weekboek

Ode aan de volle naftbak

Kurt Vansteeland

Balta en Greenyard maken pijnlijk duidelijk dat een stevige balans zelfs in tijden van goedkope schulden geen overbodige luxe is.

‘Met een naftbak op reserve kan je geen bedrijf besturen.’ Die vintage quote tekende een collega in augustus 2014 op bij Luc Tack. De grootaandeelhouder van Tessenderlo gaf in zijn typische bewoordingen aan dat er een kapitaalverhoging zat aan te komen bij de chemiegroep, om de wankele balans recht te trekken.

Bij de weefgetouwenfabrikant Picanol had Tack moeten vaststellen dat bankiers mooiweersvrienden zijn, die je alleen een paraplu aanbieden als de zon schijnt. Dus kan je beter je eigen bankier zijn, door een cashbuffer aan te leggen voor tegenslagen.

Het is een les die te veel bedrijfsleiders vergeten zijn, nu de Europese Centrale Bank al meer dan zes jaar - sinds 11 juli 2012 - de rente op nul betonneert. Bedrijfsleiders die hun winst niet doperen met een extra scheut goedkope schulden krijgen het verwijt een ‘suboptimale’ balans te hebben.

‘Geld is de goedkoopste grondstof. Het is waanzinnig’, was een quote die een andere collega optekende, eveneens in augustus 2014. Bij Ger Van Jeveren, de ex-topman van Fagron die naar eigen zeggen graag ‘scherp aan de wind zeilt’. Begin 2016 was Van Jeveren topman af en moest zijn met schulden overladen bedrijf door Filip Balcaen van de ondergang worden gered.

Balcaen tankte met een forse kapitaalinjectie de naftbak van de specialist in apothekersbereidingen vol en maakte werk van een grondige sanering van de aan flarden geschoten balans.

We kunnen ons voorstellen dat hij hoofdschuddend kijkt naar de toestand bij Balta , in 1964 door vader Paul opgericht als ‘Balcaen Tapijten’. 40 jaar later verkocht Balcaen Balta aan de private-equitygroep Doughty Hanson. Later volgde een andere private-equityreus: Lone Star. Die deden bij Balta wat de barbaren aan de poort graag doen bij elk bedrijf waar ze op doortocht zijn: uitmelken en schulden op de balans laden.

Mes op de keel

Het is nauwelijks te geloven dat Balta pas in juni vorig jaar naar de beurs trok. Intussen kan het prospectus van toen de prullenmand in. Het jongste alarm - maandag - was de spreekwoordelijke druppel. CEO Tom Debusschere mocht opstappen.

©Mediafin

De cijfers zijn dramatisch: de omzet viel het afgelopen halfjaar 4 procent terug tot 322 miljoen euro. Dat lijkt niet zo erg, tot je beseft dat in de eerste helft van 2017 de goed draaiende Amerikaanse commerciële tak Bentley Mills slechts drie maanden meetelde.

De krimp van de bovenste lijn leidt tot een ravage lager op de resultatenrekening: de brutobedrijfswinst (ebitda) zakt ruim een kwart naar 34 miljoen euro. Netto blijft daar na afschrijvingen en (forse) rentelasten minder dan een tiende van over: 2,7 miljoen euro of 8 cent per aandeel.

Voor heel 2018 erkent Balta de eerdere doelstelling - 82 à 87 miljoen euro ebitda - niet meer te halen. Het interim-management plakt er geen cijfer op, maar het zal gezien de dramatische krimp op de residentiële markt voor voltapijt niet veel meer dan 70 miljoen euro zijn.

Netto mogen beleggers al blij zijn als er 20 cent winst per aandeel uit de bus komt. Dus noteert de tapijtengroep nu tegen zo’n 25 keer de verwachte winst over 2018 duurder dan bij de beursgang, ook al is de beurskoers sindsdien met meer dan 60 procent ineengeschrompeld.

De snel krimpende winst zet Balta het mes op de keel: op 30 juni bedroegen de schulden 3,8 keer de ebitda over de jongste 12 maanden. Dat is geen naftbak op reserve, zo ben je op de walmen aan het rijden.

