weekboek

Pepptalk voor de workaholics van de beurs

Een crash van meer dan 40 procent in één maand en dan een remonte van 40 procent. Het beursjaar 2020 is frenetiek genoeg zonder de zot lange Europese handelsdag te moeten blijven tolereren, dank u.

We laten even de ‘bompa vertelt’ in ons los. Toen we in de mist der tijden begonnen als beursverslaggever liep de Brusselse handelsdag van 10 tot 16 uur, scheurden we twee keer per dag vellen papier met koerslijsten van de telex af en faxte beurshuis Vermeulen-Raemdonck ons elke avond de belangrijkste data van de beursdag door. En, o ja, handelaars verklaarden elke bizarre beweging met het magische woord ‘quinzaine’.

Europeanen zijn de workaholics van de wereldbeursdag. Sinds een opbod in de late jaren 90 zweren de Europese beurzen bij een beursdag van achtenhalf uur. In Londen begint de handelsdag om 8 uur. In de City moeten handelaars en strategen die voorbereid aan de aftrap willen komen niet veel later dan om 6 uur aan hun desk zitten. ‘Wake up to money’, het tradersprogramma op radiozender BBC Five Live, zendt om... 5 uur ’s ochtends uit.

Bentobox

Het is tijd dat de Europese beurzen die erfenis van de dotcomgekte afvoeren. Wall Street zweert sinds 1985 bij een handelsdag die van half tien tot vier loopt, twee uur korter. In Tokio zelfs drie uur (zie illustratie). Handelaars krijgen op de middag een uur respijt voor een bentoboxlunch.

©Mediafin

Aziaten houden van die break: de beurs van Singapore schafte de lunch in 2011 af, maar moest die in 2017 weer invoeren. ‘Lunchpauzes zijn goed voor de markt’, zei Jimmy Ho, voorzitter van de lokale traderslobby Society of Remisiers - prachtig, toch? - toen tevreden. Europese handelaars, analisten (en beursverslaggevers) die elke vrijdag een halve smos kaas uit hun toetsenbord kunnen vissen, kunnen het daar alleen maar volmondig mee eens zijn.

Gelukkig komt er schot in de zaak. De Londense beurs zette deze week het resultaat van een consultatieronde bij alle spelers online, Euronext is aan dezelfde oefening bezig. Daaruit blijkt dat een grote meerderheid gewonnen is voor minder uren. Die zijn samen met flexibeler (thuis)werken - op dat vlak is een virus wonderen aan het verrichten - cruciaal om de beurswereld minder familieonvriendelijk en minder mannelijk te maken. Plus: vrijwel niemand koestert nog de waanidee dat de handel over meer uren spreiden de liquiditeit ten goede komt.

©Mediafin

De handel is in 2020 echt al frenetiek genoeg zonder absurd lange dagen te kloppen. Even kort samenvatten: de Bel20  trapte af met een rally die de barometer op 17 februari naar het hoogste peil in 13 jaar bracht, dan kwam het virus en volgde in één maand een crash van 43 procent. En nu een rally van tot nu 40 procent.

Met dank aan overheden en centrale banken die op indrukwekkende wijze in actie zijn geschoten. Hét schoolvoorbeeld blijft het straffe persbericht van de Federal Reserve op 23 maart, de balans van de Amerikaanse centrale bank is sindsdien 3.000 miljard dollar groter geworden.

Europa zit evenmin stil: Duits bondskanselier Angela Merkel en Frans president Emmanuel Macron ontvouwden vorige maand een Europees herstelfonds dat eigenlijk een embryonale Europese begroting is. De Kanzlerin ontvouwde deze week een extra Duits stimuluspakket van 130 miljard euro. Duitsland, gidsland: zuinig in goede tijden om gul te kunnen zijn in slechte tijden.

Donderdag volgde de kers op de taart. De Europese Centrale Bank gooit met de lettersoep PEPP (Pandemic Emergency Purchase Programme) nog eens 600 miljard in de strijd tegen de coronacrisis. Onderschatten beleggers met de ietwat wereldvreemde rally de structurele schade voor de reële economie? Zo goed als zeker, voor zover de beurs nog een goede reflectie van die reële economie is. Anderzijds kun je het de beleggers niet kwalijk nemen dat ze de gulle sponsoring van hun rally door centraal bankiers met de glimlach aannemen.

De herwonnen risicoappetijt van beleggers laat zich ook zien in licht overeind krabbelende groeimarktmunten, nu de wereld minder frenetiek haar reservemunt, de dollar, hamstert. De Federal Reserve ‘exporteerde’ via akkoorden met 14 andere centrale banken, van Europa over Zuid-Korea en Mexico tot Brazilië, 450 miljard dollar tijdens de pandemie.

De peso is gevallen

Niettemin: ondanks recent herstel noteren munten als de Mexicaanse peso en de Braziliaanse real fors goedkoper dan begin dit jaar, tegen zowel de dollar als de euro (zie grafiek). Een ernstig probleem voor twee Belgische bedrijven die zich diep in de dollar- en euroschulden staken: AB InBev en Ontex.

©Mediafin

De biergigant stelt het transactierisico, dat munten alle kanten uitzwiepen tussen het sluiten van een transactie zoals de inkoop van grondstoffen en de eigenlijke uitvoering van de transactie, door indekking wel met een jaar uit. Met andere woorden: de dit voorjaar tuimelende peso en real zullen vooral in de eerste helft van 2021 een grote impact hebben.

Bij Ontex  is de impact op de cashflow onmiddellijk. En volgens Credit Suisse onderschatten beleggers die schromelijk. Het beurshuis verlaagde de winstprognoses voor de luierfabrikant fors en knipte het koersdoel bij tot 12 euro.

‘Grofweg een vijfde van de inkomsten van Ontex is in peso en real, terwijl het gros van de grondstoffen, vooral cellulosepulp, in dollar luidt’, merkt analist Faham Baig op. Hij verwacht dat tuimelende munten de al niet royale winstmarge dit jaar 3 procentpunt afromen en alle positieve impact van besparingen en goedkopere grondstoffen uitwissen. De schuld ziet hij eind dit jaar dicht tegen het alarmpeil van 4 keer de brutobedrijfswinst (editda) noteren.

Ontex bewijst ampel: ook goedkope schulden moeten afbetaald worden en zijn toxisch in combinatie met een management dat de misstappen opstapelt. Zoals de Credit Suisse-analist droogjes opmerkt over de dure Braziliaanse overname uit 2017: ‘Een deal die manifest niet heeft gebracht wat bij de aankondiging beloofd werd.’

Hij merkt op dat Brazilië aantoont wat gebeurt als het management zich ‘zonder veel lokale kennis op een markt begeeft’. En houdt dus zijn hart vast voor de intrede op de Amerikaanse markt, met de bouw van een eerste fabriek. Een markt die gedomineerd wordt door Procter & Gamble en Kimberly-Clark, die ruim driekwart van de luiermarkt in handen hebben.

Er is in de States nog een nichespeler op de luiermarkt, die onder eigen naam opereert. Hij heet Amazon en haalde net een coole 10 miljard gratis geld op. Eerlijk: ik zou voor minder in mijn broek doen.

Lees verder