weekboek

De geldpers als wapen in de klimaatstrijd

Stefaan Michielsen

Bij de strijders tegen de klimaatverandering klinkt de roep om een oud wapen, dat al een poos in het museum is beland, weer in te zetten: de geldpers. Als dat wapen met de nodige omzichtigheid wordt gehanteerd, kan het inderdaad helpen de bedreiging af te slaan.

De klimaatverandering dreigt onze planeet naar de verdoemenis te helpen. Misschien loopt het zo’n vaart niet, maar in elk geval moeten we rekening houden met zware economische en maatschappelijke schade. Dat is het credo dat opgang maakt. Om het onheil af te wenden, moet de uitstoot van broeikasgassen dringend worden verminderd. Tegelijk moeten maatregelen worden getroffen om de samenleving te beschermen tegen extremere weersomstandigheden - stormen, hittegolven, overstromingen.

Belastingen

Dat kost onvermijdelijk geld. Veel geld. De inspanningen over een lange termijn spreiden is geen optie. Een deel van de lasten zal op de schouders van de burgers terechtkomen. De prijs van de vliegtuigtickets zal misschien omhooggaan, woningen zullen energiezuiniger gemaakt moeten worden, de benzine- en dieselwagens moeten wijken voor duurdere elektrische auto’s. De overheid kan de financiële last voor de gezinnen wat verlichten met subsidies. En ze zal zelf ook aan de bak moeten. De kustbescherming dient te worden versterkt, de overheid moet haar eigen gebouwen klimaatneutraal maken. En investeren in een nieuwe kerncentrale?

De schulden van vandaag zijn de belastingen van morgen.

Waar zal ze het geld daarvoor halen? Via het heffen van belastingen? Maar de belastingdruk is al hoog, niet alleen in België, maar in de meeste westerse landen. De overheid kan beslissen tot verschuivingen in haar budget. Maar welke andere uitgaven offert ze dan op? Dat is een heikele oefening die onvermijdelijke grote verliezers oplevert.

Schulden aangaan door geld te lenen op de kapitaalmarkten is een tweede manier. Dat kan goedkoop nu. Maar de schuldgraad van de overheid is al hoog. En op die schulden moet rente worden betaald, wat het overheidstekort opdrijft. Europa heeft bovendien stringente normen opgelegd voor begrotingstekort en overheidsschuld. Dat beperkt de manoeuvreerruimte. Als de overheid zich diep in de schulden steekt, weegt dat ook op de economie. De schulden van vandaag zijn de belastingen van morgen. De gezinnen anticiperen daarop door minder enthousiast te consumeren en meer te sparen.

Uit het niets

Er is een derde optie. Ze zet de geldpers in werking. Ze grijpt naar monetaire financiering, zoals dat in het economenjargon heet. De overheid kan de centrale bank de opdracht geven geld te drukken. Het gaat bijvoorbeeld zo: de overheid plaatst eeuwigdurende obligaties waarop ze geen rente betaalt bij de centrale bank, in ruil krijgt ze geld dat ze kan gebruiken voor klimaatinvesteringen. Ervan uitgaand dat de centrale bank een onderdeel is van de overheid, neemt de schuld van de overheid niet toe: de obligaties die ze bij de centrale bank plaatst, zijn een schuld aan zichzelf, die bovendien nooit moet worden terugbetaald. Een fysieke geldpers komt er niet bij te pas, er worden geen biljetten gedrukt. Het geld komt op een rekening en kan worden verplaatst: van centrale bank naar overheid, van overheid naar aannemers en naar leveranciers van goederen en diensten.

Monetaire financiering gebeurt dus ook vandaag nog, op beperkte schaalEr wordt geld gecreëerd uit het niets? Het lijkt te mooi om waar te zijn. Maar toch, het kan. Wat is een cryptomunt als de bitcoin anders? Dat het gebeurt ten voordele van de overheid? Voor de invoering van de euro werden de biljetten van 20 en 50 frank in ons land niet uitgegeven door de Nationale Bank, maar door de schatkist. Ook nu nog is het uitgeven van de euromunten in België - van 1 cent tot 2 euro - een privilege van de schatkist, de inkomsten eruit vallen rechtstreeks toe aan de staat.

Monetaire financiering gebeurt ook vandaag nog, op beperkte schaal.

