weekboek

Speuren naar achterblijvers

Redacteur Beleggen

Ik weet niet of u er fan van bent of u ze eerder haat: de vele lijstjes die we op het einde van het jaar voorgeschoteld krijgen met de figuren, de gebeurtenissen, de boeken, de woorden, of de restaurants van het jaar.

In tegenstelling tot van de meeste klassementen kunnen we van de toppers en floppers op de beurs wel wat opsteken. Ze kunnen een indicatie geven welke aandelen misschien te ver vooruitgelopen zijn op goed nieuws. Of welke aandelen eerder door een hype gedreven zijn dan door hun fundamenten. Gelukkig zijn de meeste stijgingen perfect verklaarbaar. Denk aan Galapagos, dat met zijn reumamiddel filgotinib over een mogelijke blockbuster beschikt. Of aan Agfa-Gevaert, waar plots overnemers stonden aan te schuiven om de medische IT te kunnen kopen.

Aan de andere kant van de ladder zijn ook de meeste pandoeringen terecht. Bij de tien grootste floppers van het Brusselse koersenbord zitten zeven biotechbedrijven. ASIT Biotech, Genkyotex en Kiadis moesten bekennen dat hun verst gevorderde middelen niet beter werken dan een capsule met kraantjeswater. De aandeelhouders zijn bijna alles kwijt. Maar ook Curetis, Celyad, Biocartis of MDxHealth bakten er weinig van. Het is weer een bewijs dat we op kleine biotechbedrijven terecht het etiket ‘allerhoogste risico’ mogen kleven. Bij de overige pineuten zitten namen die zowat ieder jaar onderaan bengelen, zoals de maker van koeltorens Hamon, het zinkbedrijf Nyrstar, of het techallegaartje Crescent.

De onderste kant van de koerslijst kan ons ook leren welke bedrijven met een sterke reputatie zijn achtergebleven. Misschien is dat onterecht omdat er helemaal niets aan de hand is? Of gaat het om een tijdelijke dip die kansen biedt voor beleggers die op lange termijn durven te denken? Daarom vindt u hier een lijst met 15 bedrijven die tot voor kort een goede naam en faam hadden op de beurs, of die die nog altijd genieten, maar niet aan de beurshausse van 2019 hebben deelgenomen.

Plasticvrees

De halfjaarcijfers van de koffiegroep Miko toonden aan dat het bedrijf na het wat mindere 2018 de draad van gestage groei weer oppikt. De omzet en bedrijfswinst stegen 6 procent. Het zo goed als bankroete Deense bedrijf Maas, intussen door Miko omgedoopt tot Freehand, moet dankzij een grondige opkuis en investeringen break-even draaien in 2019 zodat het negatieve effect op de groepswinst verdwijnt.

De kunststoftak scoorde met een omzetdaling van 4 procent iets minder. Miko tekende recent wel een groot contracten en moest investeren om de productie in Turnhout uit te breiden. Dat woog op de halfjaarcijfers, maar moet in de tweede jaarhelft extra omzet en winst opleveren. Tegen 13 keer de winst en 5,9 keer de ondernemingswaarde versus de bedrijfscashflow, de zogeheten EV/ebitda-ratio die ook rekening houdt met de schulden, is Miko niet duur.

Al weegt de plasticvrees misschien wat op de koers. Voorlopig zijn kunststof verpakkingen voor roomijs of slaatjes nog alomtegenwoordig in de supermarkten, maar ook alternatieven zoals karton, composteerbaar bioplastic en zelfs bamboe duiken op. Miko zal zulke alternatieven in zijn gamma moeten opnemen. Het bedrijf gaat prat op zijn innovatie, en stuurt zelfs personeelsleden naar India om er inspiratielessen te volgen. Dat resulteerde bijvoorbeeld in de shirtcase, een lichte verpakking waarmee je je hemd ongekreukt in je handbagage kan meenemen. Miko levert er zelfs een vouwplankje bij voor wie niet zo bedreven is in het plooien van hemden, goed voor niet zo handige harry’s zoals mezelf.

