weekboek

De erfenis van de sjeik

Senior writer

Zeebrugge als Europese gashub. De kerncentrales Doel 3 en 4. De investeringsmaatschappij Gimv. Norges Bank als aandeelhouder in Belgische bedrijven. Al die zaken danken we aan Ahmed Zaki Yamani.

‘We mogen op zondag niet meer rijden met het autootje. Omdat ze de oliepijp afsnijden voor het autootje.’ Ook dat hitje van de Nederlandse groep The Three Jacquets, nog te vinden op YouTube, kwam er door Yamani, die deze week in Londen overleed. Hij was 90.

The Three Jacquets

‘Sjeik’ Yamani was van 1962 tot 1986 minister van Olie van Saoedi-Arabië, en had in die hoedanigheid een groot gewicht in de Organisatie van Olie-exporterende Landen (OPEC). Om tijdens de Jom Kipoer-oorlog van 1973 tussen Israël en zijn buurlanden de Arabische zaak te steunen, speelden de OPEC-landen hun kartelmacht uit: ze beslisten de oliekraan gedeeltelijk dicht te draaien en er kwam een heuse olieboycot tegen de VS en Nederland, toen onvoorwaardelijke bondgenoten van Israël.

De Jom Kipoer-oorlog was maar een aanleiding. De OPEC-landen wilden al langer zich enigszins aan de greep van de westerse oliemaatschappijen ontworstelen en hun olierijkdommen beter valoriseren.

Zware prijs

In enkele weken ging de prijs van een vat ruwe olie maal vier. Die schok had verreikende gevolgen. De westerse landen kwamen tot het besef dat ze te afhankelijk waren geworden van de Arabische olie en daar een zware prijs voor moesten betalen.

In eerste instantie werd ingezet op maatregelen om energie te besparen. Er kwamen autoloze zondagen. De lessen op zaterdagvoormiddag in de secundaire scholen werden geschrapt, zodat de verwarmingsinstallaties minder moesten draaien.

België had plannen voor kernenergie- eilanden in de Noordzee om de olieafhankelijkheid te verminderen.

Tegelijk werd de zoektocht naar alternatieve energiebronnen opgeschroefd. België was al bezig met een programma van kernenergie, de centrales van Doel 1 en 2 en Tihange 1 waren al in aanbouw. Maar door de olieschok werd dat programma versneld en kwam er groen licht voor vier bijkomende kerncentrales: Doel 3 en 4 en Tihange 2 en 3.

Er lag zelfs een plan op tafel om nog meer kerncentrales te bouwen op kunstmatige eilanden voor de Belgische kust. Dat is nooit heel concreet geworden omdat vanaf 1986 de olieprijs fors zakte. Door de opmars van andere olielanden verloor het OPEC-kartel een stuk van zijn greep op de markt en de prijs.

Boelwerf

Om de energiebevoorrading te diversifiëren sloot de Belgische regering een langetermijncontract met Algerije voor de levering van gas. Dat zou met lng-tankers naar Zeebrugge worden gebracht en daar in het Belgische net worden geïnjecteerd. Bij de Boelwerf werd een tanker besteld, de Methania.

Het duurde uiteindelijk tot in 1985 voor de gasterminal in Zeebrugge klaar was en de eerste tanker er kon aanmeren. Maar daar ligt wel de oorsprong van Zeebrugge als Europese gashub. Via pijpleidingen wordt in Zeebrugge nu ook gas aangevoerd uit Britse en Noorse gasvelden, en Russisch gas via lng-tankers.

180.000
jobs
Tussen eind 1973 en eind 1977 gingen in de verwerkende nijverheid in ons land zowat 180.000 banen verloren.

De verviervoudiging van de olieprijs in 1973 maakte de exploitatie van olievelden op moeilijker plekken rendabel. De oliewinning op de Noordzee kreeg daardoor een boost. Het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen werden belangrijke olie- en gasproducenten.

Noorwegen besliste de oliebaten niet op te souperen, maar ze te beleggen met het oog op de toekomst. Norges Bank, het Noorse staatsoliefonds, groeide uit tot een van de grootste institutionele beleggers ter wereld. Het heeft aandelenparticipaties van samen bijna 4,7 miljard euro in een vijftigtal Belgische beursgenoteerde bedrijven, waaronder AB InBev, Proximus, Argenx, Melexis, WDP en Xior.

