weekboek

Bedrijven besmetten elkaar

Senior writer

Bedrijven zijn ingebed in een economisch weefsel en leunen dicht bij elkaar aan. Daarom springt de economische coronabesmetting snel over van het ene bedrijf naar het andere.

Het vuur onder de brouwketels wordt gedoofd. Verschillende brouwerijen in ons land stoppen met het brouwen van bier. Omdat de verkoop is gekelderd. Door de sluiting van de cafés, het afgelasten van evenementen, het stilleggen van de voetbalcompetitie en het schrappen van wielerwedstrijden - maatregelen opgelegd in de strijd tegen het coronavirus - zijn er veel minder gelegenheden waar de brouwers hun bier kwijt kunnen.

Bier is niet het eerste product dat de hamsteraars in hun winkelkarretjes laden.

De verkoop in de supermarkten stijgt wel. Maar bier is niet het eerste product dat de hamsteraars in hun winkelkarretjes laden. Dat compenseert het verlies via de andere afzetkanalen niet.

De coronacrisis belet de brouwers in principe niet gewoon voort te brouwen. De flesjes, blikjes en de vaten met bier kunnen ze opslaan in hun magazijnen. Maar die zitten vol. Grotere voorraden aanleggen heeft geen zin, want de kans dat de gemiste verkoop wordt ingehaald als de coronacrisis is uitgewoed, is beperkt.

Het stilleggen van de brouwketels betekent dat de brouwers geen ingrediënten nodig hebben. De leveranciers van mout en hop moeten een poos niet langskomen. De bierstekers die de cafés en andere afzetpunten bevoorraden, moeten de baan niet op. Als die taak is toevertrouwd aan een externe firma, zit die ook zonder opdrachten en zonder inkomsten.

Kettingreactie

Dat is een voorbeeld van de kettingreactie die deze schok teweegbrengt in de economische keten. Het virus dat op één plek binnendringt, verspreidt zich via de aders door het hele lichaam, steekt organen aan en veroorzaakt via de zenuwbanen hevige pijnen op onverwachte plaatsen.

Dat schoenenwinkels (minstens) drie weken dicht moeten blijven, zadelt hen voor een stuk op met een onverkochte voorraad. Die kunnen ze via onlineverkoop proberen weg te werken, of later tijdens de koopjesperiode tegen bradeerprijzen.

De kledingwinkels hebben gewoonlijk maar een beperkte stock van hun collectie en werken veelal met bijbestellingen voor kledingstukken die bij de kopers bijzonder in de smaak vallen en dan de winkel uitvliegen. Op die manier wentelen ze het risico deels op hun leveranciers en de fabrikanten. Die zijn nu de dupe.

Niet alle bedrijven kunnen op een inhaalvraag later rekenen.

De siliconen- en lijmenproducent Soudal voelt de impact omdat bouwwerven worden stilgelegd en de doe-het-zelfwinkels de deuren moeten sluiten. Hij kan een stuk van de gemiste verkoop later wellicht inhalen. De bouwwerven dienen te worden afgewerkt, de klussen in en om het huis ooit gedaan.

Niet alle bedrijven zitten in de positie dat ze op een inhaalvraag later kunnen rekenen. Het hangt af van de producten die ze vervaardigen. Zijn die bedoeld voor snelle consumptie en/of zijn ze beperkt houdbaar, of gaat het om ‘duurzame’ consumptiegoederen, zoals auto’s, informaticaspullen, elektrische apparaten?

De fabrikanten van die tweede soort producten zijn minder gevoelig voor de onmiddellijke schok. Maar op de langere termijn kunnen ze veel schade lijden als het vertrouwen van de consumenten blijvend wordt aangetast, of omdat die consumenten simpelweg met een inkomensschok zijn geconfronteerd - hun job zijn kwijtgespeeld bijvoorbeeld.
 

Dienstensector

De dienstensector deelt in de klappen. Hij is voor een stuk geënt op de activiteiten in de handel en de industrie. Winkelketens die wekenlang gesloten zijn en industriële bedrijven die stilliggen, hebben even geen reden om enthousiast te adverteren. De copywriters in de reclameagentschappen moeten de pen neerleggen, reclamecampagnes worden uitgesteld of geschrapt. Dat zal de bedrijven voor wie dat een bron van inkomsten is pijn doen: huis-aan-huisbladen, kranten, magazines, commerciële tv-stations. En in deze onzekere tijden zullen bedrijven het niet meteen een prioriteit vinden om externe opleidingen en seminaries te organiseren voor hun medewerkers.