©Mediafin

Ook bij Bois Sauvage is het moeilijk negatieve elementen te ontwaren. De holding blinkt weliswaar niet uit in dynamisme, maar de genoteerde deelnemingen Umicore en Recticel gingen beide meer dan een kwart hoger. De chocoladetak en de bank Berenberg boekten in de eerste jaarhelft betere resultaten. De korting op de intrinsieke waarde is opgelopen tot 16 à 20 procent.

Er zijn ook bedrijven die last hebben van de conjunctuur, maar waar de dip wellicht tijdelijk is. Jensen is er zo eentje. De maker van industriële wasmachines verwacht voor 2019 een iets lagere omzet en winst. Geen gunstig nieuws, maar het orderboekje dikte wel nog aan in het derde kwartaal en de koers noteert rond het laagste peil in drie jaar. De EV/ebitda-ratio van 8,1 is goedkoop voor een wereldspeler. CEO Jesper Jensen kocht vorige maand zelf voor 3,2 miljoen euro aandelen bij.

Net als Jensen, is ook Picanol in zijn niche van weefgetouwen een wereldleider. Door de handelsoorlog hielden veel textielbedrijven hun portemonnee dicht, maar nu er dooi optreedt kunnen de investeringen weer aantrekken. 2019 wordt nog een bar jaar, maar de koers is de voorbije twee jaar al 40 procent gezakt. De waardering van Picanol bestaat voor een groot stuk uit Tessenderlo-aandelen, en bij die chemiegroep loopt alles op wieltjes.

Bij Sioen liggen de beleggers wakker van de gecrashte vrachtwagenmarkt, waarvoor het bedrijf dekzeilen maakt. Het blijft intussen op het overnamepad en kocht vorige week de pvc-coatingtak van Glen Raven Group uit North Carolina. Dat bedrijf begon in 1880 als een katoenmolen, en is wereldvermaard. Het was de grootste leverancier van parachutes in de Tweede Wereldoorlog, vond de ‘pantyhose’ uit en leverde het textiel voor de eerste vlag op de maan. Sioen gaat met Glen Raven samenwerken om bijvoorbeeld beter zonweringstextiel te ontwikkelen. Sioen betaalt 7,2 keer de EV/ebitda, in lijn met zijn eigen relatief goedkope waardering.

©Mediafin

Ter Beke lijdt onder tijdelijke tegenwinden. De listeriabesmetting in Nederland weegt op het vertrouwen en het dure varkensvlees holt de marge op een lasagne of salami uit. De listeriabesmetting zal de versevoedingsgroep naar eigen zeggen een tiende van de ebitda kosten, het varkensvlees raam ik op 5 procent. Ter Beke is met een EV/ebitda van 6 allesbehalve duur.

Bij Ontex, EVS, IBA en Econocom is het te vroeg om euforie te kraaien, al lopen bij al die bedrijven transformatie-, besparings- of andere plannen met ronkende namen om de zaken op orde te krijgen. Econocom is tegen 4,3 keer de beloofde bedrijfswinst - als die gehaald wordt tenminste - goedkoop en koopt gretig eigen aandelen in. Maar, stichter Jean-Louis Bouchard buiten beschouwing gelaten, lijkt de directiekamer eerder op een duiventil, wat niet het beste doet verhopen voor de lopende reorganisatie. Bij de Nationale Bank weegt een mogelijk lager dividend op de koers omdat de lage rente de opbrengst op de obligatieportefeuille uitholt. Colruyt was vorig jaar te veel gestegen en krijgt nu de weerbots.

Keuze achteraan in het peloton is er genoeg. Al kan het snel keren. Vorige week prijkten nog namen als Deceuninck en Sipef in de lijst, maar door de plotse rush rukten ze al op tot de middengroep.

Lees verder