Koop niet van Hilde Crevits maar van beursfamilies

Via Bois Sauvage belegt u vooral in pralines, waaronder het bekende Neuhaus. ©REUTERS

De gediversifieerde Belgische holdings wisten de coronastorm in het eerste halfjaar vrij goed te doorstaan. Hun intrinsieke waarde brokkelde tijdens de zwaarste naoorlogse crisis met gemiddeld amper 4 procent af.

Herinnert u zich het Welvaartsfonds nog dat Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) in juni voorstelde als een van de maatregelen om de economie te herlanceren? Intussen hebben we er niet veel meer van gehoord, maar met dat fonds van 500 miljoen euro wil de Vlaamse overheid op lange termijn bedrijven ondersteunen. De regering beloofde het fonds zelf voor 240 miljoen euro te spijzen. De overige centen moeten van de Vlaamse spaarder komen. Als lokkertje krijgt u drie jaar een belastingkorting van 2,5 procent op een maximale investering van 1.000 euro.

Mag ik u een advies geven? Doe dat vooral niet! De overheid heeft geen al te beste reputatie met het beheren van geld. Ze probeerde het eerder al met het Arkimedes-fonds, dat twee jaar geleden na zware verliezen werd opgedoekt. De 30.000 particuliere beleggers kregen 90 procent van hun inleg terug, maar alleen omdat de Vlaamse overheid - u en ik dus - garant stond.

Ook de Participatie Maatschappij Vlaanderen (PMV) investeert niet altijd in de beste dossiers. Waarom PMV zoveel centen - 22,5 miljoen euro - in het intussen bankroete modebedrijf FNG stopte, wekt verbazing. De beheerders van zulke overheidsvehikels werken niet met hun eigen geld. Als er verlies is, voelen ze dat niet.

Een nog belangrijker reden is dat er op de beurs wel investeringsmaatschappijen noteren met een sterke staat van dienst. Waar wel iemand wakker ligt als er financiële putten ontstaan omdat het familiefortuin op het spel staat. Waar de strategie wel onder de loep gehouden wordt door professionele investeerders en analisten. En die op termijn veel meer opbrengen dan de peulschil die de overheid u als belastingtoetje toestopt. De halfjaarcijfers die de Belgische holdings voorlegden, bewijzen opnieuw hun veerkracht.

Pralines

Bois Sauvage (+5,1%, 328 euro) beperkte de daling van zijn intrinsieke waarde tot 4,4 procent tot 446,9 euro per aandeel, een mooie prestatie als we rekening houden met de nooit geziene crash van de economie. De neergang is bijna uitsluitend te wijten aan dochter United Belgian Chocolate Group. We kochten minder pralines bij Neuhaus of Jeff de Bruges. Toeristen die verzot zijn op de culinaire geneugten van Belgische chocolade blijven weg uit onze steden. Op de luchthavens liggen de winkels er verlaten bij.

Bois Sauvage noteert 27 procent goedkoper dan zijn intrinsieke waarde. In de tabel baseerden we ons daarvoor op de jongste berekeningen van KBC Securities en De Belegger. Een korting is terecht door de grote blootstelling aan de chocoladetak die dik 40 procent van de portefeuille uitmaakt. Maar ze is wel zeer hoog in vergelijking met de gemiddelde korting van 11 procent voor alle Belgische holdings (met uitzondering van monoholdings). Misschien komt dat omdat de portefeuille zeer Belgisch getint is en dus minder diversificatie biedt. Naast de chocolade, bestaat een kwart van de portefeuille uit de materialengroep Umicore en bijna een vijfde uit de schuimrubberspecialist Recticel . Vrijdagavond maakte Bois Sauvage nog bekend dat het 63 miljoen euro investeert in de vastgoedgroep Eaglestone.

De nazaten van wijlen Guy Paquot kunnen meer waarde naar boven brengen door de chocoladetak apart naar de beurs te brengen als het economische tij wat beter meezit.

We hebben het al eerder geschreven: de nazaten van wijlen Guy Paquot kunnen meer waarde naar boven brengen door de chocoladetak apart naar de beurs te brengen als het economische tij wat beter meezit. En liefst zien we ook de schulden zakken, want die stegen van 34 naar 80 miljoen euro.

