weekboek

Saai is het nieuwe opwindend

Sinds CEO Harold Boël in juli een korte nieuwsbrief pende is de beurswaarde van Sofina nog eens 1 miljard aangedikt, terwijl de Bel20 achteruit kachelde.

Beroepsmisvorming, ik denk niet dat er beroepen zijn die er meer last van hebben dan financieel journalisten.

Ik kan geen Vlaamse steenweg afbollen zonder mij af te vragen of de voorbijflitsende filialen van Leen Bakker, Zeeman, Krëfel of Aldi in de portefeuille van Retail Estates zitten. Bij een yoghurt met vanillestokjes in het koelrek van de supermarkt denk ik aan de bedrijfsafdeling met de mooiste naam van de Brusselse beurs: de tak ‘feestvoeding’ van de holding Floridienne.

Zelfs op vakantie draai ik de knop niet om, zelfs al onthaast ik in een miniscuul dorp in Picardië. De verhuurders van de gîte zijn sympathieke lokale landbouwers die na tien jaar vrienden geworden zijn. Begin deze maand namen we het aperitief in hun nieuwe melkcarrousel.

Een melkerijsysteem van GEA

Een bijzonder indrukwekkende installatie, die de 130 koeien drie keer sneller melkt dan de oude manuele versie en de familie dagelijks twee uur hard labeur bespaart. Mijn oog viel meteen op de naam van de fabrikant, GEA . En daarmee zat ik, terwijl de koeien rond mij defileerden, toch weer in gedachten bij de Brusselse beurs en de holding GBL .

GEA - in 1920 ontstaan als Gesellschaft für Entstaubungsanlagen - is de jongste aanwinst van GBL. Maar hoe vernuftig de melkcarrousels ook zijn, veel plezier heeft de holding van de familie Frère er nog niet aan beleefd. Sinds GBL zijn belang in de zomer van 2017 begon op te bouwen - tot meer dan 7 procent nu - is de Duitse groep zowat een derde van haar beurswaarde kwijt gespeeld.

Alleen al dit jaar waren er niet minder dan vier winstwaarschuwingen, de jongste deze week. De winstmarge zal ver onder de verwachtingen uitkomen - ongeveer 6,5 in plaats van 8,5 procent - en 2019 kondigt zich ook bepaald niet geweldig aan.

©Mediafin

De ingenieuze melkrobotten zijn niet de enige oorzaak, al is de crisis in de zuivelsector een belangrijke factor. Waar ter wereld u ook melk drinkt, u heeft een kans van één op de vier dat het witte product door een GEA-machine is gepasseerd.

Maar daar stopt het niet: bij oploskoffie is die kans één op de drie. Daarnaast is GEA ook een gigant in brouwinstallaties en afvulsystemen voor frisdranken. GEA is ook actief in industriële koelsystemen, waterbehandelingssystemen voor cruiseschepen en een duizelingwekkend aantal toepassingen voor de farmasector.

Het gevolg van dat kluwen is dat GEA een notoir hoge ‘overhead’ heeft, een veel te logge holdingstructuur. Om daar verandering in te brengen slaagde Elliott, de notoire Amerikaanse activist die Argentinië na 15 jaar loopgravenoorlog op de knieën kreeg, erin CEO Jürg Oleas buiten te werken.

Hij wordt in februari opgevolgd door Stefan Klebert, die van de engineeringgroep Andritz, zeg maar het Bekaert van de Weense beurs, komt. De analisten van Deutsche Bank vermoeden dat GEA de dramatiek er nu misschien wat extra dik oplegt opdat de nieuwe bezem straks extra schoon kan vegen.

Het zal nodig zijn. GEA vormt samen met Ontex en de Spaanse pretparken Parques Reunidos de zogenaamde incubatorinvesteringen van GBL, maar in 2018 is die couveuse - goed voor 7 procent van de portefeuille - eerder comateus. Het zou helpen mochten de grote brokken van de portefeuille - die vooral surft op het succes van voltreffer Adidas  - goed presteren, maar dat is niet het geval.

SGS , de eerste miljardeninvestering van co-CEO’s Ian Gallienne en Gérard Lamarche, heeft sinds de instap in 2013 geen potten gebroken. De koersgrafieken van LafargeHolcim  en zeker Imérys  zijn om te huilen.

