weekboek

Polymerase-kettingreactie, een frustrerende mondvol

Redacteur Beleggen

Het letterwoord PCR staat garant voor kopbrekens. Voor de Belg die snakt naar een trip voorbij de landsgrenzen, maar ook voor de Belgische belegger.

Ik besef dat de hashtag #firstworldproblems hier van toepassing is, maar ik heb deze week mentaal afscheid genomen van mijn Bretoense reisplannen. En ook de app 'Re-Open Europe' van mijn telefoon gegooid. Om de eenvoudige reden dat ik op den duur dagelijks het kluwen van Europese reisregels begon te checken en er steeds minder van begreep.

Natuurlijk ga ik de komende paar weken op vakantie mijn favoriete verse oesters in Le Dourduff en Mer missen. Mijn favoriete afspanning daar liet op haar Facebook-pagina weten dringend serveurs(euses) te zoeken, wat nog eens onderstreept dat het tekort aan main-d'œuvre zich niet beperkt tot de Verenigde Staten. Niet getreurd: de geirnoars met Rodenbach in Zeebrugge zijn maar een fietsritje verwijderd en bijna even lekker als de oesters uit de baai van Morlaix.

Een quarantaine post-vakantie was voor mij niet het probleem. Ik ken elke vierkante centimer van mijn home office van buiten en de app van HelloFresh houdt me wel in leven. Maar ik werd tureluurs van de lappendeken aan PCR-tests. Ik ben de pandemie doorgekomen zonder mijn neus te ontmaagden en ik hoop dat zo te houden tot het rijk van de vrijheid er is.

PCR staat voor polymerasekettingreactie, een snelle en betaalbare techniek waarbij miljoenen kopieën van DNA-moleculen worden gemaakt voor medische diagnoses. Een mondvol, zo leert ons het jaarverslag van Biocartis , dat ook de basis is van de technologie achter Idylla.

Idylla is het zaklabo ter grootte van een broodmachine van Biocartis, waar de Mechelaars hopen met een waaier van tests een 'ecoysteem' rond uit te bouwen. Een ziekenhuislaborant plaatst een druppel bloed, urine of lichaamsweefsel in een 'cartouche' en schuift die als een cassette in de Idylla. Een uur of twee later is het resultaat bekend. Hoe meer Idylla's geinstalleerd zijn, hoe meer inkomsten Biocartis recurrent kan halen uit de verkoop van die cartouches.

Leuke anekdote, uit pagina 12 van het jaarverslag. Het toen drie jaar jonge Biocartis nam de technologie in 2010 over van Philips . Juist, de reus uit Eindhoven die in de vroege jaren '80 een toen zwalpend Solvay een toekomst gaf met de verkoop tegen spotprijs van de farmatak Duphar en in datzelfde decennium aan de wieg stond van de huidige wereldmarktleiders in chipmachines (ASML) en chips (TSMC).

We vinden de technologie van Biocartis nog altijd even beloftevol als bij de beursgang in 2015. Alleen: het mag wel eens beginnen komen. Biocartis mogen we, zij het met olietankerrederij Euronav als stevige rivaal, hét Brusselse 'How Soon is Now?'-aandeel noemen. In die klassieker zingt (zeurt?) Morrissey:

When you say it's gonna happen now | when exactly do you mean | see I've already waited too long | and all my hope is gone

'How Soon Is Now' - The Smiths

Ook bij beleggers is de hoop stilaan vervlogen. Het aandeel staat al heel de Brusselse heropeningsrally van 2021 op de pechstrook met een verlies van 15 procent sinds Nieuwjaar. De beurskoers beloopt nog iets meer dan een derde van de intekenprijs van september 2015, 11,50 euro.

De reden? Het vliegwiel raakt niet op toerental. Het ecosysteem van geïnstalleerde Idylla's stijgt wel, maar niet exponentieel (zie illustratie). En zolang het vliegwiel niet op dreef komt, blijft het frustrerend lang wachten op een positief onderste lijntje.

Over 2020 was er 47 miljoen operationeel verlies. Zoals de Mechelaars zelf op pagina 94 van het jaarverslag schrijven: 'Biocartis heeft sinds haar oprichting in 2007 in elke periode te kampen met bedrijfsverlies en een negatieve operationele kasstroom (...) Per 31 december had Biocartis een geaccumuleerd verlies van 460,5 miljoen euro'.

