weekboek

Private equity zoekt niche: zieke bedrijven beter maken

Als het lukt, ligt forse winst in het verschiet. Maar de ervaring leert dat het vaak een hopeloze opgave is om stervende bedrijven opnieuw tot leven te wekken.

Ondernemers en vermogende families die centen op overschot hebben en op zoek zijn naar een interessante beleggingsopportuniteit hebben keuze te over. Voortdurend worden nieuwe investeringsfondsen gelanceerd die die centen aan het werk willen zetten en een mooi rendement in het vooruitzicht stellen. Donderdag raakte bekend dat de biotechinvesteerder Annie Vereecken 50 tot 65 miljoen euro wil inzamelen voor een durffonds dat investeert in bedrijven die actief zijn op het kruispunt van medische toepassingen en big data. Eerder deze week meldde Ivo Marechal, de voormalige CEO van de transportgroep H. Essers, dat hij een fonds van 65 miljoen euro opricht dat zich toelegt op zieke bedrijven.

Er klotst veel geld rond in de economie, op zoek naar een rendabele bestemming.

Er klotst veel geld rond in de economie, op zoek naar een rendabele bestemming. Het zoekt zijn weg buiten de banken om, omdat spaarrekeningen niks meer opbrengen - voor grote bedragen moet soms al worden betaald - en de banken geen risico meer mogen nemen.

Private-equityfondsen schieten als paddenstoelen uit de grond, in alle kleuren en smaken. Het is een interessant model: het stelt de investeerders die meedoen een aantrekkelijk rendement in het vooruitzicht, het is voor bedrijven een alternatieve manier om kapitaal te vinden, en voor de investeringsmanagers die tussenpersoon spelen tussen die twee partijen en claimen bijzondere sectorkennis te hebben en een neus voor het aanboren van goudaders - en die daar een ferme commissie voor vragen - is het een aardige bron van inkomsten.

Zotte prijzen

De marktplaats raakt stilaan wel heel druk bevolkt. Te veel geld jaagt op te schaarse opportuniteiten. Dat leidt ertoe dat soms zotte prijzen betaald worden om een participatie in een of ander bedrijf te mogen nemen. En dat maakt het natuurlijk moeilijker om nog een aardig rendement te behalen. Daarom trekken sommige private-equityinvesteerders weg uit het centrum, en zoeken ze niches aan de rand op.

Zieke bedrijven zijn zo’n niche. Ze gaan ervan uit dat ze die er met het voorschrijven van de juiste behandeling en het toedienen van de juiste medicijnen weer bovenop kunnen helpen. Door de bedrijvendokter langs te sturen dus.

Het is een specialiteit waar weinigen zich op toeleggen. Omdat het lastig is er grote successen mee te boeken. Er zijn een paar voorbeelden in ons land uit het recente verleden. ‘Ik herstructureer ondernemingen met laagtechnologische producten en modegebonden, sterke merken’, vatte Patrick Depuydt zijn activiteit samen. Hij werd door het weekblad Trends tot Manager van het Jaar 1989 gekozen, na enkele opmerkelijke investeringen zoals in de meubelgroep Velda en de kristalblazerij Val Saint Lambert.

Maar de ster van Depuydt verbleekte snel. Sommige van de bedrijven die hij gekocht had, bleken niet te redden. En op de koop toe moest hij zich voor de rechtbank verdedigen wegens een frauduleus faillissement. Hij werd niet veroordeeld, omdat de rechter vond dat de redelijke termijn overschreden was.

Boelwerf

Een andere bedrijvendokter, die uit Nederland kwam, was Joep van den Nieuwenhuyzen. Hij richtte een beursgenoteerd vehikel, Begemann, in als ziekenboeg voor de tientallen noodlijdende bedrijven waarover hij zich had ontfermd. In België kwam dokter Joep onder meer langs bij de auto-onderdelenproducent VCST in Sint-Truiden - het huidige Punch Powertrain - en bij de Boel-scheepswerf in Temse. Omdat van den Nieuwenhuyzen om zijn zieke patiënten te behandelen wel eens naar onorthodoxe methodes durfde te grijpen, kreeg ook hij af te rekenen met het gerecht.

In dezelfde categorie kan ook Guido Dumarey worden ondergebracht. Hij legde zich toe op het onder zijn hoede nemen van vooral bedrijven uit de metaalverwerkende industrie - van elektrocomponenten over digitale printers tot melkmachines en auto-onderdelen (denk aan VCST) - en groepeerde die in het beursgenoteerde Punch International. Maar toen dat in financiële moeilijkheden kwam, leidde dat tot geruzie tussen de aandeelhouders. Dumarey trok eruit, en nam een aantal deelnemingen mee. Hij is nog altijd actief als bedrijvendokter, vooral in de autogerelateerde business en hoofdzakelijk in Frankrijk.

Ook bedrijven hebben een levenscyclus. Die kan niet eindeloos worden gerekt.

Die voorbeelden bewijzen dat de stiel van bedrijvendokter moeilijk is. En ondankbaar. Wanneer hij een patiënt kan redden, krijgt hij lofbetuigingen. Als het niet lukt, wordt hij weggehoond en schiet hij er meestal ook een aardig centje bij in. De successen zijn overigens schaars. Dat verbaast niet. Vaak zijn de oorzaken van de moeilijkheden waarmee het bedrijf kampt structureel. De technologie is bijvoorbeeld verouderd of het bedrijf is actief op een markt die aan het verdampen is of de kosten van een grote schoonmaak lopen zo hoog op dat het beter is de boel gewoon te sluiten.

Ook bedrijven hebben een levenscyclus. Het is verdienstelijk te proberen dat leven te rekken. Maar is het verstandig om als investeerder op zulke bedrijven te gokken en het proces van creatieve destructie in de economie proberen af te remmen, in plaats van in te zetten op startende ondernemingen en groeibedrijven in toekomstgerichte sectoren?

Lees verder