En Umicore  is na een sterke eerste jaarhelft in de tweede helft de op één na slechtst presterende Bel20’er, na een non-winstwaarschuwing over de vele kopwinden, die na elk telefoontje van de dienst investor relations met een bezorgde analist wat meer doorsijpelt.

Nieuwsbrief

Geen wonder dat beleggers een hardnekkig hoge korting van 25 procent blijven plakken op de onderliggende portefeuille. Het contrast met Sofina  is frappant.

De spilholding van de familie Boël stond jaren te boek als de schone slaapster, omwille van haar onbestaande communicatie. Vijf jaar geleden kon je het aandeel nog tegen een korting van 40 procent oppikken, begin dit jaar was de ‘décote’ nog altijd 20 procent.

©Mediafin

Nu is de korting volgens een berekening van KBC Securities bijna verdwenen, met een minieme 3 procent. Sofina was de hele zomer net als de netbeheerder Elia en Colruyt - de supermarktketen waarvan Sofina al sinds de jaren 70 aandeelhouder is - een rots in de branding. De Bel20 ging met dramatische zaagtandbewegingen daarentegen vooral nergens heen.

Sofina deelt met Colruyt en Elia een belangrijk element: het aandeel is geruststellend saai. Sofina verhoogt al meerdere generaties elk jaar het dividend mondjesmaat. Ook de netto-actiefwaarde groeit gestaag doorheen de wildste conjunctuurcycli en financiële crisissen. In tijden van brexit en handelsoorlogen windt niets beleggers meer op dan zo’n saaie voorspelbaarheid.

Het keerpunt voor de korting lijkt de nieuwsbrief - de tweede in de 119-jarige beurscarrière - te zijn die CEO Harold Boël in juli stuurde. Die bracht niet alleen de bevestiging dat Sofina met een rendement van 8 procent over de eerste jaarhelft op een boerenjaar afstevent.

Maar ook de bevestiging dat de holding haar belang in Flipkart verkoopt bij de instap van Walmart in de Indiase e-commercereus. Goed voor een meerwaarde van 80 miljoen, vijf keer de inleg van vijf jaar geleden. Het is een mooie illustratie van het netwerk dat Sofina in Azië heeft uitgebouwd, net zoals de holding al in de jaren 70 neerstreek in Silicon Valley.

Terwijl de portefeuille van GBL voor slechts 8 procent uit ‘privaat kapitaal’ (Sienna Capital) bestaat, is dat percentage dat je als belegger niét kunt repliceren bij Sofina 80 procent. Daar zitten parels bij zoals JF Hillebrand, de 174 jaar jonge Duitse wereldmarktleider in wijntransport.

Het zou ons niet verbazen mocht Flipkart voor veel buitenlandse beleggers een eyeopener zijn en het best bewaarde geheim van de Brusselse beurs verklapt is. Jammer voor de kleine Belg, die lang dit prachtig gerunde generatie-aandeel tegen soldenkortingen heeft kunnen kopen.

E&Z BEBIG, RAMPENFILM MET HAPPY-END

Kregelig word ik er van, Hollywood-rampenfilms waar op het einde alles bij aanzwellende vioolmuziek nog goed komt. Noem me een cynische Europeaan, maar zo werkt het niet. 

Maar toch, er bestaan zelfs voor de pijnlijkste verhalen happy-ends. Op de weinig illustere beurscarrière van Eckert & Ziegler Bebig staat een vervaldatum. 

Beleggers met kilometers op de teller herinneren zich dat de specialist in radioactieve implantaten om kanker te bestrijden de beurscarrière begon als IBt. Op de Brusselse tak van Euro.NM, voor ‘jonge, beloftevolle bedrijven’ (lees: bedrijven waar winst scheef bekeken werd en zelfs een business plan niet hoefde).

E&Z Bebig boekte 14 van de 21 jaar als beursgenoteerd bedrijf verlies. Maar nu komt er toch een afscheid in schoonheid. De Duitse moeder Eckert & Ziegler (E&Z) haalt Bebig van de beurs.

De oprotpremie is geen cash, maar 1 aandeel E&Z per 5,3 stukken Bebig. Laat nu net E&Z op de beurs van Frankfurt een omgekeerd GEA zijn: een Duits bedrijf dat keer op keer de prognoses weet te overtreffen en een recordkoers noteert.

Voor de langetermijnbelegger in Bebig/IBt geen vioolmuziek, maar toch één positieve noot.

Lees verder