weekboek

Het hoopje puin op beursvloer wordt eindelijk opgeruimd

Opgeruimd staat netjes. Dexia verdwijnt van de beurs. Dat mag er niet toe leiden dat de buitenwereld geen enkel zicht meer heeft op wat bij de restbank gebeurt, een groep waarvoor de staat voor vele miljarden borg staat.

Eindelijk is een kruiwagen gevonden om het hoopje puin weg te halen dat na de ineenstorting van Dexia op de Brusselse beursvloers was blijven liggen. Dexia zakte in 2011 in elkaar, de goede stukken werden gerecupereerd, de rest - hoofdzakelijk een omvangrijke portefeuille langlopende kredieten - bleef achter in de langzaam uitdovende bad bank.

Dexia is een zombiebank, een levende dode die alleen overeind blijft dankzij miljarden overheidswaarborgen. De kans dat er nog enige winst uit kan worden gepuurd is nihil. Maar Dexia is dus nog beursgenoteerd. Met alle informatie-, transparantie- en andere verplichtingen die daarbij horen. Minder dan 0,5 procent van de aandelen is niet in handen van de Belgische of Franse overheid.

Macabere grap

Dat Dexia op de beurs genoteerd bleef, is een macabere grap die we te danken hebben aan de Europese autoriteiten. Die verzetten zich ertegen dat Dexia zijn resterende minderheidsaandeelhouders uitkocht, met het argument dat dat een vorm van verboden staatssteun was. Europa heeft zo van die principes waaraan het mordicus vasthoudt, ook al is de toepassing ervan in concrete gevallen dwaas.

Maar nu is een oplossing gevonden. De notering van het Dexia-aandeel op de Brusselse beurs wordt simpelweg geschrapt. Dat is mogelijk gemaakt door een nieuwe wetsbepaling van juli vorig jaar.

Die geeft bedrijven het recht hun aandelen van de beurs te halen als de vrij verhandelbare aandelen nog ten hoogste 0,5 procent van het kapitaal uitmaken en een beurswaarde hebben van minder dan een miljoen euro. Ze hebben daarvoor niet eens de toestemming nodig van de marktentoezichthouder FSMA.

Het is niet geheel uitgesloten dat die wettelijke bepaling er speciaal gekomen is om Dexia een uitweg van de beurs te bieden. De aandeelhoudersvergadering moet de operatie wel nog goedkeuren. Maar gezien de stalinistische meerderheid die de twee staatshoofdaandeelhouders daar hebben, is dat een formaliteit.

Waardeloos

De nog overblijvende particuliere aandeelhouders van Dexia moeten hun stukken niet afgeven, ze worden niet onteigend. Ze zullen ze wel niet langer kunnen verhandelen op de Brusselse beurs, tenzij op de openbare veilingen.

De beperktere verhandelbaarheid zal de waarde ervan doen dalen. Dat verklaart waarom de koers van het Dexia-aandeel deze week, na de aankondiging van de geplande delisting, meer dan halveerde, van 3,34 euro naar 1,36 euro.

Het gebeurt wel meer dat mensen geld verdienen met het verhandelen van waardeloze en nutteloze spullen.

Het verbaast dat er beleggers zijn die nog iets willen betalen voor een aandeel dat hen gegarandeerd nooit enig dividend zal opleveren en evenmin iets bij de uiteindelijke vereffening. Het ontkracht de claim dat de beurs een efficiënte markt is.

Maar goed, het is een leuk speeltje voor speculanten. Het gebeurt wel meer dat mensen geld verdienen met het verhandelen van waardeloze en nutteloze spullen. De belegger die woensdagmiddag Dexia-aandelen opraapte tegen de bodemkoers van 1,36 euro zat vrijdagmiddag al op een winst van 15 procent, want het aandeel stond toen alweer hoger, op 1,575 euro.

Het is een exit langs de kleine deur voor Dexia, na een beurscarrière van meer dan twintig jaar. Toen Dexia - het voormalige Gemeentekrediet, een openbare kredietinstelling in handen van de gemeenten - in 1996 naar de beurs trok, liepen de beleggers er storm voor. Een jaar later werd het aandeel opgenomen in de Bel20-index, wat het extra glans bezorgde. Bij die intrede in de Bel20 ging de koers van het Dexia-aandeel in één ruk 25 procent hoger.

Een volgende mijlpaal was de samensmelting met het Franse Crédit Local de France. De fusiegroep koos voor een Belgisch vennootschapsstatuut - dat zou ons in 2011 nog zuur opbreken - en kreeg een hoofdnotering in Brussel. Champagne!

Dexia begon aan een ambitieuze veroveringstocht, in België - Bacob Bank! -, in onze buurlanden Nederland en Luxemburg, en internationaal - Italië, Spanje, Turkije, Israël, de Verenigde Staten. In 2007 was Dexia uitgegroeid tot een groep met een balanstotaal van meer dan 600 miljard euro, of bijna twee keer het Belgische bruto binnenlands product.

De beurswaarde bedroeg 20,3 miljard euro, Dexia behoorde tot de 15 grootste financiële instellingen in Europa, het aandeel haalde, rekening gehouden met de hergroepering in 2016 van duizend aandelen voor één nieuw, een top van 22.463 euro.

Goedehuisvaderaandeel

Toenmalig topman Pierre Richard, een Fransman, prees Dexia aan als een goedehuisvaderaandeel. De kernbusiness van de bank leek vrij solide: kredieten op lange termijn geven aan openbare besturen en aanverwante instellingen, die daarmee investeringen deden ‘tot nut van ‘t algemeen’.

De achilleshiel van het model, bleek bij de bankencrisis in 2008, was dat Dexia zich voor de langetermijnkredieten hoofdzakelijk financierde op korte termijn. Dat liep goed, tot de liquiditeit op de financiële markten plots opdroogde.

Dexia had zijn hand overspeeld. In twee tijden, in 2008 en in 2011, klapte de groep in elkaar. Het goedehuisvaderaandeel speelde 99,994 procent van zijn waarde kwijt, de beurswaarde zakte tot nog enkele schamele miljoenen euro.

Wat bij Dexia gebeurt, belangt ons allen aan.

Opgeruimd staat netjes. Om het verdwijnen van Dexia van de Brusselse beurs moet niet worden getreurd. De leiding van de bad bank kan zich voluit toeleggen op haar hoofdopdracht, het op een ordentelijke manier laten uitdoven van de bank, zonder daarover voortdurend te moeten rapporteren aan de financiële markten. Pour vivre heureux, vivons cachés.

Het is begrijpelijk dat de Dexia-top af wil van de lasten en verplichtingen die de beursnotering met zich meebrengt. Dat neemt niet weg dat best gevraagd mag worden dat nog met regelmaat gerapporteerd wordt over de gang van zaken bij Dexia.

De groep maakt nog voor 64 miljard euro gebruik van overheidswaarborgen, waarvan 33 miljard van de Belgische staat. Het risico dat die ooit echt aangesproken dienen te worden, is niet weg. Ook al interesseert dat onze politici amper, wat bij Dexia gebeurt, belangt ons allen aan. Daarom mag de groep zich niet zonder meer terugtrekken in de duisternis.

Lees verder