©Mediafin

Balta heeft geen goede opties meer. De groep moet dringend diversifiëren weg van tapijten naar ‘harde’ vloerbedekking, maar ze heeft er het geld niet voor. Een kapitaalronde om bij te tanken is bij die koersen geen aantrekkelijke optie.

Het enige dat de koers ondersteunt - en dat is het belangrijkste verschil met de groentereus Greenyard die bij een nieuwe winstwaarschuwing ook tegen een lege tank aankijkt - is de speculatie dat iemand Balta en zijn aandeelhouder Lone Star uit hun lijden verlost.

Dan rollen wel succesvol gediversifieerde rivalen over de tong: het Amerikaanse Mohawk en het Britse Victoria . Pittige details: bij Mohawk breidde Balcaen zijn minderheidsbelang onlangs uit tot 2 procent. Bij Victoria is de Belg Philippe Hamers CEO. Hamers werkte tot 2016 bij ... Balta, tot hij daar zijn conclusies trok toen Lone Star Debusschere CEO maakte.

Wat doet Tack intussen? Die maakt gretig gebruik van zijn volle bak naft om gas te geven. Bij zijn weefgetouwenfabrikant Picanol benadert 2018 het recordjaar 2017 bijna en is de berg cash op 30 juni weer tot 159 miljoen euro aangezwollen.

Tack zet die cash mondjesmaat aan het werk om zijn controle over Tessenderlo te betonneren, dankbaar gebruikmakend van de koersval bij de chemiegroep na de winstwaarschuwing een week eerder.

©Mediafin

Uit de insidertransacties bij beurswaakhond FSMA leren we dat Tack via Picanol de voorbije dagen voor goed 9 miljoen nog eens 290.000 stukken Tessenderlo kocht. Dat brengt het totaal sinds begin dit jaar op 685.000 stuks.

We ramen dat Tack zo direct en indirect al 42,2 procent van Tessenderlo controleert. Begin 2016 ketsten minderheidsaandeelhouders de fusie van Picanol en Tessenderlo tot een Belgisch industrieel conglomeraat af. Intussen is de fusie via de achterdeur stilaan een feit. Met dank aan de volle naftbak.

BIJ AB INBEV IS DE PESO GEVALLEN

AB InBev moet voor beleggers het frustrerendste aandeel van 2018 zijn. Net nu het afgaand op de jongste resultaten operationeel wat beter gaat, wordt de biergigant midscheeps getroffen door de ondergaande opkomende munten.

De beurskoers is weer tot rond 80 euro teruggevallen. Richard Withagen, analist van Kepler Cheuvreux, blijft in een update bij zijn koopadvies voor ’s werelds grootste brouwer, maar erkent dat wisselkoersen een ‘recurrent thema’ zijn bij de gesprekken met beleggers.

Logisch: het jongste jaarverslag leert dat de dollar veruit de belangrijkste munt blijft met 27,3 procent van de bedrijfswinst, maar tuimelende munten als de Braziliaanse real (14%), de Zuid-Afrikaanse rand (5%) en de Argentijnse peso (4,1%) zijn stuk voor stuk veel belangrijker dan de euro (2,6%).

Deels is er een ‘translatierisico’: de gehalveerde peso vertaalt zich logischerwijs zelfs bij stabiele verkopen in minder dollars, de rapporteringsmunt.

Maar er is ook een ‘transactierisico’: Withagen schat dat zowat de helft van de kostprijs van de productie in groeimarkten in dollar is, terwijl de verkoop in lokale munt is. AB InBev dekt het wisselkoersrisico wel in, zodat de impact met zo’n 12 maanden uitgesteld wordt.

Dat geeft de groep de kans intussen de impact te milderen met prijsverhogingen, maar toch zal de groeimarktcrisis zich in 2019 met uitgesteld relais laten voelen.

Er gloort beterschap: de nieuwe brouwerij die AB InBev deze week in Nigeria opende, koopt zijn grondstoffen voor 90 procent lokaal. ‘Locavore’ zijn heeft zijn voordelen.

 

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content