Op de jaarvergadering van 2017 sprak toenmalig voorzitter en grootaandeelhouder Rudi Mariën zijn frustratie uit over het uitblijven van winst, tien jaar na de oprichting. 'Binnen twee tot drie jaar moeten we winstgevend zijn', onderstreepte ook CEO Herman Verrelst op de CEO Talks met De Tijd twee jaar later. Wel, we zijn twee jaar later en om het in de terminologie van de duivensport te zeggen: de begeleiders wachten nog steeds. Natuurlijk is Covid-19 een excuus: veel ziekenhuizen stellen planbare zorg uit.

Daarbij moet er vooral op de cruciale Amerikaanse markt een commerciële doorbraak komen. Die was over 2020 veruit de belangrijkste inkomstenbron voor Biocartis: 15,6 miljoen euro, 36 procent van de 43,1 miljoen recurrente inkomsten uit productverkopen. Dat is minder extreem dan de 96 procent van de omzet die de andere beursgenoteerde specialist in snelle medische diagnose, MDxHealth, in de Verenigde Staten draait, maar illustreert het belang.

2020 had het jaar van de heropstanding moeten worden na ploeterjaar 2019, maar het liep anders uit. Met Genomic Health verloor Biocartis opnieuw een Amerikaanse partner. In 2019 kwam er ook een eind aan de samenwerking met de gigant Thermo Fisher . Een gigant die een prima pandemiejaar beleefde, met recordomzet en een winstmarge die richting 30 procent evolueerde.

Sinds het einde van de samenwerking probeert Biocartis op eigen kracht de complexe Amerikaanse zorgmarkt met zijn kluwen van spelers te bewerken. De beurskoers geeft aan dat beleggers Morrissey-gewijs Biocartis na iets te veel ontgoochelingen niet meer het voordeel van de twijfel gunnen.

Hongerige mondjes

Voor de geduldige belegger van het eerste uur is er nog een belangrijke kanttekening. Als er in de toekomst winst is, zullen eerst de schulden moeten afgelost worden. Die belopen nog 150 miljoen per 31 december 2020. Biocartis sloot vorig jaar zelfs een deal met een shorter in het eigen aandeel, om die schuld met 15 miljoen af te toppen.

De shorter bezat sinds 2019 ook converteerbare obligaties die in 2024 tegen een intussen onrealistische hoge beurskoers (12,89 euro) in nieuwe aandelen konden omgezet worden. Tegen betaling van 4,3 miljoen cash was de shorter bereid tegen die koers 15 miljoen schulden om te zetten in 1,16 miljoen aandelen. Het hefboomfonds kon zo zijn shortpositie met winst afsluiten.

Resultaat is wel dat de toekomstige winst over steeds meer hongerige mondjes moet gespreid worden. Er staan nu 57,5 miljoen stukken uit, tegenover iets meer dan 40 miljoen bij de beursintroductie. De trouwe kleine belegger is op zes jaar met zo'n 30 procent verwaterd.

Contrasteer dat met Ageas . Na groen licht van de aandeelhouders vernietigde de verzekeraar, één van de sterren van beursjaar 2021, vorige maand opnieuw 3,5 miljoen aandelen, waardoor het aantal mondjes waar de stevige dividenden over moeten worden gespreid nog 191 miljoen stukken beloopt

Merk op dat Ageas de voorbije tien jaar direct of indirect meer dan 6 miljard euro naar de aandeelhouders liet vloeien, voor een derde via de bulkinkoop van eigen aandelen. Dat leerde slide 7 van de  beleggerspresentatie bij de jaarcijfers over 2020.  Met die bulkinkopen heeft Ageas sinds 2010 bijna een kwart van zichzelf van de beurs gehaald: het aantal uitstaande aandelen zakte van ruim 250 miljoen naar 191 miljoen. 

Voor de nieuwe CEO Hans De Cuyper is het stilaan wel geweest met die eigenliefde. De klemtoon komt minder op bulkinkopen van eigen stukken. En meer op groei via overnames, met focus op de Aziatische tak én - leerde deze week slide 36 van de presentatie - een 'vierde Europese markt' na België, Portugal en het VK als toeleverancier van stabiele dividendenstromen voor de holding.

Beleggers, altijd tuk op inkopen, schoten initieel wat in een kramp. We zijn er zeker van dat het maar tijdelijk zal zijn. Wat minder creatieve destructie, we kunnen het alleen maar toejuichen. Zolang de verzekeraar bij de Europese ontdekkingsreis de PCR-tests maar niet vergeet.

Lees verder