Monetaire financiering gebeurt dus ook vandaag nog, op beperkte schaal. In de loop van de geschiedenis was het lang een gewone praktijk. In het bijzonder om oorlogen te financieren werd de geldpers geregeld in gang gezet. Om het land te verdedigen tegen agressors moeten alle beschikbare wapens worden ingezet. Is dat dan niet evenzeer gerechtvaardigd om een groot onheil af te wenden, zoals de onherroepelijke beschadiging van de planeet door een veranderend klimaat?

Tovertruc

Als de overheid geld kan creëren uit het niets, waarom doet ze dat dan niet voortdurend? Om grote infrastructuurwerken te financieren, om de pensioenen te betalen, om iedereen een basisinkomen te geven? Omdat het geen economische tovertruc is. Er zijn wel degelijk risico’s. Als de hoeveelheid geld in de economie sneller toeneemt dan die economie extra goederen en diensten produceert - ‘too much money chasing too few goods’ - leidt dat tot prijsstijgingen. Tot inflatie dus. En als het inflatiebeest wakker is gemaakt, kan dat zich snel ontwikkelen tot hyperinflatie. Het komt er dus op aan de geldcreatie af te stemmen op de economische groei.

Dat verhindert niet dat een flink pak geld in de economie kan worden gepompt, als dat wordt gebruikt - of ertoe aanzet - om bijkomende goederen en diensten te produceren. De geldcreatie is dan een voorschot op de groei die later volgt.

Het Verdrag van Maastricht verbiedt de politici uitdrukkelijk om de geldpers te gebruiken.

Tot enkele decennia geleden waren het budgettair en het monetair beleid twee instrumenten in handen van de politiek om de economie aan te sturen: de groei te ondersteunen, de werkloosheid te bestrijden, de inflatie in toom te houden. Als gevolg van de stagflatie - trage groei, hoge werkloosheid en hoge inflatie - in de jaren 70, veroorzaakt door een sterke stijging van de olieprijzen, ontstond bij economen een consensus dat het raadzaam was de zorg voor prijsstabiliteit toe te vertrouwen aan een autoriteit - de centrale bank - die onafhankelijk was van de politiek. Het begrotingsbeleid en het monetair beleid werden dus strikt gescheiden. Daaruit volgde dat monetaire financiering tot taboe werd verklaard. In het Verdrag van Maastricht, waarbij de eurozone en Europese Centrale Bank (ECB) werden opgericht, staat een bepaling die monetaire financiering expliciet verbiedt.

Rampen

De voorbije jaren zijn echter barsten gekomen in de economische consensus die zich kant tegen het drukken van geld. Adair Turner, de voormalige topman van de Britse financiële waakhond, vindt dat het verbod op monetaire financiering de overheden een nuttig en efficiënt wapen uit handen heeft geslagen om de Grote Recessie te bestrijden die voortvloeide uit de financiële crisis van 2008. Een aantal economen wijst erop dat de kwantitatieve geldverruiming door de ECB sinds 2015 eigenlijk ook een vorm van monetaire financiering is, maar omslachtiger en economisch minder doeltreffend.

Sommige onderzoekers stellen dat de historische voorbeelden van hyperinflatie, aangehaald om de rampen te illustreren die het hanteren van de geldpers kan veroorzaken, minder te maken hebben met de monetaire financiering op zich dan met het onoordeelkundig en overdreven gebruik ervan. En dat ze vooral gebeurde in periodes van oorlog of vlak erna, of in landen met een onstabiel politiek regime of geleid door een dictator.

Arsenaal

In een paper van 2015, gepubliceerd op de website van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), argumenteerde Adair Turner dat monetaire financiering technisch mogelijk is en in sommige omstandigheden het meest optimale beleidsinstrument. Het risico ervan is politiek, stelt hij. ‘Zijn we in staat een set van politieke regels en verantwoordelijkheden op te stellen die ons toelaten de voordelen van monetaire financiering te benutten en die tegelijk de gevaren van mogelijk excessief misbruik ervan beperken?’

Taboes die geen steek meer houden, moeten kunnen sneuvelen.

Als die vraag positief beantwoord kan worden, kan de geldpers opgenomen worden in het arsenaal van wapens om de klimaatverandering te bestrijden. Als dat wapen beheerst en op een verantwoorde manier wordt gehanteerd, zal dat het vertrouwen van consumenten, spaarders en bedrijven in de waarde van de munt niet aantasten. Wel dienen enkele praktische hinderpalen opgeruimd te worden, zoals het Europees verbod op monetaire financiering. Maar wat belet die regels aan te passen, als dat volgens een ruime consensus in het algemeen belang is? Taboes die geen steek meer houden, moeten kunnen sneuvelen.

Lees verder