weekboek

Buitenlandse benzine voor Belgische jobmotor

Senior writer

Om hier jobs te creëren wordt deels op buitenlandse investeerders gerekend. De politieke beleidsmakers halen hun beste verkooptalenten boven om die aan te trekken.

Jobs, jobs, jobs. Er is een grote consensus bij de beleidsmakers dat de werkzaamheidsgraad in ons land omhoog moet. Om de economische groei op te krikken, om de kosten van de vergrijzing op te vangen, om voldoende belastingen te kunnen innen om het uitgebreide overheidsapparaat draaiende te houden. Dat betekent enerzijds dat wie niet werkt, aangespoord moet worden om een job te zoeken en anderzijds dat er inspanningen moeten gebeuren om jobs te creëren.

Met het oog op dat laatste toog Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) begin deze week naar Göteborg, naar het hoofdkwartier van Volvo Cars. De autoconstructeur, met een vestiging in Gent, heeft plannen voor een fabriek om batterijen te produceren voor elektrische wagens. Goed voor 3.000 jobs. Het zou mooi zijn als Volvo die fabriek in Vlaanderen zou neerpoten. En dus ging Jambon daar in Göteborg voor lobbyen. Je regio in het buitenland slijten als aantrekkelijke plek om te investeren, het hoort bij de job van een regeringsleider, nationaal of regionaal. Toen de Chinese president Xi Jinping in 2014 in België op bezoek was, troonde koning Filip hem mee naar de Volvo- fabriek in Gent om al het fraais daar te tonen. Volvo Cars is in handen van Geely, een Chinese groep.

De beleidsmakers kunnen de jobcreatie ook stimuleren door simpelweg in eigen land of regio een gunstig ondernemingsklimaat te creëren, aan de hand van fiscale, sociale, milieu- en mobiliteitsmaatregelen. Dat levert het beste en duurzaamste resultaat op. Maar het is een lastige politieke weg daar naartoe, en de nieuwe jobs die eruit voortkomen springen niet meteen in het oog. Een politieke beleidsmaker denkt gemakkelijker te scoren met het binnenhalen van een groot buitenlands project. Hij kan er de krantenkoppen mee halen, en het levert hem misschien ook een naamsvermelding op de gedenkplaat op die onthuld wordt bij de opening van de nieuwe fabriek.

België was niet erg succesvol in het aantrekken van vestigingen van financiële groepen die na de brexit een pied-à-terre in de Europese Unie zochten.

Schoonheidswedstrijd

Als die er komt. Want gewoonlijk dingen naar zulke regio’s meerdere investeerders mee in een soort schoonheidswedstrijden waarin de troeven en gebreken van elk in de weegschaal worden gelegd. In een eerste fase had Volvo Cars een lijst van vijftig mogelijke locaties. In de shortlist staan er nog vier, waaronder Gent. Maar ook Zweden, de thuisbasis van Volvo Cars, is een optie.

De troeven van Gent? Centraal gelegen in West-Europa, goede verbindingen over water, spoor en weg, goed opgeleide arbeidskrachten, en vooral: Volvo is hier al actief. Nadelen? Arbeid is hier duur en in toenemende mate schaars. Ook de verkeerscongestie wordt een probleem. Beschikbaarheid van goedkope (hernieuw-)bare energie is ook een heikel punt op een ogenblik dat enkele fabrieken hun productie moeten terugschroeven door de te hoge elektriciteitsprijzen. Wat Jambon in zijn reiskoffer mee had om extra gewicht in de schaal te leggen is niet bekend. Maar een buitenlandse investeerder verwacht dat de plaatselijke overheid met een of andere vorm van subsidies of andere steunmaatregelen over de brug komt.

Hoeveel wil Vlaanderen betalen om 3.000 jobs naar hier te halen? Jambon waarschuwde in elk geval de huid van de beer niet te verkopen voor hij geschoten is. Dat is verstandig. Want als een zaak als beklonken wordt voorgesteld, maar de kandidaat-investeerder het gras uiteindelijk elders toch groener vindt, levert dat de beleidsmaker die te vroeg victorie heeft gekraaid alleen maar hoongelach op.