Die voorbeelden geven aan dat alle bedrijven kunnen worden geraakt, zowel die die actief zijn op de markt van de consumentengoederen als die die business-to- businessactiviteiten ontplooien en ondernemingen als eindklant hebben.

De klappen kunnen meteen komen, of met vertraging.

De sterke terugloop van passagiers heeft vliegtuigmaatschappijen genoodzaakt vluchten te schrappen. De activiteiten op de luchthavens zijn naar een laag pitje gezakt. Ook op Brussels Airport. Dat heeft een weerslag op de bagage- afhandelaars Aviapartner en Swissport. De parkings aan de passagiersterminal, uitgebaat door Interparking, staan leeg. Brussels Airport, dat ook een commercieel bedrijf is, ziet zijn inkomsten dramatisch zakken. Die klap is meteen gekomen.

Voor de vliegtuigbouwer Airbus en zijn vele industriële toeleveranciers - daar zijn Belgische bedrijven bij als Asco, BMT Aerospace, Sabca en Sonaca - komt de klap met vertraging. Omdat veel luchtvaartmaatschappijen in zware financiële moeilijkheden dreigen te komen, moeten zij er rekening mee houden dat er serieuze gaten worden geslagen in hun orderboeken.

Psychologie

De economische pijn van de bedrijven kan diverse oorzaken hebben. Ze kan rechtstreeks het gevolg zijn van de sluitingen die de overheid heeft bevolen, of onrechtstreeks. Dat is de mechanische oorzaak. Ze kan ook het gevolg zijn van het feit dat mensen, zowel werknemers als zelfstandigen, niet meer durven te gaan werken uit vrees besmet te raken, of van het wegvallen van het consumenten- en ondernemersvertrouwen. Dat zijn de psychologische oorzaken.

Onder meer de psychologie drijft de hysterie op de beurzen. De aandelenkoersen zijn de voorbije dagen met tientallen procenten gezakt omdat de beleggers panikeren. Zo worden ook de verzekeringsmaatschappijen aangetast. Om hun businessmodel overeind te houden hebben ze inkomsten uit beleggingen nodig. De beurscrash kan dus in die sector ook heel wat onheil aanrichten.

De aanvoerketens zijn korter geworden in tijd en langer in ruimte. Daardoor verspreidt het economische virus zich snel en ver.

Dat het bijzonder gevaarlijke economische coronavirus zo makkelijk overspringt van het ene bedrijf naar het andere komt omdat de ondernemingen dicht bij elkaar aanleunen. Ze houden weinig afstand. Het bewust beperkt houden van de voorraden van de goederen die ze nodig hebben in hun productieproces en het sterk leunen op het precies-op-tijd-leveren, plus het outsourcen van activiteiten, maakt bedrijven afhankelijk van elkaar. De aanvoerketens zijn korter geworden in tijd en langer in ruimte. Daardoor breidt het economische virus zich snel en ver uit in de ondernemingswereld.

Maar we moeten ons geen begoochelingen maken. Ook als de banden niet zo nauw waren, kan één ziek bedrijf vele andere aansteken. Zeker in een crisis als deze. Het zou alleen wat langer duren.

Banken in de rol van dokters

In de strijd tegen de economische coronacrisis, spelen de banken een cruciale rol. Zij zijn de dokters en verplegers die de bedrijven die in ziekenboeg belanden erdoor moeten proberen te helpen. Door hen bij te springen als ze in betalingsproblemen komen, via het versoepelen van de kredietvoorwaarden en het verstrekken van overbruggingskredieten, noodleningen zeg maar. Er zijn bedrijven die extra zuurstof nodig hebben en aan een beademingstoestel gelegd moeten worden.

Kredietwaarborgen die overheid toekent zijn een soort van beschermingskledij voor de banken.

Maar de banken zijn zelf niet immuun voor de crisis. Ze dreigen te worden geconfronteerd met hogere verliezen op de kredieten die ze aan ondernemingen hebben toegekend. Met hun kapitaalbuffers kunnen ze dat enigszins opvangen.

Tegelijk moeten ze ook voorzichtig zijn. Ze werken met het geld van de spaarders. Daarom kan van de banken niet worden gevraagd de kredietkraan onbeperkt open te draaien. De overheid kan hier bijspringen, door hen kredietwaarborgen te geven. Voor de banken is dat dan een soort beschermingskledij.

Lees verder