weekboek

Buitenlandse kat is soms beter in het vangen van Belgische muizen

Is er geen Belgische manager te vinden die goed genoeg is om de telecomgroep Proximus te leiden en is daarom maar voor een Fransman gekozen? Opteren voor een buitenlandse CEO kan voordelen hebben, zeker bij Belgische overheidsbedrijven.

Het beursgenoteerde overheidsbedrijf Proximus heeft een nieuwe CEO. Het is de Fransman Guillaume Boutin, die na jobs bij het Franse telecombedrijf SFR en betaaltv-groep Canal Plus twee jaar geleden bij Proximus belandde als verantwoordelijke voor de consumentendivisie.

Is hij de juiste man op de juiste plek op het juiste moment? In de zoektocht naar een opvolger voor Dominique Leroy moest de raad van bestuur rekening houden met enkele contraintes. Het loonplafond dat in België geldt voor de toplui van overheidsbedrijven, ook beursgenoteerde, is er één van. De vereiste taalevenwichten een andere. De statuten van Proximus schrijven voor dat de CEO van een andere taalrol moet zijn dan de voorzitter van de raad van bestuur - dat is Stefaan De Clerck. Die zou de baan kunnen ruimen als het witte CEO-konijn dat Proximus in het vizier had Nederlandstalig was.

Maar omdat de pasbenoemde CEO van Bpost, dat andere beursgenoteerde overheidsbedrijf, al Nederlandstalig is, moest het bij Proximus een Franstalige zijn. De statuten van de telecomgroep boden misschien wel de mogelijkheid om een Nederlandstalige de topjob te gunnen, maar politiek moeten de delicate communautaire evenwichten van dit land natuurlijk wel worden gerespecteerd.

We maken ons druk over vermoede Chinese spionagepraktijken, maar sluiten onze ogen voor het gevaar dat van dichterbij komt.

Het heet dat geen enkele politieke partij er een probleem mee heeft dat er een Fransman aan het hoofd van de Belgische telecomgroep komt. ‘De politiek houdt zich buiten de Proximus-benoeming’, luidt het. Het zou wel anders zijn geweest als de raad van bestuur met een Nederlandstalige kandidaat op de proppen gekomen was.

Dat België zijn belangrijkste elektriciteitsbedrijf Electrabel in Franse handen, die van Engie, heeft laten vallen, bestempelen velen nu als een grote stommiteit. Maar de ezel stoot zich opnieuw aan dezelfde steen. We leveren een voor onze economie strategisch belangrijk bedrijf als Proximus over aan de Fransen. Want zowel de CEO als de financieel directeur - Sandrine Dufour - zijn gepokt en gemazeld in het Franse systeem, waar bedrijfsleven en politiek dicht tegen elkaar aanleunen. We maken ons druk over vermoede Chinese spionagepraktijken, maar sluiten onze ogen voor het gevaar dat van dichterbij komt.

Verankering

Door de benoeming van Boutin bij Proximus heeft de helft van de grote beursgenoteerde bedrijven in ons land een buitenlander als CEO. Een op de twee is Frans - Boutin bij Proximus, Ilham Kadri bij Solvay, Ian Gallienne bij GBL, Jean-Christophe Tellier bij UCB en Charles Bouaziz bij Ontex. Toen de uitverkoop van grote Belgische bedrijven in een stroomversnelling kwam, een paar jaar geleden, luidde het dat we ons niet mochten blindstaren op de verankering van het kapitaal. Het zou Belgische managers kansen bieden en een efficiëntere manier van verankering zijn. Het is zo niet uitgedraaid.

Het klopt wel dat sommige Belgen het maken als CEO in het buitenland. De markt voor CEO’s is internationaal geworden. In dat kleine segment van de arbeidsmarkt is de geografische mobiliteit groot, ook over de landsgrenzen heen. En in sommige bedrijven leeft het idee dat wat uit het buitenland komt, beter is. Een buitenlandse CEO krijgt altijd meer het voordeel van de twijfel dan iemand die uit eigen land komt. Een garantie op succes is het zeker niet, dat bewijst de doortocht van buitenlandse CEO’s bij het zinkbedrijf Nyrstar. Noch de Luxemburger Roland Junck, noch de Duitser Hillmar Rode konden het wegzinken van Nyrstar in de dieperik verhinderen.

Een buitenlandse CEO kan met een frisse blik naar de dingen kan kijken en plooit zich niet al op voorhand naar de lokale geplogenheden die remmend kunnen werken.

Het maakt niet uit of de kat Belgisch of buitenlands is, als ze maar muizen vangt, zou je kunnen zeggen, de voormalige Chinese leider Deng Xiaoping parafraserend. Een buitenlander aan het hoofd heeft het nadeel dat hij minder vertrouwd is met de lokale geplogenheden en minder goed is in het subtiele spel met de politiek dat ook een bedrijfsleider moet beheersen. Daar staat tegenover dat hij met een frisse blik naar de dingen kan kijken en zich niet al op voorhand plooit naar de lokale geplogenheden die remmend kunnen werken. Zeker bij overheidsbedrijven kan dat laatste een troef zijn. Hij kan vanuit zijn buitenlandse ervaring stellen dat bepaalde gangbare praktijken in Belgische overheidsbedrijven eigenaardig zijn. Een Belg zou zich er al makkelijker bij neerleggen. Een buitenlander kan het zich ook meer veroorloven zich daarover op te winden. Hij zal zich van de toorn van zijn Belgische politieke meesters minder aantrekken.

NMBS

Vreemde ogen dwingen. Om de herstructurering van het Waalse staal te kunnen doordrukken haalde de Belgische regering in de jaren 80 de Franse manager Jean Gandois binnen. Een Belg had die klus wellicht niet kunnen klaren. Het was eveneens een buitenlander, de Nederlander Bessel Kok, die ingeschakeld werd om de overheidsdienst RTT om te vormen tot het bedrijf Belgacom - nu Proximus.

Proximus staat voor grote uitdagingen. Er moet in het bedrijf nog flink aan de boom worden geschud. Misschien kan een buitenlandse CEO dat beter dan een Belgische.

En moeten we het ook bij de NMBS niet een keer proberen met een buitenlander, nadat zoveel Belgen er al hun tanden stuk op hebben gebeten?

Lees verder