Stagflatie

De forse hogere olieprijzen stortten de internationale economie in een diepe recessie en brachten een lange periode van stagflatie: lage economische groei, hoge inflatie, oplopende werkloosheid. Als gevolg van de automatische loonindexering, waarbij de hogere inflatie meteen werd doorgerekend in de lonen, verslechterde de concurrentiepositie van de Belgische bedrijven fors.

Tussen eind 1973 en eind 1977 gingen in de verwerkende nijverheid in ons land zowat 180.000 banen verloren. Honderden bedrijven in moeilijkheden kwamen bij de overheid aankloppen met de dringende bede om steun. De overheid besefte dat ze meer moest doen dan cheques uitschrijven, dat er nood was aan een structureler beleid, en dat ze daarvoor een instrument nodig had.

Dat leidde in 1980 tot de oprichting van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (Gimv). Die kreeg drie opdrachten: als ontwikkelingsbank privébedrijven helpen te financieren, als overheidsholding zelf grote participaties nemen of bedrijven oprichten, en de industriële politiek van het Vlaams Gewest uitvoeren. Veertig jaar later is de Gimv voor het grootste deel geprivatiseerd en is ze geëvolueerd naar een beursgenoteerde investeringsmaatschappij die groeibedrijven ondersteunt in heel Europa.

Neoliberalisme

Met het gedeeltelijk dichtdraaien van de oliekraan brachten Yamani en de andere olieministers van de OPEC op langere termijn nog andere dingen in beweging. De westerse landen probeerden de economische pijn te verzachten door volop de vraag in de economie te ondersteunen en gezinnen en bedrijven financieel te helpen. Dat lukte niet, omdat het keynesiaanse beleid het verkeerde antwoord was op de aanbodschok.

Yamani heeft met zijn olieschok ook geopolitieke verschuivingen in gang gezet.

Dat er een andere remedie was en dat ook structureel hervormd moest worden, dat besef groeide geleidelijk. Het beleid werd uiteindelijk over een ander boeg gegooid door Margaret Thatcher, die in 1979 premier werd in het Verenigd Koninkrijk, en door Ronald Reagan, die in 1981 president werd in de VS.

Het thatcherisme en de reagonomics slaagden erin de economie uit het slop te halen, andere landen namen de recepten over. Het directe ingrijpen van de overheid werd teruggeschroefd, er werd ingezet op een gunstig ondernemingsklimaat als essentiële voorwaarde voor economische groei. ‘Neoliberalisme’ wordt dat nu genoemd. Onrechtstreeks ligt Yamani daar dus mee aan de basis van.

Geopolitieke verschuivingen

Hij heeft met zijn olieschok ook geopolitieke verschuivingen in gang gezet. De Sovjet-Unie was een belangrijke olieproducent, maar de olie werd vooral binnenlands geconsumeerd, een deel werd uitgevoerd naar de Oost-Europese satellietstaten.

Het communistische regime hanteerde geen marktprijzen in de economie. Dat de hogere olieprijzen de exploitatie van moeilijke olievelden mogelijk maakte, speelde in de Sovjet-Unie niet meteen een rol. Ze maakten het voor het Sovjet-regime wel interessant om olie en gas uit pas ontdekte olievelden in Siberië te exporteren naar westerse landen, tegen harde deviezen die gebruikt konden worden om uitrustingsgoederen te kopen voor zijn industrie en welbepaalde westerse consumptiegoederen voor zijn bevolking.

Ahmed Zaki Yamani heeft meer dan een steen verlegd in de rivier.

Olie en gas werden twee van de belangrijkste exportproducten. Ze werden gezien als de oplossing voor alle problemen. De Sovjet-Unie werd daardoor sterk afhankelijk van de exportinkomsten uit olie en gas. Dat brak het land zuur op toen in 1986 de olieprijzen op de internationale markt sterk daalden. De Sovjet-Unie was een belangrijke inkomstenbron kwijt, en de centen om iedereen tevreden te houden. Dat leidde mee tot het einde van het communistische regime en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991.

Ahmed Zaki Yamani heeft meer dan een steen verlegd in de rivier. Hij heeft er een grote partij rotsblokken in gekieperd die de loop van de rivier heeft beïnvloed en die golven heeft veroorzaakt die breed en lang zijn uitgedijd.

Lees verder