Blauwtje

Vlaanderen heeft de voorbije jaren nogal wat blauwtjes opgelopen. Dat een Saudische investeerder in de Antwerpse haven een recyclagefabriek van 3,7 miljard wilde bouwen voor de productie van ammoniak en ureum uit plasticafval, goed voor 900 jobs, was groot nieuws in 2015. Maar van meet af aan waren er twijfels over de geloofwaardigheid van die investeerder en van de tussenpersonen die voor hem optraden. Het project stierf een stille dood.

In 2017 werd Tesla-topman Elon Musk door burgemeester Bart De Wever (N-VA) ontvangen op het stadhuis van Antwerpen om hem te vragen de productiviteit van de Antwerpse handjes in overweging te nemen in zijn keuze voor de vestiging van een gigafactory, een batterijfabriek voor elektrische auto’s, in Europa. Tesla opteerde uiteindelijk voor Berlijn.

Opnieuw Antwerpen was in 2018 in de running voor een nieuwe fabriek van Umicore voor batterijmaterialen, goed voor een investering van 660 miljoen euro en 400 arbeidsplaatsen. Die fabriek kwam er, maar in Polen.

In Willebroek wacht men nog altijd op de honderd Chinese ondernemingen die er op een bedrijventerrein zouden neerstrijken en daar meer dan duizend jobs zouden creëren, zoals Kris Peeters (CD&V), toen hij Vlaams minister-president was, in het vooruitzicht had gesteld.

De Waalse regering dacht in de Chinese bouwer van elektrische wagens Thunder Power een interessante industriële partij gevonden te hebben om activiteiten te ontplooien op de site in Gosselies, waar Caterpillar vertrokken was, en was bereid daar 150 miljoen euro voor uit te trekken. De Chinezen wilden dat een deel van dat bedrag gestort werd op een rekening op de Maagdeneilanden. Dat deed vragen rijzen. Het project bleek een fata morgana. Nu luidt het dat een Britse investeerder op de Caterpillar-site een Legoland-attractiepark wil bouwen. De beslissing daarover zou begin volgend jaar vallen.

Ons land was ook maar matig succesvol in het aantrekken van vestigingen van financiële bedrijven die als gevolg van de brexit een pied-à-terre moesten zoeken in een lidstaat van de Europese Unie. Van de ruim 440 bedrijven die deels uit het VK uitweken, kozen er maar 15 voor Brussel, bleek eerder dit jaar uit een Brits onderzoek.

Het e-commerceverdriet van België is eveneens genoegzaam bekend. Door zijn stroeve wetgeving voor e-commerce grijpt ons land, dat zich er nochtans op beroemt een logistieke draaischijf te zijn in Europa, er telkens weer naast als grote internetspelers een nieuw Europees distributiecentrum willen opzetten. Net niet, was het bijvoorbeeld bij Zalando en Decathlon.

Tegenwind

Er zijn echter ook successen, af en toe. De Chinese e-commercegigant Alibaba zet een grote logistieke hub op in Luik, nadat topman Jack Ma flink wat stroop om de mond gesmeerd kreeg van beleidsmakers in ons land en zelfs van koning Filip. En de Britse chemiereus Ineos koos in 2019 voor Antwerpen, waar hij al aanwezig is, voor een mega-investering van 3 miljard euro, goed voor 400 nieuwe jobs.

Al is de vraag of ook dat project er daadwerkelijk komt. De bouw van de nieuwe Ineos-fabrieken krijgt veel tegenwind. Ondanks het engagement van de Vlaamse regering zal de chemiereus het niet makkelijk hebben om de nodige vergunningen te krijgen.

Dat neemt niet weg dat de beleidsmakers zich moeten blijven inzetten om buitenlandse investeerders aan te trekken. Die kunnen onze economie verrijken. Alleen mogen ze niet vergeten dat de beste resultaten om de economische activiteit en de jobcreatie op te krikken op een andere manier behaald worden: door een klimaat te waarborgen waarin ondernemerschap, ook van eigen bodem, goed gedijt.

Lees verder