknemer gealigneerd. Er is nochtans een probaat middel om dat te doen: werknemers laten participeren in het kapitaal van het bedrijf waarvoor ze werken.

Als blok presteert Europa ondermaats, hoewel sommige landen zoals Frankrijk het beter doen dan andere. Ook in België zijn er voorlopers zoals KBC, EVS, Elia, IBA, Colruyt en Proximus. Toen dat laatste bedrijf - toen nog onder de naam Belgacom - in 2004 naar de beurs trok, kregen de werknemers de kans aandelen te kopen met een korting van 17 procent. Een op de drie werknemers ging op dat voorstel in. Die aandelen brachten sinds 2004 een gemiddeld jaarlijks rendement van ruim 5 procent op. Als koopkrachtstijging kan dat tellen. Het dividend, veel meer dan de koersstijging, bepaalde dat rendement.

In de VS heerst een veel grotere cultuur van mede-eigenaarschap en is er een werknemersparticipatie van ruim 25 procent. De verdeling van aandelen wordt er gestimuleerd via fiscale prikkels aan de onderneming én de werknemer. Dat wil niet zeggen dat het de wonderoplossing is voor de tweespalt tussen Wall en Main Street. In de Verenigde Staten hebben volgens data van de centrale bank de 1 procent rijksten 53 procent van de beursrijkdom (aandelen en aandelenfondsen), de armste helft van de bevolking heeft 0,6 procent. Die ongelijkheid aanpakken hoort een topprioriteit te zijn. Maar dan met een doordacht begrotingsbeleid en geen steekvlampolitiek.

Roerende voorheffing

Om zijn stimulus niet alleen met nog méér schulden te bekostigen, plant president Joe Biden een hogere meerwaardebelasting voor vermogende Amerikanen én het einde van wel zeer voordelige fiscale voordelen voor vastgoedspelers en private equity. Een meerwaardebelasting zoals Biden voorstelt, is verstandiger dan onze Belgische 30 procent roerende voorheffing, die voornamelijk de kleine trouwe belegger raakt. Die taks op dividenden treft de belegger die jarenlang in pakweg UCB of AvH investeert, niet de belegger die even een halfuurtje in dogecoin of pennystocks als Nyrstar surft.

Colruyt dokterde een gebalanceerd model uit dat tot voorbeeld kan dienen. Het biedt de werknemers die dat willen naast hun stabiel loon de mogelijkheid om voor een deeltje in het kapitaal te participeren.

O ja, Nyrstar. Bewijst ampel het concept risicokapitaal. Aandeelhouders zijn zo goed als volledig onteigend, maar de mooie smelter in de Zinkstraat 1 in Balen draait nog altijd. En dat is meteen het essentiële verschil tussen het verschaffen van arbeid en het verschaffen van kapitaal: aan dat laatste is altijd een risico verbonden. Werknemers van Fortis zullen weinig pret hebben beleefd aan hun aandelen toen de bank op kapseizen stond. Daarom mag employee ownership natuurlijk geen eerlijke, waardige, marktconforme lonen vervangen. Colruyt dokterde wat dat betreft een gebalanceerd model uit dat tot voorbeeld kan dienen. Het biedt de werknemers die dat willen naast hun stabiel loon de mogelijkheid om voor een deeltje in het kapitaal te participeren. De Hallenaars organiseren jaarlijks een kapitaalverhoging die voor het personeel gereserveerd is.

Dus laat uw vuist zien en ontwaakt, verworpenen der aarde. Als de politiek en de sociale partners zich vastrijden in ideologische steekvlammen kan de beurs wel degelijk uw mateke zijn. Ze is - gun me enige dichterlijke grootspraak - collectivistisch van aard en heeft via dividenden zowaar een ingebouwd herverdelingsmechanisme. Bovendien - en dat is het voorbije jaar meer dan ooit gebleken - heeft ze zelf alle baat bij interesse van de brede bevolking en dus zeker ook bij minder inkomensongelijkheid en meer koopkracht.

Lees verder