Amerikaans tintje

Wie blootstelling wil aan Amerikaanse bedrijven, kan terecht bij Brederode (+0,3%, 76,80 euro). De intrinsieke waarde schilferde amper 2 procent af. 60 procent van de holding bestaat uit private equity, niet-genoteerde aandelen, en dan nog voor bijna twee derde in de VS. De goedkope dollar maakt het interessanter om in te stappen. De holding van de familie Van der Mersch stipt aan dat de fondsbeheerders vooral geld vroegen om meer te kunnen investeren en minder verkochten.

Het toont het belang voor holdings om engagementen voor de zeer lange termijn te kunnen aangaan. Je krijgt als investeerder alleen toegang tot de beste deals en het vertrouwen van de beste dealmakers als je bewezen hebt te kunnen volgen bij een financiering wanneer dat nodig is. En dat soms gedurende decennia. Ook Sofina (-1,9%, 229,50 euro) is daar een meester in, waardoor de Boëls hun karretje kunnen hangen aan legendarische technologiebeleggers als Sequoia, en al zeer vroeg konden investeren in bedrijven als Google, YouTube of WhatsApp.

De familie Van der Mersch heeft een serieuze boon voor de familie Boël, want Sofina is veruit de grootste participatie in hun holding Brederode.

De familie Van der Mersch heeft een serieuze boon voor de familie Boël. Sofina is de belangrijkste participatie, goed voor 5,5 procent van de holding. CEO Axel van der Mersch en zijn vader Pierre, die voorzitter is, geloven ook niet in een daling van de Big Tech, want ze kochten een pakketje van 25 miljoen euro in de Google-moeder Alphabet.

Jabba The Hut

Door zijn sterke staat van dienst noteert Brederode met een korting van amper 5 procent. Sofina, dat onlangs een tik kreeg in het zog van de techcorrectie, prijkt dicht tegen zijn intrinsieke waarde. Voor Sofina was er goed nieuws. Deze week trapte The Hut Group zijn beursgang af. Beleggers drummen om stukken te kunnen kopen. De onlineschoonheidswinkel krijgt een marktwaarde van 4,5 miljard pond (4,9 miljard euro) en is de grootste beursgang in Londen sinds 2013.

Sofina bezit 9 procent van het Britse bedrijf en gaat de komende zes maanden geen aandelen verkopen. Het belang krijgt hoe langer hoe meer de omvang van het dikke groene monster Jabba the Hutt uit ‘Star Wars’. Het is omgerekend 438 miljoen euro waard of 5,8 procent van heel Sofina. Met Jabba the Hutt liep het slecht af. Hopelijk is The Hut een langer leven beschoren.

Risicopremie stut markten

Enkele holdings verwezen naar de lagere risicopremie om de beperkte daling van hun intrinsieke waarde te verklaren. Dat verdient een woordje uitleg. De risicopremie is het extra winstrendement dat investeerders van aandelen eisen boven de opbrengst van ‘risicovrij’ staatspapier. Stel dat een bedrijf een winst haalt 8 procent op 100 geïnvesteerde euro’s en de rente op 10-jarig staatspapier 1 procent bedraagt, dan heeft het aandeel een risicopremie van 7 procent.
Hoe lager de rente, hoe lager de vereiste risicopremie, zeker nu obligaties een negatief rendement opleveren. Beleggers zijn met andere woorden bereid meer te betalen voor aandelen omdat obligaties zo weinig opbrengen.
Gemeten volgens de risicopremie is Wall Street niet duur in vergelijking met Europa. Amerikaanse bedrijven zijn veel winstgevender. Ze halen een nettowinstmarge van 7 procent, tegenover 4 procent in Europa. De Amerikaanse S&P500-index biedt met 7 procent een aantrekkelijkere risicopremie (na inflatie) dan de zowat 5 procent voor de Europese beurzen.
In 2000, net voor de zeepbel barstte, was de risicopremie naar bijna nul gezakt. Het is een indicator dat we niet meteen voor een meltdown van de beurs moeten vrezen, tenzij de centrale banken de rente optrekken, maar dat zien we nog lang niet gebeuren. De risicopremie wijst op een historisch fair gewaardeerde markt. Al is het natuurlijk niet de enige indicator die de marsrichting van de beurzen bepaalt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie