weekboek

Auto-industrie heeft erg goede engelbewaarder

Omdat de sector een groot economisch belang heeft en duizenden arbeidsplaatsen voorziet, trekken Europese landen vlotjes miljarden uit om hun nationale auto-industrie te steunen. Eigengereid, op een ongecoördineerde manier.

Bij de auto-importeur D’Ieteren gaan 211 banen voor de bijl, bij de tandwielenproducent VCST 171. Enkele Belgische bedrijven delen in de klappen die de autosector krijgt. Het Duitse technologiebedrijf ZF Friedrichshafen, een belangrijke toeleverancier aan de autobouwers, schrapt 15.000 arbeidsplaatsen. Renault krimpt zijn personeelsbestand met zowat 15.000 werknemers - in Frankrijk verdwijnen 4.600 jobs.

De coronacrisis treft de Europese autosector frontaal. De oorzaak ligt niet zozeer bij de lockdown of haperingen in de aanvoerlijnen. Wel bij de sterke terugval van de vraag naar nieuwe wagens.

De crisis hakt zwaar in op het consumentenvertrouwen. De economische toekomst is onzeker, gezinnen maken zich financiële zorgen en handelaars en bedrijven zijn vooral bezig hun kosten onder controle te houden. De aanschaf van een nieuwe wagen, een behoorlijk dure aankoop, moet wachten.

De autosector gedijt moeilijk in een slecht economisch klimaat. In de Grote Recessie, die voortvloeide uit de bankencrisis van 2008, was de auto-industrie ook een van de belangrijkste slachtoffers. GM, een van de grootste autogroepen ter wereld, wankelde. In Europa verdween het Zweedse Saab, een GM-filiaal, van het toneel. In 2010 ging de fabriek van Opel in Antwerpen - ook een GM-merk - dicht. Het Franse Peugeot kwam in slechte papieren en moest voor steun aankloppen bij het Chinese Dongfeng.

De autosector krabbelde weer recht. De wereldwijde autoverkoop kreeg in 2009 een dreun van 10 procent. Maar een jaar later was het grootste leed geleden. In 2017 werden 96 miljoen personenwagens en bedrijfsvoertuigen verkocht, 33 procent meer dan in 2007, voor de bankencrisis en Grote Recessie.

De coronaklap komt boven op de structurele problemen waarmee de sector de voorbije jaren al kampte: de overcapaciteit, de worsteling met de almaar strengere emissienormen voor voertuigen, de moeizame omschakeling naar het bouwen en verkopen van elektrische auto's.

Steunpilaar

Maar de autoproducenten hebben een goede engelbewaarder. Weinig sectoren worden zo door de nationale overheden gekoesterd. Toen GM in 2008/2009 op omvallen stond, werd de groep tijdelijk door de Amerikaanse regering genationaliseerd. In Duitsland en Frankrijk werd de auto-industrie ondersteund met slooppremies, om autogebruikers aan te zetten hun oude wagen in te ruilen voor een nieuwe. In Duitsland maakten 1,2 miljoen autobezitters daar gebruik van.

Waarom die gulhartige, beschermende hand? De autonijverheid is een van de laatste overblijvende grote industriële sectoren. Hij biedt heel wat werkgelegenheid, tekent voor een hoge toegevoegde waarde en is een steunpilaar voor de exportprestaties van een land. Kortom, een belangrijke economische motor.

Ook nu springt de overheid de auto-industrie bij. De Franse regering trekt 8 miljard euro uit. Een lening van 5 miljard euro voor Renault, waarin de Franse overheid een aandelenbelang heeft. En forse premies voor de aanschaf van nieuwe wagens, vooral elektrische. 'Het is een belangrijk stuk van onze economie, het zijn duizenden arbeidsplaatsen', verantwoordt president Emmanuel Macron de steun.

In het stimuluspakket van 130 miljard euro waarover de Duitse regering het woensdag eens werd, zit een luik van 2,3 miljard euro voor de auto-industrie in de vorm van een subsidie voor de aankoop van elektrische of hybride wagens.

Europa slaagt er niet meer in een coherent, ambitieus en toekomstgericht industrieel beleid te formuleren.

In Italië is er een principeakkoord voor een lening van 6,3 miljard euro van de bank Intesa Sanpaolo aan de autogroep Fiat-Chrysler, gewaarborgd door de staat. Daarover is flink gebakkeleid. Fiat-Chrysler heeft zijn juridisch hoofdkwartier in Nederland, werd een poos geleden door de Europese Commissie gekapitteld voor belastingontwijking via Luxemburg, en was van plan bij de fusie met Peugeot zijn aandeelhouders een uitzonderlijk dividend uit te keren.

De reddingsboei voor Fiat is echter cruciaal voor de Italiaanse economie, zegt Intesa-topman Carlo Messina. 'Met die lening ondersteunen we een sleutelsector van de economie, zijn toeleveranciers en de werkgelegenheid.'

De ondersteuning van de auto-industrie in Europa gebeurt in gespreide slagorde. Elk land handelt eigengereid, heeft zijn eigen aanpak en koppelt aan de steun andere voorwaarden.

Enkele decennia geleden slaagde Europa er nog in de crisis in de staalindustrie aan te pakken met een duidelijk Staalplan, uitgedokterd door Europees commissaris Etienne Davignon. 40 jaar later slaagt Europa er echter niet meer in een coherent, ambitieus en toekomstgericht industrieel beleid te formuleren, bijvoorbeeld voor de Europese auto-industrie.

Lees verder