weekboek

De macht van het getal

Senior writer

Het economische gewicht van China steunt voor een belangrijk stuk op een unieke troef van het land: zijn bevolking van 1,44 miljard mensen.

Ant Group. Die naam doet hier niet meteen een belletje rinkelen. Het is een Chinees fintechbedrijf, actief met onder meer de elektronische betaaldienst Alipay. Heel bekend in China - waar het naar eigen zeggen een miljard gebruikers heeft - maar weinig daarbuiten. Toch haalt Ant Group nu internationale headlines. Het trekt naar de beurs, in Hongkong en Sjanghai, en hoopt daar 34 miljard dollar op te halen. Dat zal zeker lukken. En zo tekent Ant Group voor de grootste beursgang ooit.

Voor westerlingen, die hun blik vooral naar het westen richten, is het verrassend dat een Chinees bedrijf voor de grootste beursoperatie ooit tekent. Nochtans is dat niet zo verrassend. In de top tien van grootste beursgangen aller tijden bezetten Chinese groepen de helft van de plaatsen. Het eerste Amerikaanse bedrijf staat pas op de achtste plek. Het is autobouwer GM, die in 2010 naar de beurs terugkeerde na zijn nationalisering door de Amerikaanse overheid in de bankencrisis van 2008.

Het illustreert nog maar eens het groeiende economisch gewicht van China. Een halve eeuw geleden was het een verpauperd land, door de Wereldbank gerangschikt in de categorie van ‘minst ontwikkelde landen’. Maar sinds Deng Xiaoping als nieuwe sterk man op het einde van de jaren 70 markteconomische impulsen introduceerde in het communistische China, is de motor er aangeslagen en heeft het land een indrukwekkend economisch parcours neergezet.

De komst van een nieuwe grootmacht die haar plek opeist, verstoort de oude geopolitieke machtsevenwichten.

Stap voor stap. Het land is niet langer alleen de fabriek van de wereld, die met goedkope arbeidskrachten spullen maakt - prullen, zegden sommigen - die de rekken van de winkels in westers landen vullen. Chinese bedrijven lopen ook technologisch mee in de spits. De telecomgroep Huawei is daar een voorbeeld van.

Het was een schok toen in 2004 het Chinese Lenovo de pc-afdeling van de computerreus IBM kocht, de eerste grote Chinese overname van een Amerikaans bedrijf. Intussen zijn de westerse bedrijven, in uiteenlopende sectoren, die in Chinese handen zijn gekomen haast niet meer te tellen.

Sturende overheid

China heeft zich opgewerkt tot tweede grootste handelsnatie ter wereld, na de VS. En het heeft de eerste plaats in het vizier. In de Fortune Global 500, de ranglijst van grootste 500 bedrijven ter wereld naar omzet, is China de grootste leverancier, met 124 ondernemingen - waarvan vier in de top tien. De Verenigde Staten hebben 121 bedrijven in de ranglijst - waarvan twee in de top tien.

Wat zijn de succesfactoren achter de Chinese opmars? Het slim hanteren van de markteconomische hefbomen is er een van: ruimte geven aan privé-initiatief en toelaten dat wie risico neemt ook de vruchten daarvan mag oogsten. Ondernemingszin is een andere.

De sturende overheid speelt zeker ook een rol. Deze week legde het Centraal Comité, een belangrijk orgaan van de Communistische Partij, de prioriteiten voor het volgende vijfjarenplan vast. In het bijzonder zal worden ingezet op zelfrijdende auto’s, de uitbouw van het 5G-datanetwerk, artificiële intelligentie en de creatie van eigen chipgiganten.

De sleutelfactor is echter de macht van het getal. China telt 1,44 miljard inwoners - de VS heeft er 331 miljoen, de niet geheel eengemaakte Europese Unie 450 miljoen. Het land heeft een gigantische interne markt, de rode loper voor het ontstaan van gigantische bedrijven. Vanuit die positie is het dan ook makkelijker buitenlandse markten te veroveren. Zeker als het tegelijk buitenlandse bedrijven lastig wordt gemaakt op de Chinese markt te komen.

De internationale gemeenschap onthaalde de sterke economische opmars van China aanvankelijk goedkeurend en zelfs met sympathie. Maar nu het land zich tot een economische reus heeft ontwikkeld, keert de stemming. China wordt meer en meer als een bedreiging gezien. Want grote economische macht leidt tot grote geopolitieke invloed. En de komst van een nieuwe grootmacht die haar plek opeist, verstoort de oude geopolitieke machtsevenwichten.

Neus aan neus

Dat is stof voor conflict. Vooral de Verenigde Staten voelen hun hegemonie bedreigd. Het verklaart de harde houding van de Amerikaanse president Donald Trump de voorbije jaren tegenover China. In zijn boek ‘The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order’ voorspelde de Amerikaanse politieke wetenschapper Samuel Huntington in 1997 al dat de VS en China neus aan neus zouden komen te staan.

Met de macht van het getal als wapen lijkt China in die krachtmeting de sterkste uitgangspositie te hebben. Maar er speelt meer. Het economische model van beide grootmachten verschilt grondig. Hoe solide en toekomstbestendig is de economische machtsbasis van China? Er is het voorbeeld van de Sovjet-Unie, die in de voorbije eeuw ook enkele decennia geopolitiek, militair en economisch wedijverde met de VS. Maar die uiteindelijk de rol moest lossen omdat haar economie uiteindelijk niet sterk genoeg bleek om de status van het land als supermacht te behouden.

Het is uitkijken naar wie in deze uithoudingsproef het eerst begint te wankelen: de Chinese economie en samenleving, of de Amerikaanse?

‘Essentieel voor toekomstige groei is gevarieerde en voortdurende innovatie in een hele reeks gebieden. Dat vergt creativiteit, autonomie en ruimte om te experimenteren. De mogelijkheid ook om eigen denkwijzen te volgen en regels te overtreden’, stellen de Amerikaanse econoom Daron Acemoglu en de politiek wetenschapper James Robinson in hun jongste boek ‘The Narrow Corridor: States, Societies and the Fate of Liberty’, in Nederlandse vertaling verschenen onder de titel ‘Wankel Evenwicht, de eeuwige strijd tussen staat en samenleving’. Maar als er geen vrijheid is, is dat moeilijk, stellen ze. Daarom zal dat in China ook niet lukken, voorspellen ze, verwijzend naar voorbeelden uit het verleden.

Wat in het verleden gebeurde, zegt echter niet altijd iets over de toekomst. Het is uitkijken naar wie in deze uithoudingsproef het eerst begint te wankelen: de Chinese economie en samenleving, of de Amerikaanse?

Lees verder